Congolese civil society alarmed by the lifting of the moratorium on the death penalty

Civil society actors and international human rights organisations working in the Democratic Republic of Congo are very concerned by the decision of the government of Félix Antoine Tshisekedi Tshilombo to lift the moratorium on the execution of the death penalty, communicated by circular note No 002 of 13 March 2024.

The circular note signed by Minister of State Rose Mutombo Kiese, Minister of Justice and Keeper of the Seals, justifies the decision “with a view to ridding the DRC army of traitors on the one hand and curbing the resurgence of acts of urban terrorism resulting in the death of men on the other”.

The signatory organisations deplore this decision, which violates the constitutional principle of the sanctity of human life and constitutes a major step backwards in terms of respect for human rights and democracy.

The death penalty has never been abolished in the Democratic Republic of Congo, although there has been a moratorium on its execution since 2003. During this period, it continued to be handed down by Congolese courts, but was replaced by life sentences.

The use of the death penalty constitutes a violation of human rights, in particular the right to life and the right never to be subjected to torture or cruel, inhuman or degrading treatment or punishment.

The Congolese state recognises in its 2006 constitution and through its signature of the International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR) and the African Charter on Human and Peoples’ Rights that the right not to be subjected to cruel, inhuman or degrading treatment is an inviolable right that should not be infringed under any circumstances.

With this circular, the government is attacking the right not to be subjected to cruel, inhuman or degrading treatment, which capital punishment represents.

This decision irrevocably raises civil society’s concern about the government’s use of opportunistic and inappropriate political measures to respond to serious security problems that require other types of responses. Moreover, there is no empirical evidence that shows that the death penalty is effective in curbing violence, contrary to the arguments put forward by the Congolese authorities.

In addition to questions about the domestic and international legality of the measure, its implementation raises a number of issues, the most worrying of which are :

  • The capacity of the Congolese judicial system to guarantee compliance with fair trial criteria, regarding to :
    – its fragility and major malfunctions ;
    – high risk of miscarriages of justice ;
    – the possible use of the death penalty to settle scores.
  • The terms used in the circular pave the way for death sentences for a wide range of crimes and offences.
  • It questions the Congolese state’s ability to remain a credible interlocutor in terms of international judicial cooperation, at a time when the country wants to embark on an inclusive transitional justice process to consolidate peace and fight impunity for actors inside and outside the DRC who are responsible for serious human rights violations.

The signatory organisations reiterate that capital punishment is not an appropriate response to the challenges facing the DRC; on the contrary, it consolidates the institutionalised use of violence as a response to societal problems and the structural causes of conflict in the DRC, thereby fuelling cycles of violence in the country.

The signatory organisations recommend that the government take appropriate structural measures to foster loyalty within its security forces and to combat urban crime effectively. The signatory organisations urge the government to revoke the lifting of the moratorium and to continue its efforts to abolish the death penalty from the legal system once and for all, as the moratorium should only be a provisional step in this direction.

ExPEERience Talk #14 – Hoe kunnen we het recht op land en natuurlijke hulpbronnen van inheemse volkeren beschermen? Analyse van de koolstofindustrie in Kenia

  • Wanneer? 18 april 2024 – 7u (New York) / 12u (Tunis, Kinshasa) / 13u (Brussel) / 14u (Nairobi, Kampala)
  • Taal : Engels
  • Gratis online webinar – Aanmelding verplicht

Deze Justice ExPEERience Talk behandelt het respect voor de rechten van inheemse gemeenschappen op (fysieke en economische) toegang tot land en andere natuurlijke hulpbronnen. De conferentie focust met name op de gevolgen voor de lokale bevolking van de ontwikkeling van de koolstofindustrie in Kenia. De uitzetting van de Ogiek uit het Mau-Woud in november 2023 heeft dit onderwerp opnieuw op de voorgrond geplaatst.

  • Xanne Bekaert, onderzoeks- en onderwijsassistent aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Ze heeft een master Internationaal en Europees recht van de VUB en deed onderzoek aan het Centre for Human Rights in Pretoria en aan de Moi Universiteit in Kenia.
  • Daniel Kobei, oprichter en directeur van het Ogiek Peoples’ Development Program,

De sessie wordt gemodereerd door Jim India van het regionaal kantoor voor Oost-Afrika van AdZG.

Indigenous communities in Africa, notably the Ogoni (Nigeria), Endorois (Kenya), and Ogiek (Kenya), have long faced challenges regarding their rights to land and natural resources. The eviction of the Ogiek people from the Mau Forest serves as a significant example of the ongoing struggles indigenous communities face, especially concerning natural conservation projects and the emergence of carbon markets. The intentions of Kenyan authorities to negotiate carbon deals in protected areas further highlight the connection between indigenous rights and carbon markets.

In 2017 behaalden de Ogiek een historische overwinning op de Keniaanse regering, die probeerde hen met geweld te verdrijven uit het Mau-Woud waar ze van oudsher woonden. Het Afrikaans Hof voor de Rechten van Mensen en Volkeren oordeelde dat zij het recht hadden om op het land te leven en dat de regering hun rechten had geschonden door hen uit te zetten. In 2022 veroordeelde het Hof de Keniaanse regering tot het betalen van herstelbetalingen aan de gemeenschap voor het leed dat was veroorzaakt door de gedwongen uitzettingen. Het droeg de regering ook op om de Ogiek te raadplegen over elk project dat betrekking had op hun land.

Maar ondanks deze overwinningen in de rechtszaal lanceerde de Keniaanse regering in november 2023 een nieuwe uitzettingscampagne, waardoor honderden mensen dakloos werden zonder dat hun alternatieve huisvesting werd aangeboden.

  • Informatie verstrekken over de Keniaanse context, in het bijzonder over de bescherming van de rechten van inheemse gemeenschappen en milieurechtvaardigheid, door recente gebeurtenissen zoals de uitzetting van de Ogiek uit het Mau-Woud te analyseren.
  • De gevolgen onderzoeken van de koolstofindustrie in Kenya, maar mogelijk ook elders in Oost-Afrika, en de onderlinge verwevenheid van staats- en bedrijfsverantwoordelijkheden belichten.
  • Mogelijkheden identificeren voor de bescherming en bevordering van de rechten van inheemse volkeren in de context van initiatieven door de koolstofindustrie in de regio.

Deze conferentie wil licht werpen op de complexe relatie tussen de ontwikkeling van de koolstofindustrie en de rechten de van inheemse volkeren in Kenia, en daaruit lessen trekken voor andere landen zowel in de regio als daarbuiten. Door de perspectieven van academische onderzoekers en die van vertegenwoordigers van inheemse gemeenschappen te combineren wil het evenement bijdragen tot het actuele debat over milieurechtvaardigheid en mensenrechten in het kader van de inspanningen om de klimaatverandering tegen te gaan, wat ook steeds meer centraal staat in AdZG’s werk rond het bedrijfsleven en mensenrechten.

De toegang tot rechtsmiddelen in de mijnbouwindustrie van Tanzania verbeteren

De mijnbouwindustrie in Tanzania blijft groeien, gedreven door de wereldwijde vraag naar mineralen vereist voor de energietransitie, en de bouw van de Oost-Afrikaanse oliepijpleiding (EACOP: East African Crude Oil Pipeline) gaat door. De toegang tot rechtsmiddelen voor individuen en gemeenschappen wier rechten door de ontginningsindustrie worden geschonden zou dan ook een belangrijke prioriteit moeten zijn voor de Tanzaniaanse regering en de privébedrijven.

Voor dit rapport is onderzoek gedaan in vier regio’s van Tanzania: Mara, Shinyanga, Tanga en Manyara. Het onderzoek richtte zich op drie winningsprojecten: de goudmijn van Barrick North Mara, de Williamson diamantmijn en oliepijp EACOP. Deze projecten kunnen mogelijk bijdragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling van het land, maar hun snelle groei is ook verantwoordelijk voor aanzienlijke milieuschade en talrijke mensenrechtenschendingen, waaronder gedwongen verhuizingen en geweld tegen de lokale bevolking, met name vrouwen.

Het rapport geeft een overzicht van het functioneren van de mechanismen op staatsniveau van juridische aard (rechtbanken), van niet-juridische aard (overheidsinstellingen voor de bescherming van de mensenrechten)]  en niet-statelijke mechanismen (klachtenprocedures bij bedrijven). Vervolgens gaat de studie het kennisniveau na van zowel gemeenschappen als rechtshulpverleners, evenals de obstakels waar ze mee geconfronteerd worden als ze toegang proberen te krijgen tot deze verschillende mechanismen.

De studie laat zien dat leden van gemeenschappen en rechtshulpverleners aanzienlijke moeilijkheden hebben om toegang te krijgen tot de rechtbanken, vooral doordat ze niet over de nodige financiële middelen beschikken of geen toegang hebben tot een advocaat. Hun kennis van de werking en de rol van het rechtssysteem is vaak vrij goed. Van de niet-juridische mechanismen die door de staat zijn ingesteld hebben ze daarentegen over het algemeen weinig kennis: ze weten niet hoe deze organen functioneren, hoe ze er toegang toe kunnen krijgen en welke soorten rechtsmiddelen ze kunnen bieden. Slachtoffers van schendingen wenden zich dan ook in de eerste plaats tot de lokale autoriteiten, omdat dat laagdrempeliger is.

Het onderzoek analyseert ook de bestaande klachtenprocedures die rechtstreeks door bedrijven worden beheerd. Uit de studie kwam naar voren dat de bedrijven zich onvoldoende hadden ingezet om de lokale gemeenschappen te wijzen op het bestaan van deze procedures. Ook hadden ze de lokale‧rechtsbijstandverleners te weinig geconsulteerd of betrokken bij het ontwerp van de procedures, wat had kunnen zorgen voor een beter begrip van de mechanismen door degenen die er gebruik van zouden willen maken.

Op basis van de bevindingen van de studie, beveelt AdZG aan dat alle actoren die rechtsmiddelen aanreiken voor slachtoffers van rechtenschendingen door activiteiten van de mijnbouwsector, de toegang tot en de werking van deze mechanismen beter bekend maken door gerichte en doeltreffende sensibiliseringsstrategieën op te zetten. Om het succes, de doeltreffendheid en de toegankelijkheid van de verschillende klachtenprocedures te verbeteren, zouden deze instanties regelmatige feedbackmechanismen moeten voorzien die de werking ervan kunnen verbeteren. Met name de Tanzaniaanse overheid moet de toegang tot de staatsmechanismen verbeteren en ervoor zorgen dat overheids- en niet-overheidsactoren de beslissingen daarvan respecteren, om de geloofwaardigheid van de verschillende rechtsmiddelen en het vertrouwen van de getroffen gemeenschappen erin te vergroten.

Oeganda – Kennis, houdingen en praktijken met betrekking tot voorlopige hechtenis 

AdZG publiceerde recent een rapport over het kennisniveau, de houdingen en de praktijken van de belangrijkste stakeholders met betrekking tot voorlopige hechtenis binnen het strafrechtelijk systeem in Oeganda. Het onderzoek werd uitgevoerd in vier steden: Gulu, Arua, Lamwo en Kampala. In totaal werden 405 leden van de gemeenschap, 96 arrestanten, 54 gevangenen en 47 functionarissen van justitie en instellingen voor de openbare orde (JLOS; Justice Law and Order Section) en rechtshulpverleners geïnterviewd, waarbij zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden werden gebruikt. Het rapport belicht de belangrijkste oorzaken van schendingen van procedurele en grondwettelijke rechten. Op basis van de verzamelde feiten geeft het rapport aanbevelingen voor actie en positieve hervormingen op het gebied van voorlopige hechtenis.

Voorlopige hechtenis in Oeganda

Oeganda beschikt over een uitgebreid wettelijk kader dat voorlopige hechtenis reglementeert, met gedetailleerde bepalingen over procedurele en grondwettelijke rechten. De naleving van deze bepalingen blijft echter een uitdaging. Veel mensen die met het strafrechtelijk systeem in aanraking komen, worden het slachtoffer van mensenrechtenschendingen. Het gaat onder meer om willekeurige of onwettige arrestaties, het overschrijden van de toegelaten periode van voorarrest, een gebrek aan toegang tot borgtocht of schendingen van het recht op verplichte borgtocht. De meest kwetsbaren en behoeftigen krijgen het vaakst te maken met niet-naleving van die procedurele en grondwettelijke rechten.

Belangrijkste uitdagingen

Uit het rapport blijkt dat het gebrek aan kennis bij de bevolking over de grondwettelijke en procedurele rechten in afwachting van een proces een grote uitdaging is die de voortdurende schending van rechten tijdens hechtenis verergert. Slechts de helft (50%) van de respondenten in de gemeenschap kon een aantal rechten van arrestanten benoemen. Rechten zoals (1) het recht om binnen 48 uur na arrestatie voor de rechtbank te verschijnen, (2) het recht om op verplichte borgtocht te worden vrijgelaten, (3) het recht op toegang tot een advocaat en (4) de wettelijke bepalingen met betrekking tot het recht op borgtocht zijn niet bekend bij een meerderheid van de bevolking (minder dan 50% van de respondenten was zich bewust van deze rechten).

De gevangenen die tijdens het onderzoek werden geïnterviewd, waren iets beter op de hoogte van hun rechten. Wellicht kan dit worden toegeschreven aan de sensibiliseringssessies die door gevangenispersoneel en ngo’s werden georganiseerd.

Het gebrek aan kennis van belangrijke procedurele en grondwettelijke garanties, zowel binnen de gemeenschap als in detentiecentra, is geen verrassende bevinding. Het bevestigt echter opnieuw het belang om deze informatie wijder te verspreiden, zodat rechthebbenden in staat worden gesteld om respect voor hun rechten af te dwingen.

Houdingen en percepties

Wat de houding en perceptie betreft, tonen de bevindingen een gebrek aan vertrouwen in bepaalde strafrechtelijke instellingen, met name in de Uganda Police Force (UPF). Respondenten uit de gemeenschap maakten gewag van problemen zoals vertraging en inefficiëntie bij de behandeling van zaken, evenals corruptie.

Zowel arrestanten als gevangenen meldden dat ze weinig vertrouwen hadden in de politie bij het behandelen van zaken en lieten optekenen dat hun om smeergeld was gevraagd.

Zo’n groot wantrouwen in de politie kan de toegang tot justitie en de mensenrechten belemmeren, omdat gemeenschappen die de politie niet vertrouwen minder geneigd zullen zijn om aangifte te doen of met de politie samen te werken, en gedetineerden zich minder zelfverzekerd voelen om de naleving van hun rechten op te eisen in interactie met de politie.

Een gevolg van het wantrouwen jegens de politie was ook de bevinding dat de meerderheid (57%) van de gemeenschapsleden meer vertrouwde op lokale of culturele rechtbanken dan op de politie om hun zaken te behandelen, vooral in landelijke gebieden zoals Lamwo en Arua.

Praktijken

Ten slotte trachtte de studie ook de heersende praktijken met betrekking tot voorlopige hechtenis en de toegang tot justitie in kaart te brengen om te begrijpen hoe de realiteit kan verschillen van de bepalingen in de wet. Een bijzonder opmerkelijke bevinding onder de respondenten van de gemeenschap betrof de gangbaarheid van volksjustitie: ongeveer 89% van de respondenten erkende het bestaan daarvan in hun gemeenschap. Wat arrestatie door de politie betreft was een belangrijke bevinding uit de enquêtes dat arrestanten gemiddeld 5,3 dagen werden vastgehouden, veel langer dan de wettelijke limiet van 48 uur. Tot slot werd ook een belangrijke kwestie aangekaart met betrekking tot rechtsbijstand: slechts 16% van de politiearrestanten en 30% van de gevangenen had toegang tot een advocaat.

Perspectieven en uitdagingen voor de rechtshandhaving

Om de bovenstaande bevindingen in de juiste context te plaatsen, werd in het onderzoek ook gepolst naar de meningen van de functionarissen over hun rol in de bescherming van procedurele en grondwettelijke rechten en hun houding en praktijken binnen het strafrechtsysteem. Stakeholders van verschillende instellingen werden geïnterviewd, waaronder de Uganda Police Force (UPF), de rechterlijke macht, de Office of the Directorate of Public Prosecutions (ODPP), de Uganda Prisons Service (UPS), culturele prominenten en lokale raadsleden, reclasseringsambtenaren en de verantwoordelijke van een centrum voor voorarrest.

De geïnterviewden demonstreerden over het algemeen een solide kennis van hun rol in de handhaving van grondwettelijke en procedurele rechten. Ze benadrukten daarnaast het feit dat de uitvoering van hun rollen onderling afhankelijk is binnen de strafrechtketen (politie, gevangenis, rechterlijke macht, ODPP). Maar ze identificeerden ook verschillende structurele uitdagingen die hen sterk belemmerden bij de uitvoering van hun taken. Naast de verwachte uitdagingen op het gebied van personele middelen en ontoereikende financiering, vermeldden ze ook lacunes in de coördinatie tussen JLOS-instellingen en een verstoord machtsevenwicht binnen het strafrechtsysteem.

Tot slot bleken uit interviews met advocaten en juridisch medewerkers belangrijke problemen in de rechtshulpverlening, waaronder het gebrek aan dienstverlening in plattelandsgebieden zoals Lamwo, en financieringstekorten. Dergelijke bevindingen benadrukken de dringende noodzaak voor de overheid om de toegang tot rechtsbijstand tot een kwestie van nationaal beleid te maken.

Bescherming van procedurele en grondwettelijke rechten door toegang tot justitie (2020-2023)

Advocaten Zonder Grenzen (AdZG) heeft in samenwerking met het Legal Aid Service Providers Network (LASPNET) een driejarig project (2020-2023) uitgevoerd: “Bescherming van procedurele en grondwettelijke rechten door toegang tot justitie” in de districten Kampala, Arua, Gulu, Hoima, Lamwo, Kitgum, Wakiso en Masindi.

Nee tegen de invoering van “kwaadwillige aantasting van het overheidsgezag” in het Belgisch strafwetboek

Crédit photo : Justine Dofal
Foto: Justine Dofal

De tekst moet  gezien worden in het licht van een groeiende tendens, in Europa en elders, om sociale bewegingen te criminaliseren, het recht om te demonstreren in te perken en de vrijheid van meningsuiting te beperken.

Het betreffende artikel van het Strafwetboek over “kwaadwillige aantasting van het overheidsgezag” zou gebruikt kunnen worden om sociale bewegingen aan te vallen en de brede definitie ervan laat veel ruimte voor willekeur en interpretatie door magistraten.

Een dergelijke situatie zou een schending betekenen van de beginselen van rechtzekerheid, wettigheid, gelijkheid voor de wet en vrijheid van meningsuiting, fundamentele principes in iedere democratische samenleving.

Burgerlijke ongehoorzaamheid: een fundamenteel democratisch instrument

Burgerlijke ongehoorzaamheid is het intentioneel en publiekelijk overtreden van de wet op geweldloze wijze, om een wet of overheidsbeleid die de grondrechten van mensen schenden aan de kaak te stellen en op te roepen tot de hervorming ervan.

Burgerlijke ongehoorzaamheid stelt de rechtsstaat niet ter discussie, maar richt zich op specifieke wetgevingen of beleidsbepalingen. Het doel ervan is om bepaalde onderwerpen centraal te stellen in het publieke debat en op die manier het democratisch karakter van een staat te versterken.

Dat is niet alleen compatibel met de democratie, het is zelfs essentieel voor het goed functioneren ervan, in het bijzonder wanneer alle juridsiche en politieke middelen zijn uitgeput. In combinatie met andere vormen van legale acties kan burgerlijke ongehoorzaamheid helpen om de strijd te winnen in het voordeel van rechten en rechtvaardigheid.

Impact van de staat van beleg op het strafrecht in Ituri

In mei 2021 kondigde de Congolese staat de uitzonderlijke staat van beleg af in de provincie Ituri, in een poging om een einde te maken aan meer dan drie decennia van oorlogen, opstanden en gewelddadige gewapende conflicten. Die speelden zich af  tegen de achtergrond van een politieke legitimiteitscrisis, een identiteitscrisis en regionale concurrentie om de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen.

De combinatie van verscheidene crisissen en gewapende conflicten heeft geleid tot ernstige schendingen van de mensenrechten en een toenemende verzwakking van het staatsgezag. Al sinds het begin van de jaren 2000 is het land begonnen met politieke onderhandelingen, diplomatieke uitwisselingen, militaire operaties en de organisatie van algemene verkiezingen in de hoop om zo een einde te maken aan de verschillende gewapende conflicten, maar tot nu toe is er weinig succes geboekt.

In dit rapport wordt de balans opgemaakt van de uitvoering van de maatregelen in verband met de staat van beleg en de nefaste gevolgen daarvan voor de rechten van de bevolking en de rechtspraak, met bijzondere aandacht voor de provincie Ituri. Na het instellen van de staat van beleg werden alle rechtszaken die bij burgerlijke rechtbanken in behandeling waren overgedragen aan de militaire rechtbanken, waardoor de rechtsgang in de regio aanzienlijk werd vertraagd. De militaire rechtbanken, die over zeer weinig personeel beschikken, werden al snel overspoeld door deze toevloed van zaken. Bovendien beschikken de magistraten en het gerechtelijk personeel van die rechtbanken en gerechtshoven niet over de nodige kwalificaties om civiele zaken te behandelen.

Daar komt nog bij dat de rechtbanken en gerechtshoven geconcentreerd zijn rond de grote agglomeraties, waardoor ze moeilijk toegankelijk zijn voor mensen uit landelijke gebieden, zeker in een regio waar iedere verplaatsing ernstige risico’s op onveiligheid met zich meebrengt.

De beschouwingen in het rapport zijn het resultaat van observaties van de werking van de staats- en rechtssystemen, van praktijken ter ondersteuning van slachtoffers van massamisdaden en verdachten die van hun vrijheid zijn beroofd, en van uitwisselingen met alle institutionele en civiele actoren die betrokken zijn bij de rechtstoegang van de bevolking. Het rapport analyseert de contouren van de uitvoering van de maatregelen in het kader van de staat van beleg en de werking van het justitiële en veiligheidssysteem. Op basis daarvan stelt het een reeks realistische aanbevelingen voor aan de autoriteiten en andere belanghebbenden met het oog op het opheffen van de staat van beleg, na de geleidelijke versoepeling ervan aangekondigd in oktober 2023.

ExPEERience Talk #13 : Rechtspraak zonder gerechtshof? Ervaringen met de gemeenschapsrechtspraak in Ituri

  • Wanneer? Donderdag 29 februari – 12u (Bangui, Brussel, Kinshasa, Niamey, Rabat, Tunis) / 14u (Dodoma, Nairobi, Kampala)
  • Taal: Frans
  • Gratis online evenement – Big Blue Button

Ter gelegenheid van deze ExPEErience Talk presenteren Julien Moriceau en Janvier Digital Koko Kirusha van INANGA en Johnny Lobho Lamula van AdZG in de DRC een studie, die zeer binnenkort gepubliceerd zal worden, over de gemeenschapsrechtspraak in Ituri,

De studie maakt deel uit van het Nationaal Beleid voor de Hervorming van Justitie (PNJR) 2017-2026 en het Ondersteuningsprogramma voor de Hervorming van Justitie Fase II (PARJ II) dat wordt beheerd door het consortium bestaande uit Advocaten Zonder Grenzen, RCN Justice & Démocratie en TRIAL.

Het doel van deze studie is licht te werpen op de werking van de gemeenschapsrechtspraak in Ituri en op de banden tussen alle actoren en stakeholders die betrokken zijn bij gevallen van geschillenbeslechting op zowel gemeenschaps- als staatsniveau.

Naast het rechtssysteem van de staat is er bij de bevolking van de DRC nog steeds veel vraag naar gemeenschapsrechtspraak, ondanks de dubbelzinnige juridische status ervan. Dit is in het bijzonder het geval in Ituri, een regio die gekenmerkt wordt door instabiliteit en onveiligheid, wat een grote impact heeft op de goede werking en activiteit van de rechtbanken en de verschillende mechanismen van het staatsrecht.

Justitie in Ituri: een veelheid aan actoren en bronnen voor de behandeling van geschillen

Een grote verscheidenheid aan actoren, zowel vanuit de lokale gemeenschap als vanuit de staat, zijn betrokken bij het oplossen van geschillen in Ituri. Elk van hen heeft verschillende mechanismen met eigen procedures. De rechtbanken en tribunalen, en ook de ordehandhavers, rechtvaardigen hun optreden door zich te beroepen op wettelijke procedures en geschreven recht, terwijl de actoren op gemeenschapsniveau (traditionele chefs, religieuze leiders en culturele verenigingen) zich beroepen op bronnen zoals gewoontes, Congolees recht of religieuze waarden om geschillen op te lossen.

De voorkeur voor het gemeenschapsrecht van de lokale bevolkingen

Rechtzoekenden halen veel redenen aan waarom ze liever een beroep doen op gemeenschapsmechanismen dan op het burgerlijk recht. Ten eerste: nabijheid. In de provincie Ituri zijn de rechtbanken en gerechtshoven geconcentreerd in de grote agglomeraties, zoals over het algemeen het geval is in de Democratische Republiek Congo. Mensen van het platteland moeten dus vaak lange afstanden afleggen om toegang te krijgen tot burgerlijke rechtbanken. Deze belemmering is des te belangrijker in Ituri omdat het aanhoudende gewapende conflict lange reizen bijzonder gevaarlijk maakt.

Ten tweede is de toegang tot gemeenschapsmechanismen meestal gratis voor de bevolking, in tegenstelling tot de staatsrechtspraak die niet alleen traag is, maar meestal ook erg duur. Ten slotte zijn de lokale actoren vertrouwd met de lokale gebruiken, staan ze dicht bij de bevolking, spreken ze hun taal en zijn ze geneigd om duurzame oplossingen te zoeken door zich te richten op het herstel van de sociale vrede.

ExPEERience Talk #13

Neem op donderdag 29 februari deel aan de bijeenkomst om mee te discussiëren over de problemen die ontstaan door het naast elkaar bestaan van deze veelheid aan actoren betrokken bij het oplossen van geschillen in Ituri.

ExPEERience Talk #12 – Pre-trial detention in Uganda: Learnings from a study on knowledge, attitudes and practices

  • When? Thursday February, 15 2024 – 12pm (Bangui, Brussels, Kinshasa, Niamey, Rabat, Tunis) / 2pm (Dodoma, Nairobi, Kampala)
  • Langage: English
  • Free online event – Registration required

During this ExPEERience Talk #12, ASF’s team in Uganda will present the resutlts of a soon-to-be-published report on knowledge, attitudes and practices about pre-trial detention in Uganda.

Uganda has an elaborate legal framework regulating pre-trial detention, which includes detailed provisions regarding procedural and constitutional rights. Compliance with these provisions, however, continues to be a challenge: many persons going through the criminal justice system suffer violations of their human rights. These include arbitrary or illegal arrests, overstaying in police custody, the lack of access to police bond, or violations of the right to mandatory bail. The most vulnerable and indigent are those who suffer most from the lack of compliance with procedural and constitutional rights.

The report explores the knowledge, attitudes and practices of users of the criminal justice system, namely communities and pre-trial detainees, along with the perspectives of duty bearers, thereby shedding light on the root causes of violations of procedural and constitutional rights. With this evidence base, the report provides recommendations for action and positive reforms in the area of pre-trial detention.

Join us on February 15 to discuss how we can work together to improve the respect of fundamental rights in detention.

Related publications

Report – Protecting constitutional and procedural rights of pre-trial detainees through access to justice in Uganda

Bail in Uganda: A right or a privilege?

Ter verdediging van de verdedigers: advocaten en het repressieapparaat

Gerechtelijke vervolging, intimidatie, vrijheidsberoving en soms zelfs directe schending van de fysieke integriteit. Overal ter wereld worden advocaten die zich inzetten voor de mensenrechten, de civil society of kwetsbare bevolkingsgroepen geconfronteerd met bedreigingen en agressie, enkel en alleen omdat ze hun beroep uitoefenen.

Tot die trieste vaststelling komen wij en onze partners overal waar we actief zijn. Onze teams melden herhaaldelijk en in toenemende mate aanvallen op advocaten en, meer in het algemeen, verdedigers van de mensenrechten, in een wereldwijde context waarin de rechtsstaat wordt uitgehold, de burgerlijke vrijheden worden ingeperkt en de uitvoerende macht de wetgevende en gerechtelijke macht overvleugelt.

De gevaren voor advocaten bij aftakeling van de rechtsstaat

In de contexten waarin AdZG werkt, krijgen advocaten te maken met meerdere bedreigingen:

  • Enerzijds pesterijen, dreigementen en intimidatie of, in zeldzamere gevallen, directe schending van de fysieke integriteit door vertegenwoordigers van de autoriteiten of actoren die beweren deel uit te maken van de civiele maatschappij maar vaak zeer dicht bij de macht staan.
  • Anderzijds worden advocaten het slachtoffer van gerechtelijke vervolging en vrijheidsberoving:
    • Bij hun professionele activiteiten. Er wordt een beroep gedaan op vrijheidsbeperkende wetgeving of de immuniteit die advocaten horen te genieten wordt opgeheven. Smaad, laster of vergoelijking van terrorisme zijn de argumenten die het vaakst worden ingeroepen om vervolging te verantwoorden.
    • In hun privéleven. Advocaten worden vervolgd voor feiten die niets te maken hebben met hun beroep.

Deze repressieve tactieken worden ingezet door de gezagdragers als zij het gevoel hebben dat hun belangen in het gedrang zijn.

Advocaten zijn het vaakst het doelwit van deze aanvallen als ze:

  • De verdediging voeren van leden van de civil society, politieke opposanten en personen in kwetsbare situaties – allen mensen die zelf ook al het vaakst slachtoffer zijn van repressie door de staat.
  • Repressieve en willekeurige praktijken van staatsfunctionarissen aanklagen.
  • Hervormingen die de rechtsstaat bedreigen aan de kaak stellen.

Het doel van de autoriteiten is om de verdediging te beletten haar rol te spelen in de ondersteuning van de civil society tegenover de uitvoerende macht, en om degenen die het wagen hun praktijken in vraag te stellen te ontmoedigen en te isoleren.

De talrijke voorbeelden die deze tendens zeer concreet illustreren stemmen AdZG bijzonder somber.

In Tunesië werd meester Ayachi Hammani vervolgd voor zijn kritiek op de minister van Justitie na het willekeurige ontslag van meer dan vijftig rechters.

Eveneens in Tunesië werden meester Hayet Jazzar en meester Ayoub Ghedamsi vervolgd nadat ze hadden gepleit namens een slachtoffer van foltering door politieagenten.

Meester Manguareka werd in 2022 geïntimideerd nadat hij de belangen van een tegenstander van het regime had verdedigd in een rechtzaak in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Daar worden alle advocaten en hun balies als vijanden van de vrede bestempeld door groeperingen die dicht bij de macht aanleunen.

In Oeganda werd Nicholas Opiyo, advocaat gespecialiseerd in mensenrechten, samen met andere advocaten aangehouden en meerdere weken vastgehouden. Aanvankelijk werd hij zonder aanklacht gearresteerd, later werd hij vervolgd voor witwaspraktijken.

In Burundi werden vijf leden van partnerorganisaties aangehouden en gedurende vier maanden opgesloten, voornamelijk omdat ze samenwerkten met Advocaten Zonder Grenzen.

En zo zouden we helaas nog veel meer voorbeelden kunnen aanhalen.

Het is belangrijk om erop te wijzen dat al deze gevallen van elkaar verschillen en plaatsvinden in een specifieke context.

Maar in al deze landen gaat de toename van repressie tegen advocaten en mensenrechtenactivisten in het algemeen hand in hand met inperking van de burgerlijke vrijheden, die we overal waar we werken moeten constateren.

Wat ons hierbij belangrijk lijkt om te vermelden:

  • De toenemende vervolging van advocaten gaat samen met toegenomen repressie tegenover andere klokkenluiders en mensenrechtenverdedigers, of ze nu als professional dan wel als burger handelen.
  • Deze inperking van de burgerlijke vrijheden is het logische gevolg van de opmars van het populisme en het ter discussie stellen van de principes van de rechtsstaat die daarmee gepaard gaat.

Over het algemeen maakt deze inperking van de burgerlijke vrijheden de wildgroei van de uitvoerende macht tot regel, en dat ten nadele van de wetgevende en rechterlijke macht. Die verschuiving in de richting van meer autoritaire regimes wordt vaak versneld door de noodtoestand uit te roepen, een staat van beleg af te kondigen of een andere uitzonderingstoestand in te stellen, technieken die vaak worden gebruikt door het zittende regime om zogenaamd tijdelijke vrijheidsbeperkende maatregelen in te stellen op de lange termijn. Dit kan ook op abruptere wijze gebeuren bij een staatsgreep zoals recent het geval was in Tunesië of de Sahel.

In de landen waar AdZG actief is, implementeert de organisatie programma’s ter verdediging van de mensenrechten in samenwerking met de civiele samenleving en de balies.

AdZG en de lokale partners passen met name de volgende strategieën toe om advocaten en mensenrechtenactivisten bij te staan:

  • De oprichting van collectieven van advocaten en mensenrechtenactivisten zodat ze gezamenlijk hun rechten kunnen laten gelden en snel kunnen reageren bij bedreigingen.
  • De verdediging van advocaten als ze worden vervolgd of van hun vrijheid beroofd. Bij vervolging of vrijheidsberoving ondersteunt AdZG de verdediging van advocaten, met name door international actoren te mobiliseren en aan te sporen tot actie.
  • Het opvolgen van mensenrechtenschendingen en bedreigingen aan het adres van de burgerlijke samenleving en mensenrechtenverdedigers, onder andere advocaten. Op basis van deze monitoring ontwikkelt AdZG strategieën om te pleiten voor burgerlijke vrijheden en de verdediging van verdedigers van de mensenrechten; activisten en advocaten.

Justice ExPEERience, het mensenrechten netwerk gelanceerd door AdZG, viert haar tweede verjaardag

Twee jaar geleden lanceerde Advocaten Zonder Grenzen het netwerk Justice ExPEERience om mensenrechten beter te promoten. Tegelijkertijd werd er een onlineplatform opgestart met dezelfde naam ter ondersteuning van het netwerk. Deze verjaardag is voor ons de gelegenheid om terug te blikken op het ontstaan en het mandaat van het netwerk Justice ExPEERience en het bijhorende platform. We hebben zonet een verslag gepubliceerd over de eerste twee jaar van het netwerk, waarin de ontwikkelingen sinds de oprichting, de belangrijkste projecten en de vooruitzichten worden beschreven.

Sinds de start in 2021 is het netwerk aanzienlijk gegroeid. Momenteel telt het meer dan 600 leden die werkzaam zijn in 52 landen op 5 continenten. Het netwerk wil de banden aanhalen tussen de verschillende actoren die wereldwijd actief zijn rond het promoten van toegang tot justitie en mensenrechten. Op die manier kunnen ze gemakkelijker hun kennis met elkaar delen, hun capaciteit opbouwen en samenwerken rond gezamenlijke projecten om meer impact te hebben.

Het onlineplatform Justice ExPEERience is ook aanzienlijk verbeterd. In 2022 werd dit platform gekoppeld aan een mobiele applicatie die op elke smartphone kan worden gedownload. De interface van het platform was reeds beschikbaar in het Engels en het Frans en werd nu ook vertaald naar het Arabisch. Verder wordt er ook gewerkt aan een betere vlotheid, snelheid en gebruikerservaring van het Justice ExPEERience-platform.

De afgelopen twee jaar ontstonden er ook verschillende gemeenschappen, coalities en werkgroepen op Justice ExPEErience. Hierin werd er informatie gedeeld en samengewerkt in openbare groepen, maar kon men ook in afgesloten groepen samenwerken rond campagnes, mensenrechtenschendingsprojecten of strategische geschillen.