Strijden voor de decriminalisering van armoede en kleine vergrijpen

poverty is not a crime

Dit artikel is overgenomen van het jaarverslag 2021 van Avocats Sans Frontières.

In Marokko, net als in andere landen, zet ASF zich in voor de decriminalisering van armoede en kleine vergrijpen. Deze delicten treffen vooral kwetsbare groepen, met name mensen in een precaire socio-economische situatie en mensen die worden gediscrimineerd op grond van hun gender, afkomst of seksuele geaardheid. De criminalisering van dit soort delicten draagt sterk bij tot de overbevolking in de gevangenissen in heel wat (vooral Afrikaanse) landen.

Binnen de context van de wereldwijde coronapandemie werd in 2021 in Marokko de pan-Afrikaanse campagne voor de decriminalisering van armoede en kleine vergrijpen gelanceerd. Deze campagne vond zijn oorsprong in de Engelstalige Afrikaanse landen. Tijdens de coronapandemie steeg het aantal arrestaties namelijk aanzienlijk waardoor het gevangeniswezen dat reeds onder druk stond, nog verder overbelast werd. ASF en haar partners, Adala en het OMP (Observatoire Marocain des Prisons), hebben hun krachten en expertise gebundeld om de dialoog tussen de verschillende actoren van het maatschappelijk middenveld te versterken met het oog op het definiëren van een gemeenschappelijke strategie voor advocacy en wetshervorming.

De partners organiseerden een workshop waar ervaringen uitgewisseld werden tussen Tunesische en Marokkaanse actoren zodat de prioriteiten en de strategie voor de campagne in beide landen bepaald kan worden. In Marokko is dit des te belangrijker omdat het land zich in 2013 ertoe heeft verbonden om het strafwetboek te hervormen door de invoering van het handvest “Charte pour la réforme du système judiciaire”. Het is dan ook van essentieel belang dat de actoren van het maatschappelijk middenveld dit moment aangrijpen om de overheden, met name het ministerie van Justitie en het parlement, aan te spreken op een herziening van het strafwetboek die rekening houdt met de ervaringen van degenen die worden berecht en met het discriminerende karakter van de criminalisering van armoede en kleine vergrijpen. Op die manier kan er effectief ingespeeld worden op het probleem van de overbevolking in de gevangenissen.

Gedetineerd zijn in de Makala gevangenis ten tijde van de Covid-19 pandemie : Interview met de NGO PRODHOJ

Samuel Atweka is advocaat bij de balie van Kinshasa/Gombe in de Democratische Republiek Congo.

Hij is tevens voorzitter van de NGO “Promotion des droits de l’homme et de la justice” (PRODHOJ).

Gysy Umba is advocaat bij de balie van Kinshasa/Matete en lid van PRODHOJ. Ze heeft interviews afgenomen met gedetineerden van de Makala-gevangenis, voornamelijk minderjarigen.

Tussen maart en september 2021 heeft PRODHOJ, met de steun van Advocaten Zonder Grenzen, monitoring verricht om de detentieomstandigheden en de toegang tot justitie in de centrale gevangenis van Kinshasa, bekend als “Makala”, te evalueren in de context van de Covid19-pandemie. Makala, wat “steenkool” betekent in het Lingala, is de grootste gevangenis van de DRC. De gevangenis werd gebouwd tijdens de Belgische kolonisatie in 1957 om 1.500 gedetineerden te huisvesten, vandaag telt ze bijna 9.000 gedetineerden, wat neerkomt op een bezettingsgraad van bijna 600%.

Voor ASF was het niet meer dan normaal om met PRODHOJ samen te werken om deze monitoring uit te voeren. De in 2019 opgerichte NGO wil bijdragen tot de opkomst van de rechtsstaat door de bevordering en de verdediging van de mensenrechten, de toegang tot justitie en de eerbiediging van het recht op een eerlijk proces. Deze doelstellingen staan centraal in al haar acties, met name via het toezicht op schendingen van de mensenrechten, waarneming van processen en diensten voor gerechtelijke of buitengerechtelijke bijstand. De NGO ontwikkelt ook activiteiten voor capaciteitsopbouw op het gebied van mensenrechten, justitie en belangenbehartiging.

Welke maatregelen zijn er genomen in de DRC na de gezondheidscrisis? Wat zijn de resultaten van deze maatregelen?

Samuel Atweka [SA] : Op 21 maart 2020 heeft de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie een circulaire uitgevaardigd om de gevangenissen in de DRC te ontlasten. De circulaire had tot doel de verspreiding van Covid-19 in de gevangenissen tegen te gaan. Het bevatte criteria voor gedetineerden die in aanmerking komen voor vrijlating, zoals gedetineerden in voorlopige hechtenis, gedetineerden die terechtstaan voor lichte strafbare feiten en gedetineerden die een transactieboete kunnen betalen om voorlopig te worden vrijgelaten. Deze circulaire is nog steeds van kracht. De tenuitvoerlegging ervan stuitte echter op reeds bestaande structurele disfuncties in de strafrechtketen.

In de circulaire worden ook maatregelen uiteengezet die in detentiecentra toegepast moeten worden om gedetineerden te beschermen tegen de zich verspreidende pandemie. Maar ook hier was het moeilijk om deze maatregelen uit te voeren gezien het disfunctionele karakter van de gevangenisadministratie in het land.

We hadden geen toegang tot het register dat ons in staat stelt precies te weten hoeveel gedetineerden baat hadden bij de decongestiemaatregelen van de circulaire van maart 2020. Volgens de nationale mensenrechtencommissie (CNDH) hebben in april 2020 minder dan 50 gedetineerden hiervan gebruik kunnen maken. Dit is uiteraard zeer weinig in vergelijking met wat we tijdens onze monitoring hebben kunnen documenteren.

Vandaag zeggen de magistraten die we hebben ontmoet dat ze niet langer rekening houden met deze circulaire. Het lijkt er ook op dat op het niveau van het Ministerie van Justitie geen druk uitgeoefend wordt om deze circulaire toe te passen.

Wat waren de doelstellingen van de monitoring die u in samenwerking met ASF uitgevoerd hebt? Hoe is het gegaan?

Gysy Umba [GU] : We wilden de omstandigheden van de detentie van gedetineerden in deze periode van de gezondheidscrisis observeren, met hen praten om beter te begrijpen of hun fundamentele rechten in deze periode geëerbiedigd worden en werden, of ze voldoende ingelicht werden over de beschermende maatregelen tegen Covid-19. We hebben ook met het gevangenispersoneel gesproken om hun gevoelens te vergelijken met die van de gedetineerden.

Daartoe hebben we verschillende bezoeken gebracht aan de Makala-gevangenis met onze monitoringinstrumenten: observatieformulier, interviewformulier voor gedetineerden en interviewformulier voor gevangenispersoneel.

We hebben 255 gedetineerden geïnterviewd, onder wie 230 mannen (van wie 53 minderjarigen die kinderen in strijd met de wet genoemd worden[1]) en 25 vrouwen (van wie één minderjarig meisje).

We ontmoetten de gedetineerden in de bezoekkamers. Soms moesten we lang wachten omdat de gedetineerden speciale pakken moeten aantrekken voordat ze de bezoekzaal in mogen. Er zijn er maar heel weinig van. Dus moeten de gedetineerden wachten tot er een gedetineerde uit de bezoekkamer komt om het pak te halen.

Wat was voor u het belangrijkste?

[GU] : Tijdens de monitoring heb ik vooral met de minderjarigen gesproken. Ik kon zien dat hun hygiëne en sanitaire omstandigheden zeer precair zijn. Een van de minderjarigen vertelde me dat hij zich waste met vuil water. Velen lijden aan huidproblemen.

Tijdens een bezoek, merkte ik dat een kind erg ziek was. Hij plaste bloed. In Makala kon hij geen goede zorg krijgen. Ik moest tussenbeide komen om hem naar een ander centrum over te brengen, zodat hij goed verzorgd kon worden.

De minderjarigen klaagden ook over het door de administratie verstrekte voedsel. Het is slecht en onvoldoende. Sommige minderjarigen verkopen hun eten aan hun leeftijdsgenoten om koekjes of water te kopen. Minderjarigen met familie krijgen voedingssupplementen tijdens bezoeken. Maar de minderjarigen zonder familie hebben geen andere keuze dan te eten wat hen gegeven wordt, en dat is elke dag hetzelfde, in dit geval de voorkeursmaaltijd van alle gedetineerden (van alle leeftijden), Vungulé (een mengsel van bonen en maïs, gemengd en samen klaargemaakt).

Wat zijn de belangrijkste bevindingen die u tijdens deze zeven maanden van monitoring geconstateerd hebt?

[SA] : De belangrijkste bevinding is dat de hele strafrechtketen disfunctioneel is. Dit disfunctioneren leidt tot dramatische situaties in menselijk opzicht en tot ernstige schendingen van de fundamentele rechten. In Makala blijven veel mannen, vrouwen en kinderen onder onmenselijke omstandigheden gevangen gehouden worden, hoewel er geen geldige reden is om hen gevangen te houden. Met een goed functionerend rechtssysteem zou het probleem van de overbevolking in de gevangenissen voor een deel opgelost kunnen worden.

De overgrote meerderheid van de gedetineerden in Makala bevindt zich in onrechtmatige detentie. In april 2020 werd deze bevinding bevestigd in een rapport van de nationale mensenrechtencommissie (CNDH).

De duidelijke traagheid bij de behandeling van zaken leidt ertoe dat gedetineerden in onrechtmatige hechtenis gehouden worden. De pandemie heeft deze traagheid nog verscherpt door de opschorting van de processen, zoals hierboven vermeld. Gedetineerden brengen maanden door zonder een magistraat te zien. De overgrote meerderheid van de detenties is niet geregulariseerd. De door de magistraten onderzochte zaken blijven op het secretariaat liggen zonder dat de dossiers voor de rechtbanken komen. Volgens de Congolese wet heeft het Openbaar Ministerie een termijn van 115 dagen om een zaak te onderzoeken, maar uit waarnemingen ter plaatse blijkt dat sommige gedetineerden maanden of zelfs jaren in dit centrum voor voorlopige hechtenis doorbrengen.

We zagen gevallen van gedetineerden die soms jaren wachten voordat hun zaak onderzocht wordt. Dit is het geval voor een gedetineerde die we tijdens onze monitoring ontmoet hebben en die vervolgd wordt voor gewone slagen en verwondingen. Hij zit al vijf jaar in voorlopige hechtenis, hoewel de maximumstraf die in het Strafwetboek voor dit soort feiten is vastgesteld, zes maanden bedraagt. Indien de gedetineerden geen advocaat hebben of geen familie om de zaak op te volgen, laat het openbaar ministerie het dossier rusten.

In andere gevallen is de rechterlijke beslissing eenvoudigweg niet aan de gedetineerde betekend. Deze situatie leidt tot ernstige schendingen van het recht op verdediging. In het Congolese recht gaan, wanneer een vonnis uitgesproken wordt in afwezigheid van de verweerder, de termijnen voor het recht van beroep in op de dag waarop de verweerder in kennis gesteld wordt van de rechterlijke beslissing. Zo konden we in beroep gaan tegen een beslissing voor een persoon die al 7 jaar in hechtenis zat. Hij was nooit op de hoogte gebracht van zijn 15-jarige gevangenisstraf.

We zijn ook een geval tegengekomen van een gedetineerde die al 18 jaar in de gevangenis zit. Hij is berecht, maar er is geen verslag van deze beslissing. We hebben de Minister van Mensenrechten en de Minister van Justitie op deze zaak gewezen.

Bovendien zitten veel mensen in de gevangenis voor kleine misdrijven, zoals diefstal van een mobiele telefoon. In het kader van de pandemie moeten deze mensen kunnen profiteren van de decongestiemaatregelen die aan het begin van de pandemie genomen zijn. Er zijn ook gedetineerden die vrijgesproken werden of voorlopig in vrijheid gesteld werden, maar ze beschikken niet over de middelen om de procedure door de griffiers van de rechtbank te laten registreren, zodat ze maandenlang in detentie blijven.

Wat ten slotte Covid-19 betreft, ontvangen de gedetineerden van de gevangenisadministratie geen informatie over preventiemaatregelen.

Wat zijn de oorzaken van dit disfunctioneren?

[SA] : De oorzaken van dit disfunctioneren zijn velerlei en betreffen de volledige strafrechtketen.

Naast de traagheid van de administratie en het gebrek aan opvolging van de zaken door de magistraten, is een van de oorzaken het gebrek aan communicatie tussen de griffie van de gevangenis en de griffie van de rechtbanken over de zaken. Om de zaken op te volgen, eisen de griffiers bijvoorbeeld geld van de gedetineerden. De gedetineerden zijn niet in staat deze illegale vergoedingen te betalen, vooral niet als ze geen familie hebben om hen te helpen. Zo vroeg een griffier 150 dollar van een gedetineerde met wie we spraken.

In Makala is er naast de officiële administratie, ook een parallelle administratie. Het dagelijkse beheer van de gedetineerden wordt door de officiële administratie zelf aan deze onofficiële administratie overgelaten. Binnen de gevangenis is een parallel organisatieschema ontdekt. De leden van deze parallelle administratie zijn gedetineerden. Ze hebben een speciale status en voordelen. Deze onofficiële administratie wordt georganiseerd door de officiële administratie. Bijvoorbeeld, deze gedetineerden krijgen een Motorola. Hierdoor beheert de officiële gevangenisadministratie de gedetineerden niet rechtstreeks.

Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen die u doet naar aanleiding van de vastgestelde bevindingen?

[SA] : Onze aanbevelingen zijn gericht aan alle actoren in het rechtssysteem, zowel het ministerie als de Conseil supérieur de la Magistrature. Het is van belang dat alle actoren in de strafrechtketen ervoor zorgen dat de rechten van gedetineerden en de verdediging geëerbiedigd worden, vooral in deze tijden van Covid-19, waarin de gedetineerden in de Makala-gevangenis kwetsbaarder geworden zijn dan voorheen.

Gedetineerden moeten ook hun rechten kennen om deze beter te kunnen afdwingen.

Maar ook, vooral in deze tijd van pandemie, is het absoluut noodzakelijk dat de gevangenisadministratie en/of haar voogdij de gedetineerden informeert over de maatregelen ter bescherming tegen Covid-19 en hen de nodige voorraden en toegang tot vaccinatie verschaft.

[1] Artikel 2 van Wet nr. 09/001 van 10/01/2009 bepaalt dat een kind in strijd met de wet “een kind tussen veertien en achttien jaar is, dat een vergrijp pleegt dat als een strafbaar feit gekwalificeerd wordt “.

Gevangenissen in Tunesië: inertie van de repressie

In Tunesië hebben de actoren van de strafrechtelijke keten de neiging om de repressieve reflexen van het vroegere regime van Ben Ali te bestendigen. De overbevolking in de gevangenissen blijft zeer hoog: een bezettingsgraad van ongeveer 131% met 23 607 gedetineerden eind 2020 (verdachten en veroordeelden samen) voor ongeveer 18 000 beschikbare plaatsen, met als gevolg omstandigheden die onder de internationale normen liggen.

De maatregelen genomen om de pandemie tegen te gaan, hebben een tijdlang geholpen om de cijfers in toom te houden. Tussen medio maart en eind april werden 8 551 gedetineerden vrijgelaten, een daling van de gevangenispopulatie met 37%. Deze daling was met name te danken aan de mobilisatie van verschillende organisaties uit het maatschappelijk middenveld, waaronder Advocaten Zonder Grenzen en haar partners binnen het project “L’Alternative”. Door steeds vaker op te roepen tot het verminderen van de gevangenispopulatie, heeft het maatschappelijk middenveld bijgedragen tot deze opmerkelijke daling van de bezettingsgraad in de gevangenissen.

Deze historische deflatie was echter slechts tijdelijk. De daling die het gevolg was van enkele conjuncturele maatregelen (presidentiële gratieverlening, minder voorlopige hechtenis en meer voorwaardelijke invrijheidstelling) werd al snel tenietgedaan door de structurele repressiedynamiek waaronder het Tunesische strafrechtelijke beleid nog steeds gebukt gaat.

Het conservatisme bij de rechters, de moeilijke toegang tot verdediging vanaf het moment van hechtenis, het massale gebruik van voorlopige hechtenis (62% van de gedetineerden zijn verdachten), opsluiting voor minder ernstige misdrijven (zoals het gebruik van cannabis of onbetaalde cheques), en het geringe gebruik van alternatieven voor gevangenisstraf zijn allemaal factoren die dit blijvende hoge opsluitingspercentage verklaren.

De mentaliteitsverandering en het loslaten van deze repressieve reflexen, met name bij de magistratuur, is een werk van lange adem. Daarom wordt bijzondere aandacht besteed aan het ontwikkelen van pleitbezorging bij actoren in de strafrechtelijke keten en politieke besluitvormers. Dit is des te belangrijker omdat er hervormingen bezig zijn voor het Strafwetboek en het Strafvorderingswetboek, die noodzakelijk zouden zijn voor elke significante structurele verandering.

Om bij te dragen tot de hervorming van het strafrechtelijke en gevangenisbeleid in Tunesië, blijft ASF samenwerken met haar partners, ondanks de vertraging bij de democratische transitie en een periode van politieke instabiliteit in Tunesië. Met name via haar project “L’Alternative” verleent de organisatie technische en financiële ondersteuning aan organisaties uit het maatschappelijk middenveld die werkzaam zijn op verschillende niveaus binnen de strafrechtelijke keten (vóór, tijdens en na de hechtenis).

Binnen de muren – Mohamed Ramsis Ayari “De overbevolking in de gevangenis is het echte probleem”

Mohamed Ramsis Ayari – Association des Juristes de Sfax Project “Naar een vernieuwing van het penitentiaire en strafrechtelijke systeem in Tunesië

In het kader van het project “Alternative”, gefinancierd door de Europese Unie en uitgevoerd door ASF en ATL MST SIDA, streeft de Association des Juristes de Sfax naar de modernisering van het penitentiaire en strafrechtelijke systeem in Tunesië. Door middel van verschillende pleitbezorgings- en bewustmakingsactiviteiten met magistraten en gevangenispersoneel in Sfax werkt de vereniging vanuit het algemene streven om de overbevolking in de gevangenissen in Tunesië te verminderen, door met name alternatieven voor gevangenisstraffen uit te werken.

Kan u zichzelf en het werk van de Association des Juristes de Sfax even voorstellen?

Ik ben Mohamed Ramsis Ayari, advocaat bij het Hof van Cassatie, universitair docent Mensenrechten en Burgerlijke vrijheden aan de Universiteit van Sfax, plaatselijk coördinator van de verkiezingen sinds 2011 en lid van de onafhankelijke hogere verkiezingsautoriteit van Sfax sinds 2014. Ik ben ook lid van de Association des Juristes de Sfax sinds 2003, secretaris-generaal van de vereniging sinds 2015 en coördinator van het project “Naar een vernieuwing van het penitentiaire en strafrechtelijke systeem in Tunesië”.

De Association des Juristes de Sfax is een vereniging die in 1988 opgericht werd en ervaring heeft in alle rechtsdomeinen, met inbegrip van de Mensenrechten en de Burgerlijke vrijheden. De leden zijn advocaten, rechters, hoogleraren en onderzoekers. Ons werk is erop gericht om bij de wetgever te pleiten voor een herziening van de wetteksten, gezien de tekortkomingen van het huidige systeem. Onze pleitbezorging strekt zich dan ook uit tot alle spelers binnen het strafrechtelijke stelsel.

Waaruit bestaat het project precies? Welke diagnose lag aan de oorsprong van het project?

De diagnose luidt als volgt : het Tunesische strafrecht is repressief en niet re-integrerend. Het wordt gekenmerkt door omslachtige procedures, ongelijke toegang voor verdachten tot een eerlijk proces binnen een redelijke termijn, een embryonaal probatiesysteem en zeer weinig gebruik van alternatieven voor een gevangenisstraf. Het gevolg van al deze disfuncties is een systematische overbevolking in de gevangenissen. Deze stand van zaken is de reden waarom het project dat wij in het kader van het project “Alternative” uitvoeren, vooral bedoeld is om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan en bij te dragen tot de oprichting van een probatiebureau in Sfax, dat sinds maart 2021 bestaat.

Het project, dat in april 2019 van start ging, heeft tot doel het penitentiaire en strafrechtelijke systeem te moderniseren, met name wat alternatieve straffen betreft. We willen er bij de wetgever op aandringen om deze straffen te bekrachtigen. Sommige daarvan bestaan natuurlijk al (elektronisch toezicht via enkelband, werkstraf, enz.), maar het geheel dat we ingang willen laten vinden bestaat in totaal uit 18 maatregelen. Het doel is tweeledig: zowel de wettelijke bekrachtiging van deze straffen (bij wet of decreet) als de praktische toepassing ervan.

Welke activiteiten voerde u tot dusver uit?

Het project bestond uit verschillende soorten activiteiten. In de eerste plaats pleitbezorgingssessies voor strafrechters om hen aan te moedigen alternatieve straffen uit te spreken die reeds in de wet verankerd zijn – met andere woorden, om gebruik te maken van wat reeds bestaat. Wij werkten ook, samen met juridische deskundigen, aan aanbevelingen voor de herziening van het Strafwetboek en het Strafvorderingswetboek. Het was niet de bedoeling het gedane werk nog eens te doen [twee herzieningscommissies hebben reeds voorstellen gedaan voor de hervorming van de twee wetboeken, N.v.d.r.], maar wel om specifieke aanbevelingen te formuleren over de algemene doelstelling om het aantal gedetineerden te verminderen. Met andere woorden, door het gebruik van voorlopige hechtenis [62% van de gedetineerden in Tunesië in 2020, N.v.d.r.] terug te dringen en alternatieven voor gevangenisstraffen uit te werken. Het resultaat van de werkzaamheden van het comité zal voorgelegd worden aan de afgevaardigden van het Tunesische parlement, de Assemblée des Représentants du Peuple.

Naast deze pleitbezorging organiseerden we bewustmakingssessies/opleidingen voor ongeveer zestig leidinggevenden en penitentiair beambten in de gevangenis van Sfax. Achteraf waren ze allemaal heel tevreden over de inhoud van deze sessies, maar aanvankelijk was het moeilijk om het proces op gang te brengen. Het gevangenispersoneel heeft echt geprobeerd om ons vanaf het begin duidelijk te maken dat de situatie niet zwart-wit was. Overbevolking in gevangenissen is een probleem voor iedereen, en heeft gevolgen voor de arbeidsomstandigheden van het personeel, alsook voor de rechten van het personeel en de gedetineerden. Deze toelichtingen stelden ons ook in staat om de dingen anders te zien, de sessies aan te passen aan de noodzaak om rekening te houden met de moeilijkheden van alle partijen (gedetineerden en personeel). Uit deze gedachtewisselingen met hen zijn veel ideeën voortgekomen, en ons vermogen om te luisteren naar hun problemen en de realiteit van hun werk (zeer veel stress) heeft uiteindelijk geleid tot een grote opkomst van leidinggevenden en penitentiair beambten voor onze opleidingssessies.

Ten slotte verleenden we ook juridische bijstand aan verschillende gedetineerden in voorlopige hechtenis om hen rechtsbijstand te verlenen die ze anders niet zouden kunnen krijgen. Ook deze actie was een groot succes, aangezien 70% van de beklaagden die we bijstonden, vrijgelaten werd. We merkten trouwens op dat het profiel van de beklaagden bijzonder homogeen is: de overgrote meerderheid bestaat uit jongeren tussen 20 en 30 jaar oud uit zeer kwetsbare sociaal-economische situaties.

Welke acties staan er nog op het programma voor het laatste jaar van het project?

We plannen om specifieke opleidingen te verzorgen voor de probatiebeambten in Sfax, 7 mensen in totaal, die pas zes maanden geleden in dienst getreden zijn. We gaan ook een praktische gids over werkstraffen opstellen, om overheidsbedrijven en andere plaatselijke instanties meer bewust te maken van probatie. De meeste instanties die hiervoor in aanmerking komen, weigeren namelijk vaak mensen met een werkstraf uit wantrouwen. We moeten dus zorgen voor meer bewustmaking, maar, volgens mij, moeten deze instanties ook bij verordening verplicht worden om hen op te vangen.

De belangrijkste uitdaging bestaat inderdaad uit het verspreiden van de probatiecultuur in het algemeen. De mentaliteit is nog steeds repressief en dat geldt ook voor het strafbeleid. Omdat zowel de strafrechtelijke actoren als de publieke opinie terughoudend zijn, gaan we ook bewustmakingsspotjes ontwikkelen over werkstraffen en probatie, die via de media en sociale media verspreid zullen worden. Dit is een goede manier om de mentaliteit te beïnvloeden.

Tenslotte gaan wij juridische informatiesessies houden voor de gedetineerden in Sfax, om hen op de hoogte te brengen van hun rechten en hen in staat te stellen de juiste beslissingen te nemen. Om zo concreet mogelijk te zijn, zullen we deze sessies onderverdelen tussen gedetineerden die reeds berecht zijn en beklaagden, want hun juridische behoeften verschillen aanzienlijk.

Hoe reageerden de mensen die deelnamen?

Een zeer goede signaal was het feit dat het Ministerie van Justitie zelf onze pleitbezorgingssessies naar de strafrechters toe steunde. Zo moesten alle procureurs, voorzitters van rechtbanken en strafrechters in Sfax aanwezig zijn. Deze goede contacten zorgden er ook voor dat de opening van het probatiebureau gemakkelijker verliep, aangezien het Ministerie van Justitie zich er in 2020 toe verbonden had om dit binnenkort te openen. Dankzij onze bewustmakingsactiviteiten vond bovendien de eerste veroordeling met gebruik van de elektronische enkelband in Tunesië in juni 2021 plaats in Sfax.

Wat het Comité Général de Prisons et de la Rééducation betreft, heeft de partnerschapsovereenkomst die we met hen hebben kunnen sluiten, ons vleugels gegeven en onze contacten met de gevangenisadministratie, ook in Sfax, verlopen momenteel zeer goed. Het succes van de bewustmakings- en opleidingssessies heeft ook bijgedragen tot de kwaliteit van deze contacten. Ons vermogen om rekening te houden met de behoeften van de penitentiaire beambten en leidinggevenden, zoals ik al eerder zei, heeft aangetoond dat we ons inzetten voor een verbetering van de omstandigheden in de gevangenis – zowel voor de gedetineerden als voor het gevangenispersoneel.

Wat neemt u mee uit de AJS?

De belangrijkste toegevoegde waarde blijft de verrijking van onze deskundigheid, ik denk met name opnieuw aan het werk met de penitentiair beambten en leidinggevenden. Het project heeft de vereniging ook in staat gesteld haar partnerschappen uit te breiden en een vertrouwensrelatie met de strafrechters en de administratie op te bouwen.

Hoewel jullie werkzaamheden niet onmiddellijk tijdens de detentie van toepassing zijn, wat denkt u van de huidige situatie in de gevangenis van Sfax (gevangenisbevolking, detentieomstandigheden, arbeidsomstandigheden van het personeel, enz.)?

Alles heeft te maken met de overbevolking in de gevangenis. Dat is eigenlijk het echte probleem, want alles wordt hierdoor beïnvloed: de arbeidsomstandigheden, de detentieomstandigheden, … Hoe kunnen we spreken over rechten, over mensenrechten, als gedetineerden met drie in een bed slapen? Hoe kunnen we eisen dat ook maar enige mensenrechtennorm nageleefd wordt? Er bestaat een reëel oorzakelijk verband tussen de overbevolking en de slechte arbeids- en detentieomstandigheden. Beambten moeten soms toezicht houden op dertig gedetineerden, wat enorm is. Op een dag zei een beambte me: “Vandaag, komen er tachtig gedetineerden in één keer bij.” De gevangenis telt gemiddeld ongeveer duizend gedetineerden, maar soms kan dit aantal oplopen tot 1500, 1600 gedetineerden. Meer dan de helft van hen zitten in voorlopige hechtenis en worden dus zonder proces van hun vrijheid beroofd. Wat bovendien interessant was in de contacten met de leidinggevenden en de beambten was het verschil voor hen in het werken met beklaagden en met veroordeelden. De laatsten hebben een duidelijk idee van hun toekomst. Ze kennen de datum waarop ze vrijkomen, of ze zijn, in het slechtste geval, bezig om hun vonnis aan te vechten. Maar in zekere zin zijn zij serener dan de beklaagden, die zeer geagiteerd zijn door de onzekerheid van hun situatie.

Aan welke verandering(en) zou u met de actie willen bijdragen? Welke hervormingen zijn volgens u noodzakelijk op strafrechtelijk en penitentiair vlak ? Specifiek op het gebied van probatie?

Vorig jaar, tijdens de eerste fase van Covid-19, zijn wij er een tijdlang in geslaagd, met name door pleitbezorging met de andere leden van Alternative, om de bevolking in de gevangenis van Sfax terug te brengen tot een normale bezettingsgraad, namelijk 1000 gedetineerden. Maar deze daling was slechts tijdelijk, want tegen de tweede helft van 2020 waren we weer terug bij de “normale” cijfers, d.w.z. een bezetting van 130 tot 160%. Voor ons zou een van de gewenste veranderingen dus zijn dat deze overbevolking voorgoed verdwijnt. En de ervaring van 2020 heeft ons geleerd dat dit mogelijk was.

Wij willen er ook in slagen een probatiecultuur ingang te doen vinden, zowel bij het grote publiek als bij alle spelers in het strafrechtelijke stelsel.

Wat de noodzakelijke hervormingen betreft, denk ik dat de prioriteit nu ligt bij het aandringen op een wet die de probatie regelt en de werking ervan verduidelijkt. Dit betekent zowel uit organisatorisch oogpunt – het probatiebureau moet onder het gezag van het Ministerie van Justitie staan en voorgezeten worden door een rechter belast met de tenuitvoerlegging van straffen – als uit budgettair, logistiek en functioneel oogpunt.

Verder is het ook van essentieel belang dat het Strafwetboek en het Strafvorderingswetboek in hun geheel gewijzigd worden, specifiek de bepalingen die zorgen voor de overbevolking in de gevangenissen – met name de netelige kwestie van de voorlopige hechtenis.

Wat is de rol van organisaties uit het maatschappelijke middenveld in de gevangenissen en welke rol spelen ze bij de hervorming van het strafrecht? Hoe denkt u dat deze dynamiek tussen het maatschappelijke middenveld en de gevangenis duurzaam ingebed kan worden?

Volgens mij is hun rol veelzijdig: cultuur brengen in de gevangenis, psychologische hulp, juridische hulp, … Buiten de muren van de gevangenis bestaat onze rol er ook in om voortdurend te pleiten om de spelers in het strafrechtelijke stelsel en de politieke besluitvormers ertoe aan te zetten het Tunesische strafbeleid te vereenvoudigen, te verduidelijken en te humaniseren in de richting van meer heropvoeding en minder repressie.

De belangrijkste actie om de aanwezigheid van het maatschappelijke middenveld in het straf- en gevangenisdebat duurzaam in te bedden, alsook concreet op het terrein, is te trachten partnerschapsovereenkomsten te sluiten, met name met de gevangenisdirecties en het CGPR. Vanaf daar wordt alles gemakkelijker. Bij AJS zijn wij trouwens van plan om de inhoud van de opleidingen over te laten aan de gevangenis van Sfax, zodat ze verder kunnen gaan met het nieuwe personeel dat aankomt en zodat onze actie, ook zonder ons, kan verdergaan.

Het L’Alternative project wordt gefinancierd door de Europese Unie

Binnen de muren – Omar Ben Amor (Art acquis) : “Toegang tot cultuur voor alle gedetineerden op elk moment”

Binnen de muren – Walid Bouchmila (Horizon d’Enfance) : « Wanneer we een project in een gevangenis willen opstarten, mogen we niemand vergeten. »

Maak kennis met de vereniging Art Acquis, die in Tunesië werkt met gedetineerden. In haar project Perspectives, gesteund door ASF en ATL MST SIDA Bureau National, zet de vereniging kunst in als therapie. Via de verschillende activiteiten tracht men de gedetineerden te helpen om over hun ervaringen te praten, om zich constructief bezig te houden tijdens hun detentie en om hun re-integratie in de maatschappij aan te moedigen.

Kunt u zichzelf even voorstellen, alsook wat Art Acquis precies doet?

Ik ben Omar Ben Amor, kunstenaar en stichtend lid van de vereniging Art Acquis. Ik heb 6 jaar ervaring in het maatschappelijke middenveld, als choreograaf, regisseur, producer bij de regionale radio Diwan FM, regisseur van documentaires, …

Art Acquis is een culturele en artistieke vereniging die in 2016 opgericht werd door een groep kunstenaars. Ons belangrijkste doel is de maatschappelijke ontwikkeling van kwetsbare bevolkingsgroepen door middel van kunst en cultuur. We waren de regionale organisatoren van het Forum Jeunesse de l’Institut Français in Sfax, we waren gastheer voor de Journées Cinématographiques de Carthage in 2017. We waren in 2016 ook partners van “Sfax, hoofdstad van de Arabische cultuur“.

Art Acquis werkt veel met kwetsbare bevolkingsgroepen rond onderwerpen die vaak taboe zijn; met altijd het achterliggende idee om met gedetineerden in gevangenissen te werken. In het begin zagen we dit als praktisch onmogelijk, totdat we de Journées Cinématographiques de Carthage in Sfax steunden met een vertoning in de gevangenis.

Wat me opviel was het niveau van het debat: het ging veel verder dan de inhoud, we spraken over de productie, het geluid, … Na deze vertoning zeiden we tegen onszelf dat we iets groters moesten doen dan dat. En toen kregen we de kans voor het project.

Wat doet Art Acquis precies in een detentieomgeving?

We hebben vier soorten workshops georganiseerd: theater, film, schilderkunst en beeldende kunst, en muziek. We verdeelden dit in drie fasen, steeds met het transversale idee om rond kunst te werken als een vorm van therapie. Tijdens de workshop ‘theater’ hebben we bijvoorbeeld gewerkt rond de communicatietechnieken die het theater biedt (spreken in het openbaar, enz.); in de tweede fase werkten we rond de grondbeginselen van het theater en in de derde fase hebben we gewerkt aan een script voor een toneelstuk. We hebben zelfs de gevangenis kunnen verlaten met de deelnemers om te werken op een podium in een theater in Sfax. Het was de eerste keer dat gedetineerden de gevangenis mochten verlaten.

Tijdens de workshop ‘muziek’ hebben we gewerkt rond het schrijven van muziek, de grondbeginselen van muziek en de muziekproductie. We verzamelden de liedjes en legden ze voor aan het Comité Général des Prisons et de la Rééducation (CGPR), dat ons aanbood op te treden tijdens de Journées Musicales de Carthage. We verwachten nog een verdere opvolging hierrond.

Voor de workshop ‘film’ hadden we het idee om gedetineerden toegang te geven tot juridische informatie. We organiseerden verschillende sessies volgens hetzelfde stramien: een thema, een film, een moderator die gespecialiseerd is in film en een jurist. Zo hebben we bv. illegale migratie aangekaart, wet 52 [wet op drugsgebruik en drugshandel].

Met de vrouwen hebben we een workshop rond ‘schilderkunst en beeldende kunst’ georganiseerd. We werkten rond conceptuele kunst: hoe ga je naar 3D, hoe maak je een sculptuur… Daarna creëerde elke vrouw haar eigen project, kijkend naar het parcours dat haar naar de gevangenis geleid had. We hopen te kunnen exposeren in Soussa en Tunis, maar we hebben reeds een tentoonstelling gehouden in Sfax. De emoties die naar boven kwamen, waren indrukwekkend, verschillende mensen huilden…

We organiseerden ook de opnames voor een documentaire. Het oorspronkelijke idee bestond erin om hoop te geven door drie ex-gedetineerden te filmen die uit de gevangenis kwamen en er iets van maakten. Maar toen we begonnen te filmen, besefte ik dat het een grote leugen zou zijn om enkel over successen te praten. Uiteindelijk hebben we besloten een onderzoeksgerichte film te maken: stilstaan bij ‘re-integratie’, maar wel vanuit alle invalshoeken. We hebben gesproken met deskundigen, met mensen die er niet in “geslaagd” zijn en die opnieuw in de fout gegaan zijn, met mensen die erin geslaagd zijn te re-integreren, met mensen die geprobeerd hebben naar Italië te vertrekken… We hebben veel materiaal en nu zijn we de montage aan het voorbereiden. In de film hebben we heel wat taboes aangekaart, maar uiteindelijk eindigen we met oplossingen, perspectieven…

Tenslotte hebben we ook de gelegenheid gehad om met ARTE [een Frans-Duitse televisiezender] samen te werken. Zij vroegen mij over het project te spreken, omdat zij een onderwerp over gewelddadig extremisme aan het voorbereiden waren en dit wilden behandelen samen met detentie in Tunesië en re-integratie. ARTE heeft gevraagd ons te vergezellen bij een filmopname met de gedetineerden; zij zijn de tentoonstelling komen filmen waarover ik het had. ARTE heeft me inmiddels teruggebeld, ze willen nog meer filmen rond het project dat we met Art Acquis doen: ze waren zeer geïnteresseerd.

Waarom denkt u dat het nodig is dit project uit te voeren?

Dit project is noodzakelijk omdat de situatie in de gevangenissen in Tunesië catastrofaal is. Mensen willen niets horen over gevangenissen. Maar ze weten niet dat de misdaadcijfers, illegale emigratie, gewelddadig extremisme, … het resultaat zijn van mensen die vrijkomen zonder enige kans op re-integratie. Ze worden letterlijk in een meedogenloze maatschappij gegooid. En we laten ze aan hun lot over. We zeiden tegen onszelf dat we er iets aan moesten doen.

En ook, wat gebeurt er binnen de gevangenismuren precies… Tunesië heeft alle mogelijke mensenrechtenverdragen ondertekend maar past niets toe. Het rechtssysteem is catastrofaal, ik denk aan de jongeren in Kef die dertig jaar kregen voor een joint [beslissing in eerste aanleg, sindsdien werden de straffen grotendeels teruggebracht tot 2 jaar]. De gevangenis, dat is geweld, overbevolking, vermenging van gedetineerden… De gevangenis is een leerschool voor criminaliteit.

We hebben veel methoden geprobeerd: cipiers opleiden, pleiten voor wetswijzigingen… Naar mijn mening begint re-integratie in de gevangenissen zelf. Je moet de gedetineerden voorbereiden voordat ze vrijkomen. Ik denk dat de beste methode die we gevonden hebben kunst en cultuur is, de gedetineerden die betrokken geweest zijn bij het project Perspectives, dat was een echte wedergeboorte voor hen. Leren zich uit te drukken, zich te positioneren in de maatschappij… Een gedetineerde die deelnam aan een theaterworkshop vertelde me eens: “Vroeger dacht ik alleen maar aan mijn advocaat, de rechter, wat er met me ging gebeuren… Nu denk ik aan mijn personage, mijn tekst, en hoe ik die moet interpreteren. Het stelt hen in staat aan iets anders te denken, en cipiers hebben bevestigd dat het op veel gedetineerden een sterke impact gehad heeft.

Hoe is de situatie momenteel in de gevangenis van Sfax (populatie, omstandigheden, enz.)? Wat is het profiel van de gedetineerden (sociaal-economisch profiel/criminele achtergrond) waarmee u in het kader van het project hebt kunnen werken?

De gevangenis van Sfax is in een vrij goede staat, maar wordt slecht uitgebaat. Onder de cipiers zijn er goede en slechte, sommigen misbruiken hun macht, enz. En de overbevolking in de gevangenis is extreem. In een slaapzaal met 40 of 50 plaatsen, heb je 120 gedetineerden. Sommigen slapen in de gangen, onder de bedden…

Voor de workshops slaagden we erin een verscheidenheid aan profielen te hebben, steeds gebaseerd op de bereidheid van de gedetineerden om al dan niet deel te nemen. We hebben bij de activiteiten ook nagedacht over de ervaringen van ieder van hen, met mezoued [traditionele Tunesische volksmuziek], theater, schilderen…

Bij de mensen die aan het project deelgenomen hebben, waren er mensen met gevangenisstraffen van 20 of 30 jaar, mensen die bekend stonden om hun banden met de familie Ben Ali, mensen die daar zaten wegens drugsgebruik of drugshandel, wegens onbetaalde cheques… Maar achteraf was onze strategie nooit om mensen naar hun achtergrond te vragen, maar om hen daarover te laten vertellen als ze dat wilden. We stellen nooit vragen.

Wat is de feedback van de gedetineerden en de cipiers die deelgenomen hebben /deelnemen?

Dit verloopt goed met het Comité Général des Prisons et de la Rééducation (CGPR), en ook met de directie van de gevangenis in Sfax. De directeur heeft ons zelfs voorstellen gedaan om het werk van de workshops te verbeteren. Hij trad soms op als bemiddelaar als de cipiers niet wilden dat we dit of dat deden.

Aan welke verandering(en) zou u met uw actie willen bijdragen?

Ik wil dat iedereen toegang heeft tot cultuur, iedereen is een kunstenaar maar weet het niet. Ze hebben een enorme energie. In plaats van ze op te sluiten in een kamer, geef ze een schilderij, een microfoon, een podium en je zult versteld staan. Als ik iets wil veranderen, dan is het dat wel, toegang tot cultuur voor alle gedetineerden op elk moment. Zelfs in termen van werkgelegenheid, kan dit kansen bieden voor gedetineerden als ze vrijkomen…

We moeten ook de manier veranderen waarop de maatschappij ex-gedetineerden ziet: de man die een fout heeft gemaakt, moet niet tweemaal gestraft worden. We moeten mensen accepteren en deze bevooroordeelde mentaliteit veranderen.

Welke hervormingen zijn volgens u nodig op het gebied van het strafrecht en het gevangeniswezen?

Ten eerste, wet 52 [wet op drugsgebruik en drugshandel]. Verder ook het CEDIS-systeem [Centre de Défense et d’Intégration Sociale] efficiënter maken zodat contact gemaakt kan worden met bedrijven en verenigingen die een tussenpersoon nodig hebben. We moeten een echt re-integratiesysteem tot stand brengen, anders is de enige optie de harraga [letterlijk “zij die verbranden”, de naam die gegeven wordt aan migranten die illegaal de oversteek naar Europa wagen]. Ik heb zelf gedetineerden gekend die zich voorbereiden op hun vertrek nog voor zij vrijgelaten worden.

Wat is de rol van het maatschappelijke middenveld in de gevangenissen? Hoe denkt u dat deze dynamiek tussen samenleving en gevangenis duurzaam gemaakt kan worden?

De verenigingen moeten hun beloften nakomen wanneer zij in de gevangenis komen, anders zal het moeilijk zijn om het vertrouwen van de gedetineerden te winnen. Uiteindelijk, als je in de gevangenis komt, is het als het geven van licht aan een blinde. En trouwens, de enige verantwoording die we moeten afleggen is aan de gedetineerden zelf. In het algemeen moet je dus zeer veeleisend zijn bij het selecteren van de verenigingen die in de gevangenis werken, het is een zeer grote verantwoordelijkheid.

Wat de duurzaamheid betreft, zou ik graag zien dat het project Perspectives een proefproject wordt en uitgebreid wordt naar de rest van de gevangenissen.

Het L’Alternative project wordt gefinancierd door de Europese Unie

Binnen de muren – Walid Bouchmila (Horizon d’Enfance) : « Wanneer we een project in een gevangenis willen opstarten, mogen we niemand vergeten. »

Binnen de muren – Omar Ben Amor (Art acquis) : “Toegang tot cultuur voor alle gedetineerden op elk moment”

Interview met Walid Bouchmila, voorzitter van de vereniging Horizon d’Enfance.

Binnen het project Alternative, opgestart door Advocaten Zonder Grenzen en ATL MST SIDA, zorgt Horizon d’Enfance in de gevangenis van Gabès voor culturele activiteiten, voor opleidingen voor het gevangenispersoneel en voor beroepsgerichte opleidingen (loodgieter, stukadoor, kok en banketbakker) voor de gevangenen. De gevangenen kunnen ook opleidingen volgen rond ondernemerschap, begeleiding krijgen bij de opstart van microprojecten en psychologische begeleiding krijgen ter voorbereiding van hun vrijlating. Het project streeft ernaar om de gevangenen in Gabès te rehabiliteren en te re-integreren.

Kan u zichzelf even voorstellen, evenals Horizon d’Enfance ?

Ik ben Walid Bouchmila, maatschappelijk werker van opleiding en voorzitter van Horizon d’Enfance. Onze vereniging ontfermt zich over straatkinderen en biedt sociale, psychologische en educatieve ondersteuning aan deze jongeren en hun families. We streven ernaar om de families economisch en sociaal autonoom te maken.

Hoe werkt Horizon d’Enfance precies binnen de gevangenismuren ? Waarom lijkt het u nodig om dit project op te zetten?

Terwijl we met deze jongeren werkten, vroegen we hen : « hoe ben je hierin verzeild geraakt? ». In werkelijkheid geven heel wat jongeren aan dat één van hun ouders (meestal de vader) in de gevangenis zit of zat. Het feit dat er één ouder niet aanwezig is, maakt deze jongeren kwetsbaarder. Als we hierrond dus willen werken, moeten we dus ook werken met de vaders in de gevangenis met het oog op hun re-integratie en op het voorkomen van recidive en delinquentie.

We zetten dit project op om de families te helpen, vooral vanuit een economisch oogpunt, door de vaders door middel van een job te integreren. Het uiteindelijke doel is om uit de kwetsbare situatie te geraken.

Hoe is de situatie in de gevangenis van Gabès momenteel (populatie, omstandigheden,…)?

Het aantal gevangenen varieert heel sterk: toen we van start gingen in de gevangenis van Gabès (in januari 2020, n.v.d.r.) waren er 300 gevangenen. We zagen dit cijfer stijgen tot 600, o.a. omdat de gevangenis van Gabès deel uitmaakte van de gevangenissen die nieuwe gevangenen in quarantaine opvingen tijdens de eerste golf van COVID-19. Momenteel zitten er ongeveer 400 gevangenen, enkel mannen. Men plant om op termijn een paviljoen te voorzien in de gevangenis van Gabès waar ook vrouwen terechtkunnen.

Wat de omstandigheden betreft: de gevangenis moest verschillende ruimtes die oorspronkelijk bedoeld waren voor theater- en filmactiviteiten herinrichten. Deze ruimtes werden namelijk de quarantaineruimtes waar de nieuwe gevangenen onthaald werden.

Over het algemeen is overbevolking nog steeds de norm in de gevangenis van Gabès; hoewel er bij mijn weten zeer weinig gevallen van COVID in de gevangenis zijn geweest – slechts bij twee personen werd de diagnose gesteld op het moment dat zij in quarantaine geplaatst werden. Vandaag is de situatie – wat de toegepaste gezondheidsmaatregelen betreft – grotendeels dezelfde, met een aanscherping de afgelopen dagen na een versoepeling tijdens de tweede golf.

Welk profiel hebben de gevangenen (socio-economisch profiel / strafrechtelijk parcours) die u ontmoet hebt in het kader van dit project?

In de gevangenis van Gabès vinden we eigenlijk alle profielen terug: van mensen die niet kunnen lezen of schrijven, tot diensthoofden van een bankkantoor. Wat de straffen betreft, dit kan variëren van enkele maanden tot levenslang; en de gevangenen zijn zowel 18 jaar tot meer dan 60 jaar. Over het algemeen vinden we er alle lagen uit de maatschappij terug, maar de overgrote meerderheid zijn jonge gevangenen (jonger dan 40) die er vaak straffen van 3 tot 5 jaar moeten uitzitten. De meeste misdrijven hebben te maken met drugs, diefstal, vechtpartijen,… De recidivegraad is tamelijk hoog, nl. ongeveer 40%.

Welke activiteiten hebt u momenteel georganiseerd ?

Wij hebben opleidingen voor gevangenispersoneel georganiseerd en culturele activiteiten (film-, theater- en muziekworkshops). Vandaag worden er beroepsgerichte opleidingen gegeven voor loodgieters, stukadoors, banketbakkers en koks. Na afloop zullen ze een examen moeten afleggen om hun vaardigheden te certificeren – wij moeten nog met het Directoraat-Generaal voor de beroepsopleidingen en de gevangenis zelf bespreken hoe wij deze examens zullen afnemen (binnen of buiten de muren van de gevangenis).

Daarna zullen wij, afhankelijk van wie binnenkort wordt vrijgelaten, samen met de gevangene en de familie de vrijlating helpen voorbereiden en hen steunen bij het opzetten van een microproject. Gevangenen krijgen ook een opleiding rond ondernemerschap en worden gecoacht door een psycholoog om hen voor te bereiden op hun vrijlating.

Het was vooral moeilijk om de gevangenen te selecteren die deel konden nemen aan de beroepsgerichte opleidingen omdat enkel de mensen die al berecht zijn hier recht op hebben, en niet de anderen [de gevangenen in voorlopige hechtenis]. Terwijl de gevangenen in voorlopige hechtenis wel het grootste deel vormen van de populatie. Veel van de berechtte gevangenen hebben zeer lange straffen, waardoor het geen zin heeft om hen nu al op te leiden. We hebben dus ons best gedaan om vooral te werken met gevangenen die min of meer vrijkomen tijdens de duurtijd van het project, ook al maken ze momenteel niet de meerderheid uit van onze rechthebbenden.

Wat is de feedback van de gevangenen en de personeelsleden die eraan deelnamen ?

De reacties van de gevangenen zijn zeer positief: zowel de opleidingen, als de culturele activiteiten worden zeer op prijs gesteld, vooral omdat zij hen in staat stellen wat tijd vrij te zijn en bezig te zijn, in een gevangenis waar er over het algemeen weinig activiteiten zijn. Het gevangenispersoneel was in het begin nogal weigerachtig omdat wij de eerste vereniging waren die de gevangenis binnenkwam. Maar beetje bij beetje, slaagden we erin hun vertrouwen te winnen. Zij werden zich ervan bewust dat het project zowel voor hen als voor de gevangenen positief was. Ze zijn ons werk gaan waarderen en we zijn er nog steeds welkom.

Het grote vraagteken momenteel is de duurzaamheid van het project. Sommige gevangenisbewaarders volgen de beroepsgerichte opleidingen mee om het daarna te kunnen overnemen. De gevangenisdirectie liet ons echter weten dat het aantal personeelsleden te beperkt was om echt iemand van het personeel hiervoor te kunnen afvaardigen. Wat ons ook opviel was het gebrek aan sportactiviteiten binnen de gevangenis, een gebrek dat we zouden moeten proberen aan te pakken door bijvoorbeeld een ander project. We zouden ook andere opleidingen kunnen doen. En bij de gevangenis van Gabès is er een groot terrein van twee of drie hectare dat uitstekend geschikt zou zijn voor een landbouwproject.

Wat is de feedback van Horizon d’Enfance ?

Ik zal mijn antwoord wat opsplitsen. Als ik die vraag acht maanden geleden had gekregen, dan zou ik niet zo enthousiast geantwoord hebben. De opstart van het project verliep zeer chaotisch, we stuitten op veel obstakels en we waren ook niet gewend om in een dergelijk “restrictief” kader te werken. Alles moest worden gepland, goedgekeurd op een centraal niveau… Het duurde ook lang om de overeenkomst te ondertekenen. Maar nu loopt alles vlot: de toegang tot de gevangenis verloopt gemakkelijk, zelfs zonder afspraak kunnen we naar de gevangenis; we worden nauw betrokken bij de werking van de gevangenis. Een van de afdelingshoofden zei zelfs tegen me “Ik beschouw je als een collega”. Van onze kant hebben wij de problemen van het gevangenispersoneel leren begrijpen, hun terughoudendheid ten opzichte van ons; ze voelen zich vaak gekrenkt, ze hebben het gevoel dat de rechters eerder aan de kant van de gevangenen staan als er een probleem is en ze hebben de indruk dat de opgezette projecten altijd voor de gevangenen zijn.

Toen ze ons project zagen en beseften dat ze niet “vergeten” werden, begrepen ze dat het voor iedereen gunstig zou zijn. Als je een project in de gevangenis wil opstarten, mag je echt niemand vergeten.

Welke verandering(en) wil u teweegbrengen via deze actie?

Men moet zich bewust worden van het belang van culturele, sportieve en andere activiteiten in de gevangenis om de spanningen tussen gevangenen en gevangenispersoneel te verminderen. We zijn er trouwens ook in geslaagd een partnerschap op te zetten met het Centre des arts dramatiques de Gabès (centrum voor toneel): een docent toneel geeft lessen in de gevangenis, en wij zijn erin geslaagd ervoor te zorgen dat deze activiteit ook na ons verdergezet wordt.

Het personeel zelf zegt dat de activiteiten een zeer positieve invloed hebben op de sfeer in de gevangenis. De culinaire opleidingen hebben bovendien de kwaliteit van de maaltijden verbeterd: de gevangenen in opleiding koken één dag per week voor iedereen. Dit wordt zeer gewaardeerd, evenals de taarten die elke dag uit de banketbakateliers komen.

Welke impact had de gezondheidscrisis als gevolg van COVID-19 in de gevangenis tijdens de eerste en de tweede golf?

Tijdens de eerste golf was er een toegangsverbod, waardoor de activiteiten volledig werden stilgelegd. Maar wij waren de eersten die de activiteiten konden hervatten. Tijdens de tweede golf konden wij onze activiteiten gewoon verderzetten.

Welke hervormingen zijn er volgens u nodig in het gevangenis- en strafwezen?

We moeten de populatie in de gevangenis verminderen, door bijvoorbeeld een maximumaantal gevangenen te bepalen. Verder moeten we zoveel mogelijk vermijden dat er mensen in voorlopige hechtenis zitten en moeten de rechters aangemoedigd worden om alternatieve straffen uit te spreken. De reclasseringsdienst in Gabès is nog niet echt operationeel; slechts enkele mensen worden momenteel opgevolgd. Ik heb geen grote vooruitgang gezien bij deze dienst, maar dat is ongetwijfeld te wijten aan de middelen waarover ze beschikken. En dynamiek heeft tijd nodig om te veranderen…

Welke rol spelen de organisaties van het maatschappelijk middenveld in de gevangenissen? Hoe zou men, volgens u, deze dynamiek tussen het maatschappelijk middenveld en het gevangeniswezen in een duurzame actie kunnen kaderen?

Het maatschappelijk middenveld speelt een zeer belangrijke rol. Ons project heeft een zeer positieve dynamiek teweeggebracht binnen de gevangenis van Gabès, we hebben zelfs voorstellen gekregen van het personeel voor andere projectideeën. De rol van het maatschappelijk middenveld bestaat er ook in het gevangenispersoneel te helpen hun werk te verbeteren om de gevangenen een betere omkadering te kunnen bieden. Wat echt nodig is, is een evenwicht tussen activiteiten voor gevangenen en activiteiten voor het personeel.

Nu moeten we deze dynamiek in de tijd kunnen verankeren. We weten dat in Gabès ook andere organisaties geïnteresseerd zouden zijn om samen te werken met de gevangenis, binnen de muren van de gevangenis. Wij van onze kant weten nog niet of we na het project nog verder toegang zullen krijgen (toegangsovereenkomsten zijn beperkt in de tijd, n.v.d.r.). Misschien moeten het de gevangenisdirecteuren zijn die de overeenkomsten kunnen opmaken? Misschien moet dit voorrecht worden gedecentraliseerd naar het regionale niveau?

Het Alternative project wordt gefinancierd door de Europese Unie

Haal armoede uit het strafrecht!

ASF zet samen met Open Society Foundation, APCOF, PALU en ACJR haar schouders onder de campagne “Poverty is Not a Crime”, gericht op de depenalisering en decriminalisering van kleine delicten. Deze wetten en hun toepassing zijn zowel arbitrair, als discriminerend en treffen vooral de armere bevolking. Nog al te vaak worden mensen gearresteerd en opgesloten in overbevolkte gevangenissen voor kleine delicten zoals landloperij, “losbandig” gedrag of lanterfanten.

 Het bestraffen van bepaald gedrag, zoals landloperij of bedelarij, heeft vooral een impact op de meest kwetsbare groepen in de maatschappij. In heel wat landen op het Afrikaanse continent dateren dergelijke overtredingen van het koloniale tijdperk. Hoewel deze wetten ingetrokken werden in de vroegere koloniale mogendheden, blijven ze van kracht in tal van Afrikaanse staten.

Door een strafrechtelijke reactie op socio-economische problemen raken de kwetsbare groepen nog verder gemarginaliseerd. Deze kleine delicten in het strafrecht houden zorgt dus voor een vicieuze cirkel. In heel wat landen is de strafrechtelijke aanpak van kleine delicten trouwens één van de hoofdoorzaken voor de overbevolking in de gevangenis. Deze overtredingen uit het strafrecht halen en stoppen met mensen op te sluiten die geen gevaar vormen voor de openbare orde is de enige mogelijke uitweg op lange termijn.

In het kader van de campagne Poverty is not a crime, hebben verschillende organisaties hun krachten gebundeld om deze kleine delicten uit het strafrecht te halen. Op nationaal en regionaal niveau zetten de teams en de partners van ASF zich in als pleitbezorgers.

Op internationaal vlak besliste het Afrikaanse Hof voor de Rechten van Mens en Volkeren op 4 december 2020, naar aanleiding van een vraag op initiatief van PALU (Pan-African Lawyers Union), unaniem voor de depenalisering van kleine delicten. Men verklaarde dat deze wetten en bepalingen in strijd zijn met het Afrikaanse Handvest, het Kinderrechtenhandvest en het Maputo-protocol. Op basis van deze uitspraak gelastte men de betrokken staten om deze wetten en bepalingen te herzien, te herroepen en, desgevallend, aan te passen.

De bestraffing van kleine delicten is in strijd met het grondwettelijke principe van gelijkheid en non-discriminatie. Het heeft een grote impact op armen, kwetsbaren en vrouwen én vormt een inbreuk op verschillende van hun vrijheden zoals vrij verkeer en vrijheid van meningsuiting.

Naar aanleiding van de positieve beslissing van het Afrikaanse Hof sluit ASF zich aan bij de organisaties in het maatschappelijke middenveld die de herroeping vragen van dergelijke overtredingen en de stopzetting van elke vorm van ongegronde repressie.

Willekeurige vrijheidsberoving in de DRC: Het netwerk Detention ExPEERience dient in 4 jurisdicties een aansprakelijkheidsvordering tegen de Staat in

Op 15 september 2020 werden 6 verzoekschriften ingediend bij de arrondissementsrechtbanken van Kinshasa, Mbuji-Mayi (Oost-Kasaï), Lubumbashi (Hoog-Katanga) en Kindu (Maniema). In naam van enkele burgers en verschillende organisaties uit het maatschappelijke middenveld vragen ze aan de bevoegde rechters om gevallen van willekeurige vrijheidsberoving te erkennen, evenals de rampzalige toestand in de gevangenissen, o.a. als gevolg van de overbevolking. Deze vordering wil ook dat de aansprakelijkheid van de Staat erkend wordt bij de door de verzoekers geleden schade.

ASF voert al 8 jaar lang actie voor de verdediging van de rechten van de mensen die willekeurig vastgehouden worden of in omstandigheden in strijd met de beginselen van de rechtsstaat. In 66% van de gevallen werden merkbare resultaten behaald, hetzij door de vrijlating van de betrokkene te verkrijgen, hetzij door de zaak naar het rechtsprekende college te verwijzen.

Voortbouwend op de logica van deze interventie, en in het verlengde van de dialoog met de autoriteiten van het land, willen ASF en haar partners de aansprakelijkheid van de staat in vraag stellen ten aanzien van de extreme overbevolking in de gevangenissen, de rampzalige omstandigheden die hieruit voortvloeien, evenals het misbruik van langdurige, willekeurige, voorlopige hechtenis. Zo werd X, een 24-jarige man, in 2010 gearresteerd en in hechtenis genomen voor een grondgeschil waarbij hij zou hebben geweigerd te getuigen. Hij werd vervolgd voor kwaadwillige vernieling en hij werd tien jaar lang zonder enige vorm van berechting opgesloten voordat hij onlangs werd vrijgelaten na de acties ondernomen door advocaten die lid zijn van het netwerk Detention ExPEERience.

Reeds meer dan tien jaar maken ASF en talrijke Congolese en internationale stakeholders gewag van de alarmerende situatie in de Congolese gevangenissen. De cellen zijn bouwvallig en vaak al een halve eeuw niet meer gerenoveerd. Basishygiëne en voedsel ontbreken waardoor sommige gevangenissen verworden tot echte crepeerhokken.

In de meeste gevangenissen is het overbevolking troef. In de Makala-gevangenis in Kinshasa zitten er 9.000 gevangenen opgesloten, terwijl de gevangenis normaal gesproken slechts 1.500 mensen kan huisvesten. Deze extreme overbevolking is te wijten aan het onrechtmatige en bijna systematische gebruik van voorlopige hechtenis. Voorlopige hechtenis, initieel bedoeld om iemand uitzonderlijk vast te houden binnen een strikt wettelijk kader met het oog op het onderzoek van een zaak, wordt vaak anders toegepast en ingezet voor privébelangen, die voornamelijk van politieke en economische aard zijn. In heel wat gevallen worden de gevangenen gewoon vergeten omdat ze « hun vrijlating niet kunnen betalen »[1].

Al deze vaststellingen samen hebben ASF ertoe gebracht om in januari 2020 van start te gaan met Detention ExPEERience, een netwerk van advocaten en deskundigen die de rechten van de gedetineerden kunnen verdedigen om het strafrechtelijke systeem in de DRC, evenals in tal van andere landen, positief te beïnvloeden. Door enkele symbooldossiers te verdedigen, hoopt ASF de rechtsstaat blijvend te versterken op gerechtelijk en penitentiair vlak.

Dergelijke acties werden misschien nooit eerder in de DRC opgezet, maar wel reeds in verschillende andere landen. Zo veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onlangs Frankrijk voor de slechte omstandigheden in de gevangenissen en werd het verband gelegd met de overbevolking in de gevangenissen.

ASF en haar partners zijn ervan overtuigd dat de verbetering van de rechtsstaat en de democratische beginselen vereist dat ieders mensenrechten gerespecteerd worden, zonder onderscheid, met inbegrip dus van de gedetineerden. Ze hopen daarom door middel van de ingediende rechtszaken, dat de rechterlijke macht, die in principe onafhankelijk en onpartijdig is, in staat zal zijn de nodige beslissingen te nemen om de bevoegde overheden ter verantwoording te roepen en om duurzame oplossingen te bieden voor de overbevolking in de gevangenissen en de ernstige schendingen van de mensenrechten in gevangenschap.

[1]https://afrique.lalibre.be/44292/rdc-des-prisonniers-sont-oublies-dans-leur-prison-parce-quils-ne-peuvent-payer-pour-sortir/?fbclid=IwAR1VT7tTHFY-7_HxRmZFOfxHf9Tem5Jy5P561oHL4nTGGNvuTLbuOKFn6pQ

Ebru Timtik est morte, sauvons Aytaç Unsal

Les avocats Ebru Timtik et Aytaç Unsal, condamnés à respectivement 14 ans et 11 années de prison, ont décidé de faire une grève de la faim illimitée pour dénoncer le procès injuste dont plusieurs dizaines d’avocats turcs font l’objet. Ils demandent à pouvoir bénéficier d’un procès équitable.

Ce jeudi 27 août 2020, nous avons appris avec une peine immense le décès de Ebru Timtik, en grève de la faim depuis 238 jours. Aytaç Unsal est toujours en grève de la faim aujourd’hui et sa libération pour raisons de santé a déjà été rejetée.

Depuis 2017, vingt avocats turcs appartenant à la Progressive Lawyers Association et au People’s Law Office font l’objet de poursuites judiciaires injustes. Les avocats poursuivis se sont illustrés pour avoir pris la défense des familles des mineurs massacrés à Soma et Ermenek, des populations expulsées de leur maison car victimes de la transformation urbaine, des familles des citoyens tués sous la torture dans les postes de police et dans les prisons, de ceux jugés pour leurs opinions, des fonctionnaires, travailleurs et des défenseurs des libertés…

Connus pour avoir défendu des personnes considérées comme des opposants au gouvernement turc, ces avocats font l’objet de procès politiques. Malgré la présence assidue d’observateurs internationaux, la justice n’est rendue ni de manière impartiale, ni de manière indépendante.

Les accusations de terrorisme dont font l’objet ces avocats sont uniquement fondées sur de vagues déclarations de témoins anonymes, dont certains ont admis être en situation de détresse psychologique au moment de ces déclarations.

Ces avocats ont été condamnés, à ce jour à un total cumulé de plus de 159 années de prison fermes. Ils sont accusés d’appartenance à une organisation terroriste, pour avoir simplement exercé leur métier.

Nous demandons la libération immédiate de Aytaç Unsal, afin qu’il ne subisse pas le même sort qu’Ebru Timtik. Nous demandons également le respect, sans délai, du droit à un procès équitable, garanti par l’article 6 de la Convention européenne des droits de l’homme à laquelle la Turquie est partie.

Avocats.be : Me Xavier Van Gils, Président (0475/90.45.77)
Me Sibylle Gioé, observatrice pour Avocats.be en Turquie (0498/82.74.63)

Syndicat des Avocats pour la Démocratie : Me Hélène Debaty, administratrice (0478/36.45.80)

Barreau de Bruxelles : Me Michel Forges, Bâtonnier (0475/32.08.86)

Barreau du Brabant wallon : Me Benoit Havet, Bâtonnier

Barreau de Liège : Me Bernard Ceulemans, Bâtonnier

Avocats Sans Frontières : Edgar Boydens, Président

Le Conseil des barreaux européens : Ranko Pelicarić, Président

Fédération internationale pour les droits humains : Alexis DESWAEF, vice-Président

 

Gezamenlijke verklaring : Bescherming van de rechten van gedetineerden tijdens de Covid-19 pandemie

Gezamenlijke verklaring

Aan de regeringen van de Lidstaten van de Afrikaanse Unie en aan de internationale mensenrechtenorganisaties in Afrika

Op het moment dat Europa en de Verenigde Staten de epicentra geworden zijn van de Covid-19-pandemie – een virus dat eerst China getroffen heeft voor het zich over de rest van de wereld ging verspreiden – bereiden de Afrikaanse landen zich voor om het hoofd te bieden aan een substantiële stijging van het aantal gevallen.[1]. Een snelle toename van het aantal geregistreerde gevallen is nu onvermijdelijk en de regeringen hebben richtlijnen uitgevaardigd om de verspreiding van het virus onder controle te houden. Dat is natuurlijk een goede zaak. In alle landen die door het nieuwe Coronavirus worden geteisterd, zijn de meest kwetsbare bevolkingsgroepen ook het meest blootgesteld aan de ernstige gevolgen van het virus. Naast de 65-plussers die de leeftijdscategorie met het grootste risico vormen, zijn de sociaal en economisch kwetsbare personen bijzonder kwetsbaar voor de mogelijke tekortkomingen van de gezondheids- en sociale zekerheidsstelsels. Dit is met name het geval voor gedetineerden en voor migranten die in detentie of administratief vastgehouden worden. Volgens de wetenschappelijke gemeenschap vormen gevangenissen en migrantencentra inderdaad een verhoogd risico, niet alleen omdat het virus zich sneller verspreidt in een beperkte, vaak slecht geventileerde en ongezonde omgeving, maar ook omdat de reeds bestaande medische omstandigheden de gezondheid van de gedetineerden ondermijnen. In feite circuleren besmettelijke ziekten in grotere mate onder de gevangenisbevolking (S. Kinner & al., Lancet, 2020). Het valt te verwachten dat de mate van blootstelling aan de gezondheidscrisis zal variëren in functie van de grote verschillen tussen de gezondheidsstelsels en de medische en gevangenisinfrastructuur in de verschillende Afrikaanse landen. Toch wordt de kwestie van de gevangenissen in de Afrikaanse context momenteel te veel genegeerd, ondanks het feit dat gevangenissen plaatsen zijn met een hoog besmettingsrisico. Momenteel zijn in de meeste landen de enige initiatieven die worden genomen om de verspreiding van het virus in gevangenissen tegen te gaan vaak beperkt tot het verbieden van bezoek van familie en vrienden en het annuleren van gemeenschapsactiviteiten. Dergelijke maatregelen nopen tot verschillende opmerkingen:
  • Ten eerste kan hun effectiviteit in twijfel getrokken worden. Het binnenbrengen van nieuwe verdachten, de bezoeken aan de rechtbanken en de communicatie met het gevangenispersoneel zijn interacties met de buitenwereld die de impact van dit beleid sowieso tenietdoen.
  • De maatregelen kunnen bron van onbegrip zijn, van serieuze spanningen en soms van opstanden en muiterijen, zoals het geval is geweest in Frankrijk, Italië, Brazilië en Tsjaad. De enorm hoge gevangenisdruk in talrijke Afrikaanse gevangenissen (die soms een bezettingsgraad van 200 tot 600% kennen) vergroten het risico op opstanden nog meer.
Hoewel de ondertekenaars van dit communiqué op zich de noodzaak niet betwisten van meer controle op de communicatie tussen gevangenen en hun familieleden om hen te beschermen, benadrukken zij dat de rechten van de gevangenen moeten worden gewaarborgd en roepen zij op om alternatieven te vinden: communicatie op afstand, achter glas of via de telefoon, waar dat mogelijk is. Maar bovenal zijn de ondertekenaars van oordeel dat deze maatregelen van ondergeschikt belang zijn aan de nood om de omvang van de gevangenispopulatie substantieel en onmiddellijk te verminderen. En dus vragen de ondertekenaars aan de Afrikaanse regeringen om onverwijld op te treden om de gevangenispopulatie te beschermen en structureel voor het geheel van de bevolking op te treden door de gevangenisdruk in de verschillende landen te verminderen. Zij bevelen daarom aan:
  • Om middels gratie- en amnestiemaatregelen die gedetineerden in vrijheid te stellen die bijna aan het eind van hun gevangenisstraf zijn, alsook zij die zich in de leeftijdscategorie met verhoogd risico bevinden en waarvan de opsluiting niet meer gerechtvaardigd is. Iran heeft onlangs besloten zijn gevangenissen leeg te halen om de pandemie te bestrijden (wat leidde tot de voorlopige vrijlating van tienduizenden gevangenen). In Afrika heeft Tunesië snel presidentiële gratie verleend aan 1800 gedetineerden (met als resultaat de effectieve vrijlating van 670 gevangenen en de kwijtschelding van straffen voor anderen) en overweegt het op korte termijn nog meer vrijlatingen. De Beninese regering heeft van haar kant drastische maatregelen genomen om de gezondheid van de gevangenen te beschermen. Deze voorbeelden worden door de ondertekenaars van het communiqué toegejuicht.
  • Om in samenspraak met gerechtelijke en administratieve actoren maatregelen te nemen om het aanwenden van bewaring en voorlopige hechtenis op te schorten en om gedetineerden zonder borgsom vrij te laten als ze voor kleine vergrijpen worden vervolgd waar een straf van minder dan 2 jaar opsluiting op staat en als ze geen gevaar voor de openbare veiligheid betekenen.
  • Om in overleg met de bevoegde gerechtelijke autoriteiten voorwaardelijke invrijheidsstelling te verlenen aan veroordeelde gedetineerden die aan de voorwaarden voldoen die zijn vastgelegd in de respectieve procedures van elk land.
  Naast de maatregelen om de gevangenisbevolking terug te dringen, roepen de ondertekenaars de autoriteiten op om:
  • Alternatieven (telefoon, schrijven van brieven, enz.) in te voeren om het isolement van de gedetineerden tegen te gaan en hen in staat te stellen te communiceren met hun naasten en families.
  • De capaciteit voor diagnostisering en medische opvolging binnen de gevangenissen te vergroten, zoals gevraagd door de WHO en beschouwd als de belangrijkste techniek om de verspreiding van het virus te beperken; in het bijzonder om de beschermende maatregelen voor gevangenen met een verzwakt immuunsysteem, zoals die met HIV of tuberculose, te verhogen.
  • Effectief een systematische medische diagnose te stellen bij binnenkomst in de gevangenis, in overeenstemming met Regel 30 van de Standaard-minimumregels van de Verenigde Naties voor de behandeling van gevangenen.
  • De rechtstoegang en de controle op de naleving van de fundamentele rechten te verbeteren, door de dialoog met ngo’s te versterken en door gerechtelijke bijstand aan gedetineerden te faciliteren om zo de naleving van het internationale recht te waarborgen, in het bijzonder artikels 5 en 16 van het Afrikaanse Handvest voor de rechten van mens en volken en de Standaard-minimumregels van de Verenigde Naties voor de behandeling van gevangenen.
  • Te zorgen voor sociale en gezondheidsmonitoring van vrijgelaten gevangenen in het kader van de uitvoering van een volksgezondheidsbeleid.
  • Op adequate wijze het gevangenispersoneel te beschermen tegen besmetting met het virus.
[1] Op 10 mei waren er 61181 gevallen op het Afrikaanse continent, waarvan meer dan 2200 sterfgevallen.   Signatories NGOs and national actors
  • ACAT / Benin
  • ACAT / Chad
  • ACAT / Congo Brazzaville
  • ACAT / Ivory Coast
  • Alliance pour l’Universalité des Droits Fondamentaux (AUDF) / DRC
  • Association Adala / Maroc
  • L’Association des femmes Juristes du Burundi (AFJB) / Burundi
  • Association des juristes de Sfax / Tunisie
  • Association pour la Promotion des Libertés Fondamentales (APLFT) / Chad
  • Barreau de Bujumbura / Burundi
  • Barreau du Kasaï Oriental / DRC
  • Collectif des Associations Contre l’Impunité au Togo (CACIT)/ Togo
  • Caritas Mauritanie / Mauritania
  • Chapter Four /Uganda
  • Commission nationale des droits de l’homme (CNDH) / Mali
  • Commission nationale des droits de l’Homme et des libertés fondamentales (CNDHLF) / Central African Republic
  • Culture pour la Paix et la Justice (CPJ) / DRC
  • Centre pour la Qualité du Droit et la Justice (CQDJ)/Burkina Faso
  • Fondation Bill Clinton pour la Paix / DRC
  • Fraternité des Prisons – Kongo Central / DRC
  • Humanisme & Droits humains – Lubumbashi (HDH) / DRC
  • Legal Aid Service Providers Network (LASPNET) / Uganda
  • Ligue sénégalaise des droits de l’homme / Sénégal
  • Lutte contre la torture / Benin
  • Mouvement citoyen Cocorico / DRC
  • Observatoire Marocain des Prisons / Morocco
  • Public Interest Law Centre (PILC) / Chad
  • Rencontre Africaine pour la Défense des Droits de l’Homme (RADDHO) / Senegal
NGOs and international actors
  • Avocats Sans Frontières (ASF)
  • Conférence Internationale des Barreaux (CIB)
  • Ensemble Contre la Peine de Mort (ECPM)
  • Fédération Internationale pour les Droits Humains (FIDH)
  • FIACAT
  • Planète Réfugiés-Droits de l’Homme
  • Protection International
  • Synergies Coopération
  • Pr Ghislain Patrick Lessène, Enseignant à l’Université de Genève et Directeur exécutif du Centre d’Etudes Juridiques Africaines (CEJA)
Download the document