Bestrijden of bestendigen? De risico’s bij de zoektocht naar koloniale gerechtigheid

In deze bijdrage behandelt Kristen Parker, adjunct-professor aan de Simmons University (USA), de tekortkomingen en risico’s van de traditionele definities van waarheid en verzoening in een koloniale context. Aan de hand van de huidige Noorse en Finse waarheids- en verzoeningscommissies (Truth and Reconciliation Commission (TRC)) voor de Samen illustreert ze hoe TRC’s geweld kunnen bestendigen – en niet bestrijden – als ze er niet in slagen de problemen te herdefiniëren op het vlak van materiële, structurele gerechtigheid voor inheemse slachtoffers.

De afgelopen jaren hebben verschillende Scandinavische landen TRC’s opgestart om de koloniale agressie tegen de Samen, de enige inheemse bevolking op het Europese vasteland, te onderzoeken. Hoewel Zweden hun mandaat nog niet openbaar heeft gemaakt, hebben Noorwegen en Finland ons al inzicht gegeven in hun agenda. Hun doelstellingen van waarheid en verzoening lijken duidelijk in hun naam vervat te zitten. Als deze commissies echter niet in staat zijn hun betekenis in een koloniale context aan te passen, dan zullen ze niet alleen deze doelen niet behalen, maar riskeren ze ook nog meer geweld uit te oefenen op degenen die op zoek zijn naar gerechtigheid.

Waarheid: Benoemen van het eerste onrecht

TRC’s vinden de waarheid door de vraag te stellen: “Welk onrecht vond er plaats?”. TRC’s na conflicten en na autoritaire regimes zijn traditioneel gericht op mensenrechtenschendingen zoals genocide, foltering en gedwongen verdwijningen. Koloniale TRC’s hebben dit voorbeeld gevolgd, waarbij telkens vergelijkbare daden van extreme wreedheid werden genoemd. In Zuid-Afrika was dit de apartheid. In Canada waren het de woonscholen. In de Verenigde Staten, raciale terreur. Voor de Samen gaat het om inmenging in hun traditionele middelen van bestaan (bv. hoeden van rendieren, visserij), gedwongen religieuze bekering, vernietiging van heilige plaatsen, verbod op inheemse talen, enz. De wreedheid van dit beleid en gedrag geven echter niet de werkelijkheid weer – de waarheid van het kolonialisme.

In de context van het kolonialisme moeten TRC’s beginnen bij de erfzonde van landroof en bezetting – het Eerste Onrecht, zoals Edward Valandra zegt. Apartheid, woonscholen, raciale terreur en alle andere aanverwante gewelddaden zijn instrumenteel, een middel om een doel te bereiken. Kolonisten gebruiken deze instrumenten om intra- en interpersoonlijke contacten af te breken om potentiële solidariteit en verzet te ondermijnen. Elke nieuwe vorm van geweld versterkt het Eerste Onrecht en beschermt de economieën die het heeft opgebouwd.

Tot dusver lijkt het onwaarschijnlijk dat de Scandinavische TRC’s bereid zijn om het Eerste Onrecht aan te pakken. De Noorse TRC, die in 2018 is opgericht, heeft een mandaat voorgesteld dat gericht is op beleid dat voornamelijk betrekking heeft op de talen, de bestaansmiddelen en de ervaringen met discriminatie in onderwijs-, religieuze, academische, culturele en sociale instellingen van de Samen. De Finse TRC, die een jaar later werd opgericht, biedt meer met een mandaat dat wijst op het belang van “structurele verandering”, “het contact met land en water” en “belangrijke factoren die van invloed zijn op de verwezenlijking van de rechten van de Samen, zoals de klimaatverandering”.

Toch wordt in deze mandaten noch de historische koloniale landroof, noch de hedendaagse ervaringen van de Samen met politieke, economische en milieu-instellingen erkend. Deze essentiële vergetelheid is vooral opmerkelijk gezien het feit dat de koloniserende naties doorlopend verwoestende initiatieven zoals windmolenparken, mijnen en spoorwegen aanmoedigen (en de Samen daar voortdurend tegen reageren); dat ze herhaaldelijk Samen-beleidsmakers uitsluiten; dat ze de wettelijke bescherming van de Samen schenden; en dat ze internationale instructies om schadelijke projecten stop te zetten, negeren. Bij de formulering van de mandaten wordt het uitdrukkelijke belang van de Samen bij actieve, zelfbepaalde rechten op land en water genegeerd ten gunste van een passieve, symbolische “band” met hen.

Door bepaalde kwesties – die voor de Samen het belangrijkst zijn en die verband houden met het Eerste Onrecht – te negeren, hebben de TRC’s een kloof gecreëerd tussen hun verklaarde doelstellingen en de andere (en wellicht relevantere) beleidsprioriteiten van hun gastlanden. Het resultaat is dat de ene instelling een onvolledige, niet-authentieke weergave van de waarheid nastreeft, terwijl andere instellingen nieuwe vormen van geweld toepassen.

Verzoening: Samen, apart

Als een TRC bij de zoektocht naar de waarheid vraagt: ” Welk onrecht vond er plaats?”, dan vraagt men bij de verzoening: “Hoe kunnen we dit rechtzetten?”. Hoewel Noorwegen en Finland het erover eens zijn dat het doel van beide commissies verzoening is, veronderstelt hun opvatting dat het Eerste Onrecht buiten beschouwing wordt gelaten. Na het verleden te hebben verhuld door de nadruk te leggen op instrumenteel geweld, benadrukt de Noorse TRC natuurlijk doelstellingen als “erkenning van de ervaringen van de Samen” en “het tot stand brengen van een gemeenschappelijk begrip van het vernoorsingsbeleid en de gevolgen daarvan”. Evenzo hoopt de Finse TRC “het bewustzijn over de Samen en hun cultuur bij de meerderheid van de bevolking te vergroten, om zo de voorwaarden te scheppen voor een positieve ontwikkeling van de contacten tussen de bevolkingsgroepen”.

Geen van beide opvattingen over verzoening is inherent slecht. Als het benoemen van het probleem bepalend is voor de bepaling van de oplossing, dan zijn deze doelstellingen het verwachte antwoord op de problemen die in de respectieve mandaten worden beschreven. Dit is interactionele rechtvaardigheid, een interpersoonlijk fenomeen dat massaslachtofferschap interpreteert als een grote hoeveelheid discrete gewelddaden tussen identificeerbare slachtoffers en daders. Verzoening is dan ook het apolitiek cultiveren van wederzijds begrip, relationeel herstel en, uiteindelijk, integratie van degenen die door geweld gescheiden zijn.

Helaas staat integratie in een koloniale context gelijk aan geweld. Rauna Kuokkanen legt uit: “Kolonialisme wordt geïnformeerd en gedreven door een duurzame “logica van eliminatie” die erop gericht is inheemse volkeren te verwijderen [en die werkt] aan het “geleidelijk verdwijnen [ervan] op verschillende manieren: uitroeiing, verdrijving, opsluiting, insluiting en assimilatie” (Veracini 2010, pp. 16-17).” Binnen dit kader lijkt de interactionele rechtvaardigheid van de Scandinavische TRC’s een poging om de Samen-dreiging in te dammen en te neutraliseren. Wanneer Noorwegen en Finland herstel bieden voor interpersoonlijke en culturele schade, dan zetten ze een lokkertje op. In een loutere voorstelling van gerechtigheid bieden ze datgene wat gemakkelijk te geven is – excuses van de staat, aanklacht tegen haatmisdrijven, onderwijshervorming, herdenkingspogingen – om de Samen te sussen. Ondertussen houden ze echte gerechtigheid achter, en plukken ze de economische vruchten. Nu kunnen de Scandinavische leiders welwillendheid veinzen terwijl ze doorgaan met lucratieve projecten op Samen-land en hun legitieme klachten afwijzen met het argument dat ze zich al “verzoend” hebben. Dit is geen echte gerechtigheid.   

Het tegengif – en het ontbrekende stuk in deze Scandinavische TRC’s – is structurele rechtvaardigheid. Structurele rechtvaardigheid vloeit voort uit de waarheid van het Eerste Onrecht en brengt, in de woorden van Catherine Lu, “onze kijk op het verlenen van rechtvaardigheid in een context van een politieke ramp verder dan slachtoffers en daders en naar de institutionele, normatieve en materiële omstandigheden waarin ze interageren”. In de praktijk pakt structurele rechtvaardigheid de onderliggende oorzaken van het onrecht aan, verlicht ze de verergerende schade van instrumenteel geweld en voorkomt ze dat historische schade zich in het heden en in de toekomst herhaalt. Het ontwricht systemen die kolonialistische economieën in stand houden en richt zich op materiële, verdelende rechtvaardigheid voor inheemse volkeren.

Uiteraard vereist de verwezenlijking van een dergelijke radicale visie op rechtvaardigheid een enorme verschuiving ten opzichte van onze huidige positie. De Scandinavische koloniale machten zullen de waarheid moeten vertellen – de volledige waarheid – over hun rol in de onderdrukking en onteigening van de Samen. Dan zullen ze een verzoening moeten nastreven die niet de ontkrachtende verzoening-als-incorporatie is, maar een alternatieve, versterkende verzoening-als-scheiding. Verzoening kan alleen ontstaan wanneer gelijke partijen, die beiden de waardigheid van zelfbeschikking bezitten, ervoor kiezen om samen verder te gaan. En voor inheemse volkeren moet zo’n relatie beginnen met land.

Conclusie

De Scandinavische TRC’s zijn bereid de waarheid van het Eerste Onrecht te negeren en land- en waterrechten als verzoening te ontkennen. Hoewel hun uiteindelijke aanbevelingen ons kunnen verrassen, wijzen hun huidige mandaten erop dat deze commissies weinig meer zullen zijn dan rookgordijnen voor verdere en voortdurende schade aan de materiële belangen van de Samen. Door de functionele uitingen van geweld centraal te stellen, maar niet de onderliggende oorzaken, behandelen ze wel de symptomen, maar niet de ziekte van het kolonialisme. Bovendien zullen ze, door een dergelijk referentiekader te kiezen, het Eerste Onrecht ongemoeid laten en het pad effenen voor een mutatie en voortbestaan ervan in een nieuwe vorm in de toekomst.

En in het hoge noorden transformeert het kolonialisme, het doet alsof het in dit liberale, moderne tijdperk vervaagt terwijl het iets veel dodelijkers wordt. De voormalige voorzitter van het Noorse Samen-parlement, Aili Keskitalo, waarschuwt voor “groen kolonialisme” of de voortdurende overheersing en uitbuiting van bezette volkeren met “de strijd tegen klimaatverandering als excuus voor imperialisme”. Als de Scandinavische landen weigeren waarheid en verzoening opnieuw te definiëren, dan worden ze datgene waartegen ze zich zeggen te verzetten.

In dit nieuwe tijdperk van transitionele justitie, is het inderdaad mogelijk dat TRC’s het kolonialisme niet bestrijden, maar bestendigen.

Auteur

Kristen Parker, MSW is een adjunct-professor aan de Simmons University (USA) , een medewerker van het Ahimsa Collective, en een nieuw lid van de werkgroep Gendergerelateerd Geweld bij het European Forum for Restorative Justice. Ze behaalde haar professionele erkenning in Restorative Justice aan de Vermont Law and Graduate School en haar Master of Social Work met een specialisatie in Trauma en Interpersoonlijk Geweld aan de Simmons University. Kristen werd geïnspireerd om herstelrecht na te streven door rechtstreeks te werken met slachtoffers en daders van huiselijk en seksueel geweld. Haar professionele belangstelling gaat uit naar herstelrecht en transitionele justitie, massaslachtofferschap, gendergerelateerd geweld en de wisselwerking tussen macht, privileges en strijd voor collectieve bevrijding.

Transitional Justice & Historical Redress

Dit artikel werd gepubliceerd in het kader van de speciale reeks Transitional Justice & Historical Redress, een samenwerking tussen Advocaten Zonder Grenzen en het Leuvens Instituut voor Criminologie