De toegang tot rechtsmiddelen in de mijnbouwindustrie van Tanzania verbeteren

De mijnbouwindustrie in Tanzania blijft groeien, gedreven door de wereldwijde vraag naar mineralen vereist voor de energietransitie, en de bouw van de Oost-Afrikaanse oliepijpleiding (EACOP: East African Crude Oil Pipeline) gaat door. De toegang tot rechtsmiddelen voor individuen en gemeenschappen wier rechten door de ontginningsindustrie worden geschonden zou dan ook een belangrijke prioriteit moeten zijn voor de Tanzaniaanse regering en de privébedrijven.

Voor dit rapport is onderzoek gedaan in vier regio’s van Tanzania: Mara, Shinyanga, Tanga en Manyara. Het onderzoek richtte zich op drie winningsprojecten: de goudmijn van Barrick North Mara, de Williamson diamantmijn en oliepijp EACOP. Deze projecten kunnen mogelijk bijdragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling van het land, maar hun snelle groei is ook verantwoordelijk voor aanzienlijke milieuschade en talrijke mensenrechtenschendingen, waaronder gedwongen verhuizingen en geweld tegen de lokale bevolking, met name vrouwen.

Het rapport geeft een overzicht van het functioneren van de mechanismen op staatsniveau van juridische aard (rechtbanken), van niet-juridische aard (overheidsinstellingen voor de bescherming van de mensenrechten)]  en niet-statelijke mechanismen (klachtenprocedures bij bedrijven). Vervolgens gaat de studie het kennisniveau na van zowel gemeenschappen als rechtshulpverleners, evenals de obstakels waar ze mee geconfronteerd worden als ze toegang proberen te krijgen tot deze verschillende mechanismen.

De studie laat zien dat leden van gemeenschappen en rechtshulpverleners aanzienlijke moeilijkheden hebben om toegang te krijgen tot de rechtbanken, vooral doordat ze niet over de nodige financiële middelen beschikken of geen toegang hebben tot een advocaat. Hun kennis van de werking en de rol van het rechtssysteem is vaak vrij goed. Van de niet-juridische mechanismen die door de staat zijn ingesteld hebben ze daarentegen over het algemeen weinig kennis: ze weten niet hoe deze organen functioneren, hoe ze er toegang toe kunnen krijgen en welke soorten rechtsmiddelen ze kunnen bieden. Slachtoffers van schendingen wenden zich dan ook in de eerste plaats tot de lokale autoriteiten, omdat dat laagdrempeliger is.

Het onderzoek analyseert ook de bestaande klachtenprocedures die rechtstreeks door bedrijven worden beheerd. Uit de studie kwam naar voren dat de bedrijven zich onvoldoende hadden ingezet om de lokale gemeenschappen te wijzen op het bestaan van deze procedures. Ook hadden ze de lokale‧rechtsbijstandverleners te weinig geconsulteerd of betrokken bij het ontwerp van de procedures, wat had kunnen zorgen voor een beter begrip van de mechanismen door degenen die er gebruik van zouden willen maken.

Op basis van de bevindingen van de studie, beveelt AdZG aan dat alle actoren die rechtsmiddelen aanreiken voor slachtoffers van rechtenschendingen door activiteiten van de mijnbouwsector, de toegang tot en de werking van deze mechanismen beter bekend maken door gerichte en doeltreffende sensibiliseringsstrategieën op te zetten. Om het succes, de doeltreffendheid en de toegankelijkheid van de verschillende klachtenprocedures te verbeteren, zouden deze instanties regelmatige feedbackmechanismen moeten voorzien die de werking ervan kunnen verbeteren. Met name de Tanzaniaanse overheid moet de toegang tot de staatsmechanismen verbeteren en ervoor zorgen dat overheids- en niet-overheidsactoren de beslissingen daarvan respecteren, om de geloofwaardigheid van de verschillende rechtsmiddelen en het vertrouwen van de getroffen gemeenschappen erin te vergroten.

Improving access to remedy for Tanzania’s extractives sector

ASF in Tanzania

General context

Tanzania, the largest country in East Africa, is a union of the separate states of Tanganyika and Zanzibar. In contrast to some of the neighbours, it has never experienced sustained violent conflict, at least on the mainland. While it has, ever since independence, been dominated by the single ruling Chama Cha Mapinduzi (CCM) party, there was a notable sharp decline in democratic and civic space during the presidency of John Magufuli (2015 – 2021).

When current president Samia Suluhu Hassan succeeded him in 2021, she showed a purported willingness to undo these restrictions of public freedoms. The government lifted bans on newspapers and on political rallies that her predecessor had imposed, and President Suluhu reached out to her political opponents. The main opposition leader and former presidential candidate, Tundu Lissu, returned to Tanzania after more than two years in exile in Europe, and held, together with supporters of his party, Chadema, his first major political rally in January 2024. Despite these gestures, the government has yet to review laws restricting freedom of expression and association that were passed during Magufuli’s reign. In addition, the recent crackdown on critics of a port deal with the United Arab Emirates and on activists representing marginalised groups show that challenges remain. President Samia Suhulu Hassan has also been criticized for delaying the constitutional reforms she had promised to undertake ahead of the 2024 local elections and 2025 general elections.

Extractive industries are a major source of economic activity in Tanzania, with the mining sector alone contributing 9.7% to the country’s total GDP in 2022. In the global rush to achieve the energy transition towards cleaner renewable technologies, the demand for critical minerals extracted in Tanzania is continuing to grow. Tanzania signed a deal to host the East African Crude Oil Pipeline (EACOP), which is the world’s longest heated oil pipeline, expected to transport oil from Uganda’s Lake Albert to the port of Tanga in Tanzania.

These extractive projects in Tanzania are the source of many human rights concerns, including environmental degradation, forced evictions, the disruption of livelihoods, and violence towards communities, in particular women. In the context of growing mining operations and the construction of EACOP, the question of access to effective remedy for communities affected by extractive industries is a key priority for ASF.

ASF, IPIS, Hakirasilimali and BHRT have partnered under the DGD2 project in Tanzania, which aims to empower Tanzanian communities and civil society organizations to engage government and industry in fostering access to justice, good governance and human rights. The project’s attention is on the extractive sectors (oil and gas, forestry and mining) and covers four regions, namely Tanga, Mara, Shinyanga and Manyara.    

The project is focused on three interconnected result areas: (i) documenting human rights issues; (ii) fostering access to remedy and (iii) facilitating evidence-based dialogues to promote policy change.    

ASF’s main role is to assist justice seekers in accessing judicial or non-judicial remedies for human rights violations through capacity-building activities for legal aid service providers and affected communities. Given the risks encountered by human rights defenders, ASF also intends to ensure the legal protection of those facing arbitrary arrests or others forms of intimidation. Lastly, ASF will make use of strategic litigation to advance communities’ rights as well as broader social and policy goals related to the extractive industry.  

Ter verdediging van de verdedigers: advocaten en het repressieapparaat

Gerechtelijke vervolging, intimidatie, vrijheidsberoving en soms zelfs directe schending van de fysieke integriteit. Overal ter wereld worden advocaten die zich inzetten voor de mensenrechten, de civil society of kwetsbare bevolkingsgroepen geconfronteerd met bedreigingen en agressie, enkel en alleen omdat ze hun beroep uitoefenen.

Tot die trieste vaststelling komen wij en onze partners overal waar we actief zijn. Onze teams melden herhaaldelijk en in toenemende mate aanvallen op advocaten en, meer in het algemeen, verdedigers van de mensenrechten, in een wereldwijde context waarin de rechtsstaat wordt uitgehold, de burgerlijke vrijheden worden ingeperkt en de uitvoerende macht de wetgevende en gerechtelijke macht overvleugelt.

De gevaren voor advocaten bij aftakeling van de rechtsstaat

In de contexten waarin AdZG werkt, krijgen advocaten te maken met meerdere bedreigingen:

  • Enerzijds pesterijen, dreigementen en intimidatie of, in zeldzamere gevallen, directe schending van de fysieke integriteit door vertegenwoordigers van de autoriteiten of actoren die beweren deel uit te maken van de civiele maatschappij maar vaak zeer dicht bij de macht staan.
  • Anderzijds worden advocaten het slachtoffer van gerechtelijke vervolging en vrijheidsberoving:
    • Bij hun professionele activiteiten. Er wordt een beroep gedaan op vrijheidsbeperkende wetgeving of de immuniteit die advocaten horen te genieten wordt opgeheven. Smaad, laster of vergoelijking van terrorisme zijn de argumenten die het vaakst worden ingeroepen om vervolging te verantwoorden.
    • In hun privéleven. Advocaten worden vervolgd voor feiten die niets te maken hebben met hun beroep.

Deze repressieve tactieken worden ingezet door de gezagdragers als zij het gevoel hebben dat hun belangen in het gedrang zijn.

Advocaten zijn het vaakst het doelwit van deze aanvallen als ze:

  • De verdediging voeren van leden van de civil society, politieke opposanten en personen in kwetsbare situaties – allen mensen die zelf ook al het vaakst slachtoffer zijn van repressie door de staat.
  • Repressieve en willekeurige praktijken van staatsfunctionarissen aanklagen.
  • Hervormingen die de rechtsstaat bedreigen aan de kaak stellen.

Het doel van de autoriteiten is om de verdediging te beletten haar rol te spelen in de ondersteuning van de civil society tegenover de uitvoerende macht, en om degenen die het wagen hun praktijken in vraag te stellen te ontmoedigen en te isoleren.

De talrijke voorbeelden die deze tendens zeer concreet illustreren stemmen AdZG bijzonder somber.

In Tunesië werd meester Ayachi Hammani vervolgd voor zijn kritiek op de minister van Justitie na het willekeurige ontslag van meer dan vijftig rechters.

Eveneens in Tunesië werden meester Hayet Jazzar en meester Ayoub Ghedamsi vervolgd nadat ze hadden gepleit namens een slachtoffer van foltering door politieagenten.

Meester Manguareka werd in 2022 geïntimideerd nadat hij de belangen van een tegenstander van het regime had verdedigd in een rechtzaak in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Daar worden alle advocaten en hun balies als vijanden van de vrede bestempeld door groeperingen die dicht bij de macht aanleunen.

In Oeganda werd Nicholas Opiyo, advocaat gespecialiseerd in mensenrechten, samen met andere advocaten aangehouden en meerdere weken vastgehouden. Aanvankelijk werd hij zonder aanklacht gearresteerd, later werd hij vervolgd voor witwaspraktijken.

In Burundi werden vijf leden van partnerorganisaties aangehouden en gedurende vier maanden opgesloten, voornamelijk omdat ze samenwerkten met Advocaten Zonder Grenzen.

En zo zouden we helaas nog veel meer voorbeelden kunnen aanhalen.

Het is belangrijk om erop te wijzen dat al deze gevallen van elkaar verschillen en plaatsvinden in een specifieke context.

Maar in al deze landen gaat de toename van repressie tegen advocaten en mensenrechtenactivisten in het algemeen hand in hand met inperking van de burgerlijke vrijheden, die we overal waar we werken moeten constateren.

Wat ons hierbij belangrijk lijkt om te vermelden:

  • De toenemende vervolging van advocaten gaat samen met toegenomen repressie tegenover andere klokkenluiders en mensenrechtenverdedigers, of ze nu als professional dan wel als burger handelen.
  • Deze inperking van de burgerlijke vrijheden is het logische gevolg van de opmars van het populisme en het ter discussie stellen van de principes van de rechtsstaat die daarmee gepaard gaat.

Over het algemeen maakt deze inperking van de burgerlijke vrijheden de wildgroei van de uitvoerende macht tot regel, en dat ten nadele van de wetgevende en rechterlijke macht. Die verschuiving in de richting van meer autoritaire regimes wordt vaak versneld door de noodtoestand uit te roepen, een staat van beleg af te kondigen of een andere uitzonderingstoestand in te stellen, technieken die vaak worden gebruikt door het zittende regime om zogenaamd tijdelijke vrijheidsbeperkende maatregelen in te stellen op de lange termijn. Dit kan ook op abruptere wijze gebeuren bij een staatsgreep zoals recent het geval was in Tunesië of de Sahel.

In de landen waar AdZG actief is, implementeert de organisatie programma’s ter verdediging van de mensenrechten in samenwerking met de civiele samenleving en de balies.

AdZG en de lokale partners passen met name de volgende strategieën toe om advocaten en mensenrechtenactivisten bij te staan:

  • De oprichting van collectieven van advocaten en mensenrechtenactivisten zodat ze gezamenlijk hun rechten kunnen laten gelden en snel kunnen reageren bij bedreigingen.
  • De verdediging van advocaten als ze worden vervolgd of van hun vrijheid beroofd. Bij vervolging of vrijheidsberoving ondersteunt AdZG de verdediging van advocaten, met name door international actoren te mobiliseren en aan te sporen tot actie.
  • Het opvolgen van mensenrechtenschendingen en bedreigingen aan het adres van de burgerlijke samenleving en mensenrechtenverdedigers, onder andere advocaten. Op basis van deze monitoring ontwikkelt AdZG strategieën om te pleiten voor burgerlijke vrijheden en de verdediging van verdedigers van de mensenrechten; activisten en advocaten.

Access to Remedy and Extractive Industries: The Challenges of Legal Aid Providers in Tanzania – Issue 3

(Engels) Toegang tot rechtsmiddelen voor mensenrechtenschendingen in Oost-Afrika:Lessen uit het perspectief van maatschappelijke organisaties tijdens de Oost-Afrikaanse conferentie over bedrijfsleven en mensenrechten

(Frans) Toegang tot rechtsmiddelen voor mensenrechtenschendingen in Oost-Afrika:Lessen uit het perspectief van maatschappelijke organisaties tijdens de Oost-Afrikaanse conferentie over bedrijfsleven en mensenrechten

(Engels) Darubini – Tanzania’s mining policy on local content: Progress and associated challenges

Justice ExPEERience, het mensenrechten netwerk gelanceerd door AdZG, viert haar tweede verjaardag

Twee jaar geleden lanceerde Advocaten Zonder Grenzen het netwerk Justice ExPEERience om mensenrechten beter te promoten. Tegelijkertijd werd er een onlineplatform opgestart met dezelfde naam ter ondersteuning van het netwerk. Deze verjaardag is voor ons de gelegenheid om terug te blikken op het ontstaan en het mandaat van het netwerk Justice ExPEERience en het bijhorende platform. We hebben zonet een verslag gepubliceerd over de eerste twee jaar van het netwerk, waarin de ontwikkelingen sinds de oprichting, de belangrijkste projecten en de vooruitzichten worden beschreven.

Sinds de start in 2021 is het netwerk aanzienlijk gegroeid. Momenteel telt het meer dan 600 leden die werkzaam zijn in 52 landen op 5 continenten. Het netwerk wil de banden aanhalen tussen de verschillende actoren die wereldwijd actief zijn rond het promoten van toegang tot justitie en mensenrechten. Op die manier kunnen ze gemakkelijker hun kennis met elkaar delen, hun capaciteit opbouwen en samenwerken rond gezamenlijke projecten om meer impact te hebben.

Het onlineplatform Justice ExPEERience is ook aanzienlijk verbeterd. In 2022 werd dit platform gekoppeld aan een mobiele applicatie die op elke smartphone kan worden gedownload. De interface van het platform was reeds beschikbaar in het Engels en het Frans en werd nu ook vertaald naar het Arabisch. Verder wordt er ook gewerkt aan een betere vlotheid, snelheid en gebruikerservaring van het Justice ExPEERience-platform.

De afgelopen twee jaar ontstonden er ook verschillende gemeenschappen, coalities en werkgroepen op Justice ExPEErience. Hierin werd er informatie gedeeld en samengewerkt in openbare groepen, maar kon men ook in afgesloten groepen samenwerken rond campagnes, mensenrechtenschendingsprojecten of strategische geschillen.

Oost-Afrika – Bescherming van de burgerlijke ruimte: via Procesvoering in het Algemeen Belang

In 2022 lanceerde het Oost-Afrikaanse kantoor van ASF een project dat drie landen in de regio bestrijkt: Burundi, Tanzania en Oeganda. Het doel van het project is bij te dragen tot de bevordering van de rechtsstaat door het begrijpen en gebruiken van regionale mensenrechteninstellingen, -mechanismen en -instrumenten door plaatselijke middenveldorganisaties.

In de praktijk richt het project zich op het bevorderen van het gebruik van procesvoering in het algemeen belang als een instrument om invloed uit te oefenen, om positieve hervormingen teweeg te brengen op het vlak van de burgerlijke ruimte en vrijheden. In haar interventielanden heeft ASF bestaande en aankomende gedingen geïdentificeerd die geleid worden door middenveldorganisaties. Via het project wordt financiële en technische steun verleend aan deze gedingen, samen met een strategische reflectie over hoe hun bereik kan worden vergroot door middel van pleitbezorging en externe engagementen. Een belangrijk aspect van het project, gezien de regionale aard ervan, is ook het ondersteunen van zaken die regionale mechanismen mobiliseren zoals het Oost-Afrikaanse Hof van Justitie of het Afrikaanse Hof voor Mensen- en Volkerenrechten (ACHPR).

Met de steun van de Pan African Lawyers’ Union, werkt ASF aan juridische voorstellen voor de ACHPR over het recht op vereniging, die een dozijn Afrikaanse staten bestrijken. Onze waarnemingen en juridische analyses brachten ons tot de overtuiging dat de praktijken en wetten die van toepassing zijn op NGO’s in heel wat Afrikaanse staten in strijd zijn met de vrijheid van vereniging. Deze voorstellen zijn gericht op het handhaven van fundamentele burgerlijke vrijheden en het opleggen van een positieve verplichting aan de staten om de geldende wetten te hervormen en een einde te maken aan praktijken die het recht op vereniging schenden. 

ASF biedt ook financiële en technische ondersteuning voor een grondwettelijke petitie die door middenveldorganisaties, waaronder Chapter Four, is ingediend bij het Oegandese Grondwettelijk Hof om de grondwettelijkheid aan te vechten van de wet op computermisbruik, die in oktober 2022 werd gestemd. Hoewel dit controversiële stuk wetgeving door de regering is geprezen als een noodzakelijke bescherming van de privacy in het digitale tijdperk, wordt het door veel lokale middenveldorganisaties gezien als een schending van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid.