Congolese civil society alarmed by the lifting of the moratorium on the death penalty

Civil society actors and international human rights organisations working in the Democratic Republic of Congo are very concerned by the decision of the government of Félix Antoine Tshisekedi Tshilombo to lift the moratorium on the execution of the death penalty, communicated by circular note No 002 of 13 March 2024.

The circular note signed by Minister of State Rose Mutombo Kiese, Minister of Justice and Keeper of the Seals, justifies the decision “with a view to ridding the DRC army of traitors on the one hand and curbing the resurgence of acts of urban terrorism resulting in the death of men on the other”.

The signatory organisations deplore this decision, which violates the constitutional principle of the sanctity of human life and constitutes a major step backwards in terms of respect for human rights and democracy.

The death penalty has never been abolished in the Democratic Republic of Congo, although there has been a moratorium on its execution since 2003. During this period, it continued to be handed down by Congolese courts, but was replaced by life sentences.

The use of the death penalty constitutes a violation of human rights, in particular the right to life and the right never to be subjected to torture or cruel, inhuman or degrading treatment or punishment.

The Congolese state recognises in its 2006 constitution and through its signature of the International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR) and the African Charter on Human and Peoples’ Rights that the right not to be subjected to cruel, inhuman or degrading treatment is an inviolable right that should not be infringed under any circumstances.

With this circular, the government is attacking the right not to be subjected to cruel, inhuman or degrading treatment, which capital punishment represents.

This decision irrevocably raises civil society’s concern about the government’s use of opportunistic and inappropriate political measures to respond to serious security problems that require other types of responses. Moreover, there is no empirical evidence that shows that the death penalty is effective in curbing violence, contrary to the arguments put forward by the Congolese authorities.

In addition to questions about the domestic and international legality of the measure, its implementation raises a number of issues, the most worrying of which are :

  • The capacity of the Congolese judicial system to guarantee compliance with fair trial criteria, regarding to :
    – its fragility and major malfunctions ;
    – high risk of miscarriages of justice ;
    – the possible use of the death penalty to settle scores.
  • The terms used in the circular pave the way for death sentences for a wide range of crimes and offences.
  • It questions the Congolese state’s ability to remain a credible interlocutor in terms of international judicial cooperation, at a time when the country wants to embark on an inclusive transitional justice process to consolidate peace and fight impunity for actors inside and outside the DRC who are responsible for serious human rights violations.

The signatory organisations reiterate that capital punishment is not an appropriate response to the challenges facing the DRC; on the contrary, it consolidates the institutionalised use of violence as a response to societal problems and the structural causes of conflict in the DRC, thereby fuelling cycles of violence in the country.

The signatory organisations recommend that the government take appropriate structural measures to foster loyalty within its security forces and to combat urban crime effectively. The signatory organisations urge the government to revoke the lifting of the moratorium and to continue its efforts to abolish the death penalty from the legal system once and for all, as the moratorium should only be a provisional step in this direction.

Nee tegen de invoering van “kwaadwillige aantasting van het overheidsgezag” in het Belgisch strafwetboek

Crédit photo : Justine Dofal
Foto: Justine Dofal

De tekst moet  gezien worden in het licht van een groeiende tendens, in Europa en elders, om sociale bewegingen te criminaliseren, het recht om te demonstreren in te perken en de vrijheid van meningsuiting te beperken.

Het betreffende artikel van het Strafwetboek over “kwaadwillige aantasting van het overheidsgezag” zou gebruikt kunnen worden om sociale bewegingen aan te vallen en de brede definitie ervan laat veel ruimte voor willekeur en interpretatie door magistraten.

Een dergelijke situatie zou een schending betekenen van de beginselen van rechtzekerheid, wettigheid, gelijkheid voor de wet en vrijheid van meningsuiting, fundamentele principes in iedere democratische samenleving.

Burgerlijke ongehoorzaamheid: een fundamenteel democratisch instrument

Burgerlijke ongehoorzaamheid is het intentioneel en publiekelijk overtreden van de wet op geweldloze wijze, om een wet of overheidsbeleid die de grondrechten van mensen schenden aan de kaak te stellen en op te roepen tot de hervorming ervan.

Burgerlijke ongehoorzaamheid stelt de rechtsstaat niet ter discussie, maar richt zich op specifieke wetgevingen of beleidsbepalingen. Het doel ervan is om bepaalde onderwerpen centraal te stellen in het publieke debat en op die manier het democratisch karakter van een staat te versterken.

Dat is niet alleen compatibel met de democratie, het is zelfs essentieel voor het goed functioneren ervan, in het bijzonder wanneer alle juridsiche en politieke middelen zijn uitgeput. In combinatie met andere vormen van legale acties kan burgerlijke ongehoorzaamheid helpen om de strijd te winnen in het voordeel van rechten en rechtvaardigheid.

Impact van de staat van beleg op het strafrecht in Ituri

In mei 2021 kondigde de Congolese staat de uitzonderlijke staat van beleg af in de provincie Ituri, in een poging om een einde te maken aan meer dan drie decennia van oorlogen, opstanden en gewelddadige gewapende conflicten. Die speelden zich af  tegen de achtergrond van een politieke legitimiteitscrisis, een identiteitscrisis en regionale concurrentie om de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen.

De combinatie van verscheidene crisissen en gewapende conflicten heeft geleid tot ernstige schendingen van de mensenrechten en een toenemende verzwakking van het staatsgezag. Al sinds het begin van de jaren 2000 is het land begonnen met politieke onderhandelingen, diplomatieke uitwisselingen, militaire operaties en de organisatie van algemene verkiezingen in de hoop om zo een einde te maken aan de verschillende gewapende conflicten, maar tot nu toe is er weinig succes geboekt.

In dit rapport wordt de balans opgemaakt van de uitvoering van de maatregelen in verband met de staat van beleg en de nefaste gevolgen daarvan voor de rechten van de bevolking en de rechtspraak, met bijzondere aandacht voor de provincie Ituri. Na het instellen van de staat van beleg werden alle rechtszaken die bij burgerlijke rechtbanken in behandeling waren overgedragen aan de militaire rechtbanken, waardoor de rechtsgang in de regio aanzienlijk werd vertraagd. De militaire rechtbanken, die over zeer weinig personeel beschikken, werden al snel overspoeld door deze toevloed van zaken. Bovendien beschikken de magistraten en het gerechtelijk personeel van die rechtbanken en gerechtshoven niet over de nodige kwalificaties om civiele zaken te behandelen.

Daar komt nog bij dat de rechtbanken en gerechtshoven geconcentreerd zijn rond de grote agglomeraties, waardoor ze moeilijk toegankelijk zijn voor mensen uit landelijke gebieden, zeker in een regio waar iedere verplaatsing ernstige risico’s op onveiligheid met zich meebrengt.

De beschouwingen in het rapport zijn het resultaat van observaties van de werking van de staats- en rechtssystemen, van praktijken ter ondersteuning van slachtoffers van massamisdaden en verdachten die van hun vrijheid zijn beroofd, en van uitwisselingen met alle institutionele en civiele actoren die betrokken zijn bij de rechtstoegang van de bevolking. Het rapport analyseert de contouren van de uitvoering van de maatregelen in het kader van de staat van beleg en de werking van het justitiële en veiligheidssysteem. Op basis daarvan stelt het een reeks realistische aanbevelingen voor aan de autoriteiten en andere belanghebbenden met het oog op het opheffen van de staat van beleg, na de geleidelijke versoepeling ervan aangekondigd in oktober 2023.

Oost-Afrika – Bescherming van de burgerlijke ruimte: via Procesvoering in het Algemeen Belang

In 2022 lanceerde het Oost-Afrikaanse kantoor van ASF een project dat drie landen in de regio bestrijkt: Burundi, Tanzania en Oeganda. Het doel van het project is bij te dragen tot de bevordering van de rechtsstaat door het begrijpen en gebruiken van regionale mensenrechteninstellingen, -mechanismen en -instrumenten door plaatselijke middenveldorganisaties.

In de praktijk richt het project zich op het bevorderen van het gebruik van procesvoering in het algemeen belang als een instrument om invloed uit te oefenen, om positieve hervormingen teweeg te brengen op het vlak van de burgerlijke ruimte en vrijheden. In haar interventielanden heeft ASF bestaande en aankomende gedingen geïdentificeerd die geleid worden door middenveldorganisaties. Via het project wordt financiële en technische steun verleend aan deze gedingen, samen met een strategische reflectie over hoe hun bereik kan worden vergroot door middel van pleitbezorging en externe engagementen. Een belangrijk aspect van het project, gezien de regionale aard ervan, is ook het ondersteunen van zaken die regionale mechanismen mobiliseren zoals het Oost-Afrikaanse Hof van Justitie of het Afrikaanse Hof voor Mensen- en Volkerenrechten (ACHPR).

Met de steun van de Pan African Lawyers’ Union, werkt ASF aan juridische voorstellen voor de ACHPR over het recht op vereniging, die een dozijn Afrikaanse staten bestrijken. Onze waarnemingen en juridische analyses brachten ons tot de overtuiging dat de praktijken en wetten die van toepassing zijn op NGO’s in heel wat Afrikaanse staten in strijd zijn met de vrijheid van vereniging. Deze voorstellen zijn gericht op het handhaven van fundamentele burgerlijke vrijheden en het opleggen van een positieve verplichting aan de staten om de geldende wetten te hervormen en een einde te maken aan praktijken die het recht op vereniging schenden. 

ASF biedt ook financiële en technische ondersteuning voor een grondwettelijke petitie die door middenveldorganisaties, waaronder Chapter Four, is ingediend bij het Oegandese Grondwettelijk Hof om de grondwettelijkheid aan te vechten van de wet op computermisbruik, die in oktober 2022 werd gestemd. Hoewel dit controversiële stuk wetgeving door de regering is geprezen als een noodzakelijke bescherming van de privacy in het digitale tijdperk, wordt het door veel lokale middenveldorganisaties gezien als een schending van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid.

Het regionale kantoor van AdZG in Oost-Afrika

Dit artikel komt uit het jaarverslag 2022 van AdZG.

De laatste jaren koos ASF geleidelijk aan voor een meer doorgedreven regionale aanpak voor haar activiteiten in Oost-Afrika. In 2021 werd een regionaal kantoor opgericht dat momenteel drie medewerkers telt, naast de regionale directeur en de respectievelijke landendirecteur voor Oeganda en de programmacoördinatoren voor Kenia en Tanzania.

De verschillende landen in Oost-Afrika delen historische, economische, politieke, sociale en culturele banden en werken steeds nauwer met elkaar samen. Hierdoor kunnen thema’s die ASF aanbelangen, zoals het beheer van natuurlijke rijkdommen, detentie of veiligheid en vrijheid, over verschillende landen heen van toepassing zijn. De lessen die worden getrokken uit de uitvoering van programma’s in het ene land kunnen dus van groot belang zijn voor de uitwerking van onze acties in andere contexten.

Sinds de oprichting was een belangrijke rol van het regionale kantoor het strategisch verzamelen en herverdelen van kennis over alle programma’s heen. Hierdoor konden synergieën worden ontwikkeld, terwijl er ook ruimte bleef voor de contextualisering van elke interventie.

Daarnaast heeft de opzet van nieuwe rollen gewijd aan specifieke technische functies binnen het regionale team aan ASF de mogelijkheid geboden om de methodologische ondersteuning van de verschillende landenteams te verbeteren op het vlak van onderzoek, monitoring en evaluatie, strategische procesvoering en pleitbezorging.

Een belangrijke prioriteit voor het regionale kantoor is ook het identificeren van mogelijkheden voor verdere ontwikkeling op regionaal niveau, onder meer door het opstellen van projecten met verschillende landen en regionale projecten. In maart 2022 lanceerde ASF een tweejarig project, gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking – DGD, getiteld ‘Protecting Civic Space: a Public Interest Litigation Approach’. Het project bestrijkt drie landen in de regio en wil bijdragen tot de bevordering van de rechtsstaat in Oost-Afrika door het maatschappelijk middenveld te mobiliseren rond regionale instellingen, mechanismen en instrumenten actief op het vlak van mensenrechten.

In de toekomst wil het regionale kantoor ook de aanwezigheid van ASF op regionaal niveau in Oost-Afrika blijven versterken. Of het nu gaat om pleitbezorging, strategische geschillenbeslechting of andere engagementen met externe stakeholders, de inspanningen zullen in 2023 worden voortgezet om ervoor te zorgen dat het werk van ASF zichtbaar is en een impact heeft in de regio.

ExPEERience Talk #11 – De Campagne voor de dekriminalistie van armoede en activisme : een wereldwijde noodsituatie, een internationale campagne

  • Wanneer? 5 Oktober – 12u (GMT+1, Tunis) ; 13u (GMT+2, Brussel)
  • Taal: Frans
  • Gratis online evenement – Registratie verplicht

Deze 11e ExPEERience Talk is gewijd aan de Campagne voor de dekriminalistie van armoede en activisme (‘Campaign for the Decriminalisation of Poverty, Status and Activism’). Verschillende leden van de Campagne zullen de historiek, werking en eerste successen van de Campagne toelichten, evenals de uitdagingen en mogelijkheden bespreken die het netwerken van een brede waaier aan actoren met zich meebrengt om zulks een wereldwijd en systemisch probleem aan te pakken.

Overal ter wereld hebben wetten en politie- en strafrechtpraktijken de neiging om bevolkingsgroepen in kwetsbare of gemarginaliseerde situaties (armen, daklozen, LGBTQI+-personen, sekswerkers, migranten, etc.) onevenredig te controleren, te arresteren en op te sluiten. Kleine overtredingen zoals bedelen, openbare ordeverstoring, drugsgebruik, landloperij… worden tegen deze mensen gebruikt met als enige doel om datgene wat ze vertegenwoordigen in de maatschappij te criminaliseren in plaats van de overtredingen die ze hebben begaan. In veel landen is er ook een vernauwing van de civiele ruimte en het gebruik van het strafrecht om activisme en afwijkende meningen de kop in te drukken. Deze fenomenen zijn diep geworteld in de wetgevingen, instellingen en praktijken van staten over de hele wereld.

Tijdens deze ExPEERience Talk zullen sprekers van verschillende lid organisaties van de Campagne de zeer reële gevolgen van deze repressieve wetten en praktijken voor het maatschappelijk middenveld en het grote publiek illustreren. Ze zullen het ook hebben over de verschillende acties die in het kader van de campagne worden ondernomen: gezamenlijk onderzoek, rechtszaken en lobbyen bij nationale en internationale instellingen.

Tot nu toe wordt de Campagne gesteund door zo’n vijftig maatschappelijke organisaties uit verscheidene landen. Het objectief is om de voorwaarden te scheppen voor een wereldwijde verandering in strafrechtelijke en sociale wetgevingen, beleid en praktijken via de mobilisatie van  een transnationale en multisectoriële strategie.

Speakers

  • Khayem Chemli – Head of advocacy at ASF – Euromed region (moderator)
  • Soheila Comninos – Senior program manager at Open Society Foundations
  • Arnaud Dandoy – Research & Learning Manager at ASF – Euromed region
  • Asmaa Fakhoury – Country director ASF Morocco
  • Maria José Aldanas – Policy Officer at FEANTSA

De campagne voor decriminalisering van armoede, activisme en status

De volgende ExPEERience Talk (webinar) georganiseerd door AdZG en haar Justice ExPEERience netwerk zal het thema van de campagne behandelen. Het vindt plaats op donderdag 5 oktober 2023 om 12u (Tunis) – 13u (Brussel). Inschrijven kan nu, deelname is gratis.

De Campagne voor de Decriminalisering van Armoede, Status en Activisme, gelanceerd in Afrika, Zuid-Azië, Noord-Amerika en het Caribische gebied, wordt gedragen door een coalitie van middenveldorganisaties die oproepen tot de herziening en intrekking van wetten die mensen treffen vanwege hun (sociale, politieke of economische) status of hun activisme.

In veel landen zijn de strafprocedure, het wetboek van strafrecht en de ordehandhaving nog steeds een afspiegeling van een koloniale erfenis. Strafbare feiten uit het koloniale tijdperk, zoals landloperij, bedelen of ordeverstoring, worden vaak gebruikt tegen de meest kwetsbaren (daklozen, mensen met een handicap, drugsgebruikers, LGBTIQ+, sekswerkers, migranten, etc.), met als enige doel het criminaliseren van wat zij vertegenwoordigen in de samenleving in plaats van de strafbare feiten die ze hebben gepleegd.

Tegelijkertijd wordt in verschillende van deze landen het strafrecht gebruikt om activisme en afwijkende meningen de kop in te drukken. Opruiingswetten die dateren uit de koloniale tijd en recentere wetten i.v.m. de openbare orde zijn bijvoorbeeld alomtegenwoordige instrumenten die door staten worden ingezet om protest de kop in te drukken en de vrijheid van meningsuiting te beperken. Staten gebruiken het veiligheidsapparaat, het rechtssysteem en detentie tegen individuen en groepen die geen gevaar vormen voor de veiligheid van burgers, maar eerder om de status quo en de privileges van een minderheid te handhaven.

Dit machtsmisbruik heeft een grote impact op de mensenrechten en uit zich in discriminatie, het gebruik van dodelijk geweld, foltering, willekeurige en buitensporige opsluiting, buitenproportionele straffen en onmenselijke detentieomstandigheden. Deze situatie wordt nog verergerd door een combinatie van verschillende vormen van onderdrukking op basis van geslacht, leeftijd, handicap, ras, etnische afkomst, nationaliteit en/of sociale klasse van mensen die al gemarginaliseerd zijn. De bevolkingsgroepen die het zwaarst getroffen worden door deze criminalisering van status, armoede en activisme zijn ook de bevolkingsgroepen die het zwaarst getroffen worden door fenomenen als overbevolking in de gevangenissen, voorlopige hechtenis, verlies van gezinsinkomen, verlies van werk, enz.

In 2021 behaalde de campagne, die advocaten, juristen, leden van de rechterlijke macht, activisten en deskundigen van meer dan 50 organisaties samenbrengt, een aantal belangrijke overwinningen, waaronder baanbrekende processen tegen verschillende wetten voor nationale rechtbanken in Afrika. Hiertoe behoren de goedkeuring van de beginselen over de decriminalisering van kleine vergrijpen door de Afrikaanse Commissie voor de rechten van mensen en volken en de bepaling door het Pan-Afrikaanse Parlement in 2019 van richtlijnen voor een normatieve/modelwet inzake politiewerk.

De campagne is daarom een echte kans voor een wereldwijde verandering in strafrecht en sociale wetten, beleid en praktijken. Voor het eerst richt het maatschappelijk middenveld zich op de gemeenschappelijke disfuncties van het strafrechtsysteem en legt het onder andere verbanden tussen koloniale strafwetgeving en de criminalisering van armoede, in een wereldwijde context van krimpende burgerlijke ruimte.

Tot op vandaag werd de campagne georganiseerd door verschillende comités: een globaal comité, waarvan ASF lid is, en thematische en geografische subgroepen om een grotere representativiteit van de stakeholders en een grotere impact te garanderen.

Advocaten Zonder Grenzen is lid van de coördinerende comités van respectievelijk de subgroepen Francofonie en Noord-Afrika. Deze opbouw is bedoeld om de onderzoeksdoelstellingen, prioriteiten en doelstellingen van de campagne op het gebied van belangenbehartiging en bewustmaking verder te versterken.

Ter gelegenheid van de 18de edite van de Sommet de la Francophonie, gehouden in Djerba op 19 en 20 november 2022, organiseerden ASF en haar partners binnen de Tunesische coalitie gelijktijdig een evenement in Djerba voor de decriminalisering van kleine vergrijpen en armoede, waarbij eisen werden gesteld aan de Organisation Internationale de la Francophonie (OIF), vervat in een openbaar document getiteld de “Déclaration de Djerba“. De ondertekenaars zijn van mening dat de OIF een centrale rol zou kunnen en moeten spelen in het bevorderen van de waarden van de mensenrechten, en het decriminaliseren van kleine vergrijpen zou moeten promoten. Deze kleine vergrijpen zijn niet alleen discriminerend van aard, maar zorgen ook voor meer overbevolking in de gevangenissen waardoor vervolgens de onmenselijke en vernederende detentieomstandigheden verergeren.

De Franstalige subgroep, waarvan ASF lid is, startte in maart 2023 met een reeks interne overlegvergaderingen. Deze zouden moeten leiden tot het opstellen van een charter dat de gemeenschappelijke visie en doelstellingen van de leden zal samenbrengen. Dit charter zal vervolgens als basis dienen voor een belangenbehartigingsstrategie bij invloedrijke actoren zoals de Europese Unie en haar lidstaten, de Afrikaanse Unie en haar lidstaten, de verschillende Europese instellingen die verantwoordelijk zijn voor het samenwerkingsbeleid en de instellingen en mechanismen van de Verenigde Naties.

De Euro-mediterrane hub

Dit artikel komt uit het jaarverslag 2022 van AdZG.

ASF besliste in 2018 om een regionale hub op te richten in de Euro-mediterrane regio, meer bepaald in Tunis. Hiermee streefden we ernaar om de middelen te bundelen en de acties in de regio te versterken en te harmoniseren. Het vernieuwende van de regionale afdeling is dat men oog heeft voor de historische, economische, politieke en culturele banden die bestaan tussen de twee kusten van de Middellandse Zee, en dat hiermee rekening wordt gehouden om op regionaal niveau een samenhangende en efficiënte actie op te zetten.

De Euromed hub bestaat uit vijf leden en de landendirecteurs voor Marokko en Tunesië. De hub verzamelt en analyseert gegevens uit de praktijk om besluitvormingsprocessen op nationaal en Europees niveau aan te sturen. De hub biedt strategische begeleiding aan de kantoren in de regio en identificeert mogelijkheden voor het ontwikkelen en consolideren van partnerschapsnetwerken op zowel nationaal als regionaal niveau. De hub biedt ook technische ondersteuning aan de landenkantoren op het vlak van financieel beheer en personeelszaken.

Drie bij uitstek transnationale en mondiale kwesties, die op hun eigen manier de betrekkingen tussen de twee kusten van de Middellandse Zee bepalen, werden geïdentificeerd als thematische prioriteiten voor de regio:

a)            Migratie: alle landen ten zuiden van de Middellandse Zee zijn herkomst- (Tunesië, Marokko) en doorreislanden (Algerije, Libië) van migranten. Aan Europese zijde neemt migratie een buitensporige plaats in het publieke debat in en het beleid van de Europese Unie en haar lidstaten schendt de grondrechten van migranten.

b)            Vrijheden en veiligheid: de strijd tegen terrorisme en gewelddadig extremisme kan leiden tot overheidsbeleid dat de vrijheden en de burgerlijke ruimte beperkt en de democratische transitie en de fundamentele vrijheden van mensen belemmert. Dit geldt zowel ten zuiden als ten noorden van de Middellandse Zee, waar een wildgroei aan uitzonderingen volgens het principe van de rechtsstaat om gezondheids- en veiligheidsredenen een bedreiging vormt voor de “geconsolideerde democratieën” van het Europese continent. 

c)            Bestrijding van de straffeloosheid van economische spelers: economische belangen houden een systeem van afhankelijkheid in stand van het zuiden ten opzichte van het noorden van het Middellandse Zeegebied. Het gedrag van Europese economische spelers in Afrika heeft een grote invloed op de toename van sociale ongelijkheid en op het milieu, en kan soms een bepalende factor zijn bij conflicten (op lokaal, nationaal en internationaal niveau).

Het jaarverslag van AdZG is beschikbaar

Het team van Advocaten Zonder Grenzen is verheugd u haar laatste jaarverslag voor te stellen.

We hebben een lange weg afgelegd sinds AdZG in 1992 werd opgericht door een groep Belgische advocaten. In die 30 jaar tijd hebben honderden mensen bijgedragen om de vereniging te maken tot wat ze vandaag is: een militante organisatie, actief in een tiental landen, die stijdt tegen onrecht, ijvert voor een rechtsstaat gebaseerd op mensenrechten en voor een betere toegang tot het gerecht, dit alles in nauwe samenwerking met talrijke nationale en internationale actoren.

Deze ervaring, de lokale verankering van onze acties en de sterke banden die we hebben gesmeed met mensenrechtenverdedigers uit alle hoeken van de wereld, geven ons de kracht om impactvolle acties te blijven opzetten ten dienste van bevolkingsgroepen in kwetsbare situaties (vrouwen, kinderen, de LGBTQI+-gemeenschap, etnische minderheden, mensen in detentie, mensen in migratiesituaties, enz.)

Maar de uitdagingen zijn talrijk. Overal ter wereld worden middenveldorganisaties en mensenrechtenverdedigers geconfronteerd met zorgwekkende ontwikkelingen en trends: de opkomst van autoritaire regimes, de inkrimping van de burgerlijke ruimte, het groeiende wantrouwen van het publiek in instellingen, toegenomen sociale spanningen, enzovoort.

Mensenrechtenverdedigers werken in een context die hen steeds vijandiger gezind is. De begrippen mensenrechten en rechtsstaat zelf worden in twijfel getrokken. Activisten, advocaten en journalisten die opkomen voor de fundamentele rechten van kwetsbare bevolkingsgroepen worden steeds vaker systematisch het doelwit van onliberaal repressief beleid.

Elke bladzijde van dit rapport getuigt van de kracht van de vlam die degenen drijft die zich inzetten voor de verdediging van de mensenrechten in het hart van onze samenlevingen, met gevaar en risico voor hun eigen vrijheid. Dit verslag is een eerbetoon aan ieder van hen.

600 dagen na artikel 80: van een noodtoestand naar de vestiging van een autocratie

De Alliance pour la Sécurité et les Libertés (ASL), waarvan ASF deel uitmaakt, publiceerde haar vijfde rapport over de rechtsstaat en de vrijheden in Tunesië. In de nasleep van de staatsgreep van president Saïed op 25 juli 2021, startte ASL met de kwantitatieve en kwalitatieve monitoring en analyse van de gebeurtenissen, beslissingen en reacties die volgden op de controversiële stemming over de nieuwe Tunesische grondwet op 25 juli 2022. Ondertussen zijn we aan de vijfde editie toe.

Meer dan anderhalf jaar geleden, op 25 juli 2021, stelde president Saïed artikel 80 van de grondwet in werking en kondigde hij de noodtoestand af. Deze datum markeerde de start van de ontmanteling van de instellingen die voortvloeiden uit de transitie na 2011: parlement bevroren en vervolgens ontbonden, grondwettelijke instanties ontbonden, volledige bevoegdheden per decreet, ratificatie van een Grondwet die eenzijdig door Saïed is opgesteld en in verderfelijke omstandigheden is aangenomen…

Het beeld dat deze nieuwsbrief schetst laat weinig twijfel bestaan over de autocratische bedoelingen van president Saïed en zijn wens om het hoofdstuk van de democratische transitie in Tunesië definitief af te sluiten. Hij legt eenzijdig een politiek project op dat vaag van opzet is maar absoluut verticaal, autoritair en populistisch.

Uit de monitoring- en analysewerkzaamheden van ASL komen verschillende trends en ontwikkelingen naar voren.

Op institutioneel vlak werd de periode gekenmerkt door de stemming over en de bekrachtiging van de nieuwe grondwet, waarbij de uitvergroting van de uitvoerende macht werd bekrachtigd ten nadele van de wetgevende en rechterlijke macht, die aanzienlijk werden verzwakt. De verkiezingen die voorafgingen aan de stemming over de grondwet en de verkiezing van de eerste kamer van het parlement werden gekenmerkt door hun onverenigbaarheid met de verkiezingsnormen en door een historisch lage opkomst. De rechterlijke macht wordt nog steeds aangevallen en ontmanteld tegen de achtergrond van een grote sociaal-economische crisis.

Tegelijkertijd worden de rechten en vrijheden nog steeds verder uitgehold, in een context van instrumentalisering van het justitie- en veiligheidsapparaat en onderdrukking van tegenstanders, pers en vakbonden. Willekeurige administratieve maatregelen ter beperking van de vrijheden en de goedkeuring van vrijheidsbeperkende wetten-decreten zijn gemeengoed geworden. De afgelopen maanden werden ook gekenmerkt door een campagne van racistisch geweld – ondersteund door de haatdragende retoriek van de staat – tegen Sub-Saharaanse bevolkingsgroepen, op een moment dat steeds meer migranten (al dan niet uit Tunesië) met gevaar voor eigen leven Europa over zee proberen te bereiken.

Ten slotte wordt de greep op de oppositie, die moeite heeft een verenigd front te vormen tegen het regime, steeds sterker. Het politieke toneel blijft instabiel en verschuift. Verschillende (burgerlijke en politieke) oppositie-initiatieven bestaan naast elkaar, maar slagen er niet in een oppositiemacht te vormen die de autoritaire plannen van de president kan aanpakken, terwijl sommige van de bondgenoten zich distantiëren.

Op het internationale toneel is Tunesië bezig zich te isoleren. Sinds de golven van arrestaties van publieke figuren in de afgelopen maanden en de inzet van xenofobe retoriek tegen Sub-Saharaanse migranten volgen de veroordelingen zich op en nemen ze toe. Binnen deze context levert de president diplomatieke inspanningen, met name bij Arabische staten, om internationale steun te verkrijgen.

Alliance Sécurité et Libertés

De Alliance pour la Sécurité et les Libertés (ASL) is een alliantie van Tunesische en internationale middenveldorganisaties gevestigd in Tunesië die, in het verlengde van de Revolutie voor Vrijheid en Waardigheid, denkt, handelt en mensen mobiliseert opdat Tunesië de opbouw van een democratische staat realiseert waarbij het overheidsbeleid ten dienste staat van de burgers en vrede, eerbiediging van de mensenrechten en gelijkheid garandeert.