EU-wetgeving inzake passende zorgvuldigheid: de Europese Commissie onthult haar voorstel, maar er glippen zaken door de mazen van het net

17 maart 2022

Op woensdag 23 februari heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor een richtlijn die bedrijven verplicht tot een passende zorgvuldigheid met betrekking tot schendingen van de mensenrechten en het milieu. Deze langverwachte tekst, waarvan we de aanvankelijke ambitie toejuichen, bevat echter heel wat hiaten die de reikwijdte ervan kunnen beperken.

Het doel van de in de richtlijn vastgelegde zorgvuldigheidsplicht is bedrijven te verplichten maatregelen te nemen om schendingen van de mensenrechten en het milieu door hun dochterondernemingen, leveranciers of directe en indirecte onderaannemers in het kader van hun activiteiten in de Europese Unie of daarbuiten te voorkomen. In geval van wangedrag kunnen bedrijven aansprakelijk gesteld worden en kan van hen verlangd worden dat zij de betrokkenen schadeloos stellen.

De richtlijn zal het met name mogelijk maken dat schuldige bedrijven burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. De reikwijdte van de burgerrechtelijke aansprakelijkheidsregeling is echter beperkt. Indien de zakenpartner van een bedrijf zich er contractueel toe heeft verbonden de door het bedrijf opgelegde gedragscode na te leven, kan deze laatste niet meer burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. De richtlijn houdt ook geen rekening met de vele obstakels die de toegang van slachtoffers tot dergelijke rechtsmiddelen beperken: hoge proceskosten, onevenredige bewijslast, gebrek aan toegang tot informatie, beperkte rechtsbevoegdheid en beperkte verjaringstermijnen.

We betreuren ook dat het voorstel geen duidelijke en bevredigende definitie geeft van het begrip directe en indirecte handelsbetrekkingen tussen bedrijven. Dit gebrek aan transparantie kan ook een belemmering vormen voor slachtoffers om daadwerkelijk hun recht te laten gelden.

Tenslotte zou de richtlijn niet op alle bedrijven van toepassing zijn. Het is bedoeld voor bedrijven met meer dan 500 werknemers en een netto-omzet van meer dan 150 miljoen euro, en voor bedrijven met meer dan 250 werknemers en een netto-omzet van meer dan 40 miljoen euro, maar waarvan het merendeel van de activiteiten in een risicosector plaatsvindt (zoals de textielindustrie, de mijnbouw of de landbouw). Kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) vallen dus niet onder de zorgvuldigheidsvereiste.

Meer in het algemeen benadrukt ASF de noodzaak om alle betrokken – en potentieel getroffen – groepen erbij te betrekken, in het bijzonder diegenen die zich in kwetsbare en structureel achtergestelde situaties bevinden, maar ook verdedigers van het milieu en de mensenrechten. Momenteel is de raadplegingsverplichting en de voorwaarde voor deelname van deze groepen onbevredigend geformuleerd.

De richtlijn zal nu besproken worden en eventueel gewijzigd worden door het Europees Parlement en de regeringen van de EU-lidstaten. We willen hen aanmoedigen rekening te houden met de verschillende hiaten in dit eerste voorstel zodat de nodige wijzigingen aangebracht kunnen worden om de ambitie van deze tekst te verwezenlijken.

Published in Business & human rights | News | Perscommuniqué

© 2022, Advocaten Zonder Grenzen. Alle rechten voorbehouden. Webmaster: Média Animation asbl