
Een opiniestuk gepubliceerd op de blog van Mediapart.
Al meerdere jaren ondermijnt het regime van president Kais Saied systematisch de rechtsstaat: rechters worden ontslagen, politieke tegenstanders opgesloten, media geïntimideerd en justitie ingezet als politiek instrument. De tekenen van een steeds autoritairder bestuur volgen elkaar in een verontrustend tempo op. Een duidelijke logica tekent zich af: kritische stemmen het zwijgen opleggen, tegenmachten verzwakken en de laatste ruimtes neutraliseren die het willekeurige gebruik van macht nog kunnen betwisten.
In deze context werd op 5 mei beslist om de activiteiten van het Tunesische kantoor van de ngo Avocats Sans Frontières (Lawyers Without Borders)* voor dertig dagen op te schorten. Deze maatregel staat niet op zichzelf. Al maanden voeren de Tunesische autoriteiten de druk op maatschappelijke organisaties op, terwijl die net tot de laatste actieve tegenmachten behoren in het Tunesië van Kais Saied.
De voorbije maanden werden verschillende nationale en internationale organisaties getroffen door schorsingen, gerechtelijke procedures of beperkende administratieve maatregelen. Het gaat onder meer om:
- de Tunesische Liga voor Mensenrechten — mede-winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2015,
- het Tunesisch Forum voor Economische en Sociale Rechten (FTDES) — een centrale speler in de democratische transitie,
- de Tunesische Vereniging van Democratische Vrouwen — een historische actor in de strijd tegen de dictatuur van Ben Ali en voor vrouwenrechten,
- de Tunesische Organisatie van Jonge Artsen.
Tegelijkertijd krijgen organisaties uit het maatschappelijk middenveld te maken met toenemende druk: arrestaties, buitensporige administratieve en fiscale controles, bevriezing van financiering, zware bankbeperkingen, lastercampagnes en gerechtelijke intimidatie.
Deze voortdurende aanvallen putten zowel de organisaties als de mensen die ze draaiende houden uit. Op termijn dreigt dit te leiden tot het geleidelijke verdwijnen van het maatschappelijk middenveld uit het Tunesische openbare leven.
Waarom viseert de macht het maatschappelijk middenveld?
Om die vraag te beantwoorden, moeten we terugkeren naar de dynamiek die ontstond na de revolutie van 2011. De val van het regime van Zine El Abidine Ben Ali deed een enorme hoop ontstaan op vrijheid, waardigheid en democratie.
Na decennia van repressie en clandestiniteit kende het Tunesische verenigingsleven een opmerkelijke groei. Duizenden nieuwe organisaties zagen het licht en groeiden snel uit tot centrale actoren in het publieke leven. Ze droegen bij aan een opener publiek debat, nieuwe vormen van burgerparticipatie en de verdediging van de meest kwetsbare groepen. Tijdens een vaak turbulente overgangsperiode — gekenmerkt door politieke moorden, veiligheidscrisissen en een verslechterende sociaaleconomische situatie — documenteerden zij misbruiken, spraken zij instellingen ter verantwoording en werkten zij actief mee aan de democratische consolidatie van het land.
In die context opende Avocats Sans Frontières in 2012 een kantoor in Tunesië, met de ambitie om bij te dragen aan een eerlijker en toegankelijker rechtssysteem en aan de versterking van de rechtsstaat en fundamentele vrijheden.
De autoritaire ommekeer
25 juli 2021 vormde een beslissend keerpunt. Onder het mom van uitzonderlijke maatregelen concentreerde Kais Saied geleidelijk alle macht in eigen handen, schortte hij de normale werking van de instellingen op, verving hij de Grondwet van 2014 door een nieuwe tekst en voerde hij een hyperpresidentieel, populistisch en autoritair systeem in.
Binnen deze nieuwe politieke architectuur worden middenveldactoren — politieke partijen, media, vakbonden en verenigingen — voorgesteld als obstakels voor de volkswil. Reeds in februari 2022 omschreef de president tijdens een ministerraad maatschappelijke organisaties als “agenten van buitenlandse machten” en riep hij op om hun internationale financiering stop te zetten.
Politie en justitie zetten deze verklaringen snel om in concrete maatregelen: herhaalde verhoren van vertegenwoordigers van ngo’s, onderzoeken, willekeurige bevriezingen van middelen, bankbeperkingen, gerechtelijke pesterijen en detenties. Verschillende figuren uit het maatschappelijk middenveld werden opgesloten, waaronder Saadia Mosbah, een prominente antiracismeactiviste die onlangs werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en een zware boete.
Deze offensieve strategie dient minstens drie samenhangende doelstellingen. Ten eerste weerspiegelt ze een ideologische logica: een populistische en verticale machtsvisie opleggen, gebaseerd op een vermeende directe relatie tussen de president en “het volk”, zonder institutionele tussenpersonen. Ten tweede wil ze een van de laatste ruimtes van verzet tegen de autoritaire ontsporing en de terugkeer van de politiestaat sinds 25 juli 2021 neutraliseren. En ten derde helpt ze de aandacht af te leiden van de mislukkingen van het regime, vooral op economisch en sociaal vlak.
Een wereldwijde trend met dramatische lokale gevolgen
De repressie van de civiele ruimte in Tunesië maakt deel uit van een bredere dynamiek die bekend is in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, maar ook van een wereldwijde tendens waarbij de ruimte voor het maatschappelijk middenveld steeds verder krimpt — ook in vele democratieën.
Dalende internationale en nationale financiering, de criminalisering van verenigingswerk en de groeiende wantrouwende retoriek tegenover ngo’s verzwakken het maatschappelijk middenveld wereldwijd.
Toch betekent het verzwakken van het maatschappelijk middenveld ook het verzwakken van een fundamentele pijler van elke democratie. Verenigingen spelen een onvervangbare rol: ze documenteren misbruiken, ondersteunen kwetsbare groepen, voeden het publieke debat en versterken de verantwoordingsplicht van instellingen.
In een context waarin burgerparticipatie vaak wordt herleid tot verkiezingen alleen, vormen zij een essentiële brug tussen burgers en de overheid.
Het maatschappelijk middenveld verdedigen is vrijheid verdedigen
Dat is misschien wat vandaag opnieuw benadrukt moet worden: het verdedigen van de civiele ruimte gaat niet over het beschermen van een “sector” of een handvol organisaties. Het gaat over het behouden van de mogelijkheid voor iedereen om deel te nemen aan het publieke leven zonder angst voor repressie.
Wanneer het maatschappelijk middenveld het zwijgen wordt opgelegd, verdwijnen niet alleen verenigingen. Ook de vrijheden van alle burgers gaan achteruit.
In Tunesië lijkt de macht, na aanvallen op media, politieke partijen en vakbonden, nu vastbesloten om een van de laatste bastions van vrijheid die voortkwamen uit de revolutie van 2011 te ontmantelen.
Het Tunesische maatschappelijk middenveld steunen betekent dus niet enkel enkele organisaties verdedigen. Het betekent de mogelijkheid verdedigen dat het land opnieuw de weg naar democratie vindt. Het betekent ook miljoenen burgers in Tunesië en in de regio de kans geven te blijven geloven dat de rechtsstaat, fundamentele vrijheden en menselijke waardigheid geen loze begrippen zijn, maar haalbare politieke perspectieven en strijdpunten die het nog altijd waard zijn om voor te vechten.
* Na aanzienlijke nationale en internationale mobilisatie werd de schorsing op 19 mei 2026 opgeheven.