Haal armoede uit het strafrecht!

ASF zet samen met Open Society Foundation, APCOF, PALU en ACJR haar schouders onder de campagne “Poverty is Not a Crime”, gericht op de depenalisering en decriminalisering van kleine delicten. Deze wetten en hun toepassing zijn zowel arbitrair, als discriminerend en treffen vooral de armere bevolking. Nog al te vaak worden mensen gearresteerd en opgesloten in overbevolkte gevangenissen voor kleine delicten zoals landloperij, “losbandig” gedrag of lanterfanten.

 Het bestraffen van bepaald gedrag, zoals landloperij of bedelarij, heeft vooral een impact op de meest kwetsbare groepen in de maatschappij. In heel wat landen op het Afrikaanse continent dateren dergelijke overtredingen van het koloniale tijdperk. Hoewel deze wetten ingetrokken werden in de vroegere koloniale mogendheden, blijven ze van kracht in tal van Afrikaanse staten.

Door een strafrechtelijke reactie op socio-economische problemen raken de kwetsbare groepen nog verder gemarginaliseerd. Deze kleine delicten in het strafrecht houden zorgt dus voor een vicieuze cirkel. In heel wat landen is de strafrechtelijke aanpak van kleine delicten trouwens één van de hoofdoorzaken voor de overbevolking in de gevangenis. Deze overtredingen uit het strafrecht halen en stoppen met mensen op te sluiten die geen gevaar vormen voor de openbare orde is de enige mogelijke uitweg op lange termijn.

In het kader van de campagne Poverty is not a crime, hebben verschillende organisaties hun krachten gebundeld om deze kleine delicten uit het strafrecht te halen. Op nationaal en regionaal niveau zetten de teams en de partners van ASF zich in als pleitbezorgers.

Op internationaal vlak besliste het Afrikaanse Hof voor de Rechten van Mens en Volkeren op 4 december 2020, naar aanleiding van een vraag op initiatief van PALU (Pan-African Lawyers Union), unaniem voor de depenalisering van kleine delicten. Men verklaarde dat deze wetten en bepalingen in strijd zijn met het Afrikaanse Handvest, het Kinderrechtenhandvest en het Maputo-protocol. Op basis van deze uitspraak gelastte men de betrokken staten om deze wetten en bepalingen te herzien, te herroepen en, desgevallend, aan te passen.

De bestraffing van kleine delicten is in strijd met het grondwettelijke principe van gelijkheid en non-discriminatie. Het heeft een grote impact op armen, kwetsbaren en vrouwen én vormt een inbreuk op verschillende van hun vrijheden zoals vrij verkeer en vrijheid van meningsuiting.

Naar aanleiding van de positieve beslissing van het Afrikaanse Hof sluit ASF zich aan bij de organisaties in het maatschappelijke middenveld die de herroeping vragen van dergelijke overtredingen en de stopzetting van elke vorm van ongegronde repressie.

In de strijd tegen mensenhandel is coördinatie essentieel

Tunis, 28 februari 2019 – Als land van oorsprong, doorgang en bestemming voor slachtoffers van mensenhandel heeft Tunesië een sterk juridisch kader gecreëerd om dit fenomeen te bestrijden. Maar hoe kan een effectieve samenwerking tussen de betrokkenen gegarandeerd worden? Op 23 januari, nationale dag voor de afschaffing van de slavernij, hebben ASF en de Nationale instantie voor de strijd tegen mensenhandel een internationaal colloquium georganiseerd met betrekking tot dit vraagstuk.

In de strijd tegen mensenhandel is het essentieel dat de verschillende actoren die betrokken zijn, samenwerken en hun inspanningen coördineren”, legt Zeineb Mrouki uit, projectcoördinatrice voor ASF in Tunesië (rechts op onderstaande foto). “De Nationale instantie voor de strijd tegen mensenhandel heeft de opdracht om een nationaal mechanisme voor doorverwijzing op te zetten, om zo de samenwerking tussen overheidsinstanties en het maatschappelijk middenveld te organiseren. Dit mechanisme moet instaan voor de identificatie van slachtoffers, hun doorverwijzing naar de bevoegde diensten, en hun begeleiding en bescherming.

Ministeries, ordediensten en douanes, maatschappelijk werkers, arbeidsinspectie, kinderbescherming, maatschappelijk middenveld, enz. kwamen samen om hun ervaringen met doorverwijzing van slachtoffers te delen, en om gezamenlijk aanbevelingen op te stellen voor de oprichting van het toekomstige doorverwijzingsmechanisme.

De twee voornaamste vaststellingen tijdens de discussies: het is noodzakelijk om de betrokken actoren op te leiden met betrekking tot de Organieke wet n°2016-61 met betrekking tot de preventie van en de strijd tegen de mensenhandel; en alle actoren moeten hun praktijken aan deze wet aanpassen.

Buitenlandse personen in een illegale situatie hebben bijvoorbeeld recht op bescherming wanneer ze slachtoffer zijn van mensenhandel. Nochtans worden zij het vaakst het land uitgewezen door de politie, zonder van deze bescherming te hebben genoten omdat ze nooit als slachtoffer werden geïdentificeerd en erkend. De onderzoekstechnieken en technieken om naar de slachtoffers te luisteren zijn niet aangepast aan de bijzonderheden van mensenhandel.

Sinds de inwerkingtreding van de wet op mensenhandel werden 780 gevallen van mensenhandel geregistreerd. De slachtoffers dienen steeds vaker klacht in. Niettemin heeft tot op heden nog geen enkel vonnis de kwalificatie van mensenhandel bevestigd voor de gepleegde inbreuken, ofwel omdat de rechters de wet niet kennen, ofwel omdat ze minder hoge straffen verkiezen. De oproep aan het adres van rechters belast met zaken van mensenhandel is dus om de middelen te gebruiken die de wet hen ter beschikking stelt.

Wij roepen ook de betrokken ministeries op, zoals het ministerie van gezondheidszorg of het ministerie voor de vrouw, om de wet toe te passen”, voegt Zeineb Mrouki toe. “Het gaat onder andere om de kosteloosheid van bepaalde zorgen en de terbeschikkingstelling van een slaapplaats voor de slachtoffers”, besluit ze.

Op 24 januari, de dag na het colloquium, werden bewustmakingssessies georganiseerd in het centrum van Tunis om het brede publiek te informeren met betrekking tot de realiteit van mensenhandel en de rechten van slachtoffers.

Het colloquium en de bewustmakingsdag werden georganiseerd door de Nationale instantie voor de strijd tegen mensenhandel en Advocaten Zonder Grenzen met deelname van de Raad van Europa, de Internationale Organisatie voor Migratie, het VN-Ontwikkelingsprogramma, de VN-Vluchtelingorganisatie en het United Nations Office on Drugs and Crime.
Foto’s © ASF

Geen slaven maar mensen: het doorbreken van het taboe rond mensenhandel in Tunesië

Sinds enkele maanden, van Kef tot Sfax, komen honderden mensen in actie om Manel, Kayta, Morjena en Hamma te bevrijden. Deze vier paspoppen staan symbool voor de slachtoffers van mensenhandel, een wijdverspreid maar toch miskend fenomeen in Tunesië. ASF en haar partners hebben beslist om zich actief toe te leggen op dit taboe, om zo het bewustzijn en de praktijken te doen kenteren. Mensenhandel is de derde meest lucratieve georganiseerde misdaad ter wereld. Voor de slachtoffers is Tunesië zowel een land van oorsprong, van transit als van bestemming. Kinderen en migranten zonder rechtmatige status zijn bijzonder kwetsbaar voor gedwongen arbeid, uitbuiting in het huishouden of prostitutie. Een wet die een jaar geleden werd aangenomen verbiedt mensenhandel en voorziet strenge straffen. Bovendien werd begin 2017 een instantie ter bestrijding van mensenhandel opgezet. Maar de problematiek is het onderwerp van een streng sociaal taboe. De bevolking is slecht geïnformeerd over het onderwerp en over haar rechten en plichten, slachtoffers aarzelen om te getuigen, de mensenhandelpraktijken blijven bestaan. Sinds enkele maanden zorgen ASF en haar partners ervoor dat de mentaliteit verandert: “Door middel van de paspoppen (foto) confronteren we de Tunesische burgers met de lijdensweg die de slachtoffers van mensenhandel hebben afgelegd”, legt Nadia Ben Halim, Programmacoördinatrice bij ASF uit. Wanneer ze Manel (13 jaar, huisslaaf), Morjena (29 jaar, gedwongen om zich te prostitueren) of Hamma (6 jaar, bloemenverkoopster) zien, worden voorbijgangers en toeschouwers op het festival van Hammamet voor de keuze gesteld: “Bevrijd mij” of “Koop mij”. Ze ontvangen vervolgens een foto met een boodschap die hun keuze van commentaar voorziet.
© ASF
Wij informeren de bevolking over de realiteit van mensenhandel vandaag in Tunesië”, vult Nadia Ben Halim aan. “Wij leggen ook uit wat de straffen zijn voor mensen die schuldig worden bevonden aan mensenhandel in al zijn vormen. Deze kunnen gaan tot 10 jaar gevangenisstraf en een boete van 50.000 dinars (ongeveer 18.000 euro). Wij nodigen mensen die getuige zijn van situaties van mensenhandel uit om deze bij de bevoegde autoriteiten aan te geven. Wij willen ook het bewustzijn en de praktijken in de Tunesische samenleving veranderen.” De sensibiliseringscampagne bestaat uit een interactieve installatie, spots op tv en radio en een Facebookapplicatie. Deze campagne heeft al grote weerklank gekregen in het land. Vandaag werd het filmpje al meer dan 100.000 keer bekeken en al meer dan 600 keer gedeeld op sociale netwerken. De campagne maakt deel uit van een tweejarig project van Advocaten Zonder Grenzen, het Forum Tunisien pour les Droits Economiques et Sociaux en NOVACT, met de steun van de Europese Unie. Dit project streeft ernaar om te strijden tegen mensenhandel in Tunesië door middel van sensibilisering en advocacy, maar ook door het versterken van de capaciteiten van de betrokken actoren. #3bed_mouch_3abid #EndHumanTrafficking #30 juli, Werelddag tegen mensenhandel
Coverfoto © Afkart voor ASF

Zonder identiteit geen rechten

Bangui, 15 april 2016 – Zonder geboorteaangifte worden u heel wat rechten ontzegd. Hoe toegang krijgen tot de gezondheidszorg zonder identiteitsbewijs? Hoe naar school gaan? Hoe gaan stemmen? De meeste Centraal-Afrikanen, en vooral de allerjongsten onder hen, bestaan niet voor de staat. In antwoord op dat probleem organiseert Advocaten Zonder Grenzen mobiele zittingen: leden van het gerecht, het parket en de griffie trekken naar de dorpen om er vonnissen geldend als geboorteakte uit te spreken.

Volgens de geldende wetgeving in de Centraal-Afrikaanse Republiek is het vanaf een maand na de bevalling niet meer mogelijk om een geboorteakte op te stellen. Die akte is nochtans essentieel voor alle burgers. Ze is immers hun toegangsticket voor burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten. Zonder die akte heeft het kind geen recht op onderwijs, gezondheidszorg, nalatenschap, eigendom… en kan het later niet gaan kiezen of verkozen worden.

De meeste Centraal-Afrikanen, en vooral de allerjongsten onder hen, hebben geen geldige akte van de Burgerlijke Stand. Daar zijn allerlei redenen voor. In de eerste plaats is er een economische verklaring: een geboorteakte kost 1.500 CFA-frank (ongeveer 2,5 euro), terwijl het gemiddelde loon in de CAR 39.000 CFA-frank bedraagt. Ludovic Kolengue Kaye, projectcoördinator bij ASF: “Geld is zeker een verklaring voor het lage aantal geboorteaangiften, maar de bevolking is ook onvoldoende geïnformeerd en de procedures zijn zeer complex”. De diensten van de Burgerlijke Stand en de bevoegde overheid zijn ook structureel verstoord door de plunderingen en vernielingen tijdens de geweldplegingen waardoor het land in 2012-2013 getroffen werd.

Om dat probleem het hoofd te bieden organiseert ASF mobiele zittingen in Bangui (de hoofdstad) en Bouar (in het oosten van het land). Ter vervanging van de niet binnen de legale tijdslimiet uitgegeven geboorteakte wordt dan een vonnis uitgesproken door een rechter die de geboorte van de betrokkene officieel erkent. In tegenstelling tot de klassieke zittingen vinden de mobiele zittingen plaats buiten de gerechtshoven en rechtbanken, bijvoorbeeld op het gemeentehuis van een arrondissement. Zo kunnen de inwoners er makkelijker naartoe.

Arsène, vader van de eenjarige Kestia, getuigt: “Ik kon mijn kind onmogelijk aangeven bij de gemeente omdat ik daar de middelen niet voor had. Ik vernam dat er zittingen gehouden werden via mijn wijkchef die met een megafoon door de straten ging en ik ben langsgegaan”.

Arsène et sa fille Kestia
Arsène en zijn dochter Kestia

Leden van het gerecht, het parket, de griffie en het gemeentehuis zijn aanwezig. Er is ook een arts ter plaatse om de leeftijd van het kind te bepalen. ASF neemt de 15 euro kosten van de vervangende vonnissen ten laste.

“Mijn dochter zal naar school kunnen, en het zal alle stappen in haar leven eenvoudiger maken”, verklaart Léana, moeder van Esther.

Léana et sa fille Esther
Léana en haar dochter Esther

Elke mobiele zitting wordt voorafgegaan door bewustmakingsacties waarin de bevolking wordt verteld hoe belangrijk het wel is om de geboorten aan te geven en de lokale overheid meer informatie krijgt over de procedure en hun rol in het proces voor de opstelling van de akte van de Burgerlijke Stand.

Tot nu toe werden al zes mobiele zittingen georganiseerd. Zo werden 403 kinderen van 1 maand tot 16 jaar verzekerd van hun rechten.

Die activiteiten zijn mogelijk dankzij de financiële steun van de afvaardiging van de Europese Unie en van de Franse ambassade in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Foto’s © ASF/B. Langhendries

Oeganda: mensenrechten in gevaar door industriële activiteiten

Hoima, 2 april 2015 – Sinds augustus 2014 is Advocaten Zonder Grenzen (ASF) actief in het district Hoima in het westen van Oeganda, met als doel de autonomisering te steunen van de gemeenschappen die bedreigd worden door industriële activiteiten en ze te sensibiliseren voor hun rechten. Het team van ASF in Hoima heeft onlangs de Belgische ambassadeur ontvangen. Een mooi teken van aanmoediging voor de getroffen gemeenschappen en voor ASF.

Sinds de ontdekking van aardolie op zijn grondgebied in 2006 is Oeganda in een voorbereidende fase getreden met het oog op de winning van aardolie om de economische groei van het land te versterken. In het district Hoima is de bouw van een raffinaderij gepland op een oppervlakte van zowat 30 km², wat niet zonder gevolgen zal zijn voor de bevolking in de regio. Tijdens de eerste fasen van de verwezenlijking heeft ASF vastgesteld dat de regering zich nauwelijks of niet engageert ten opzichte van de gemeenschappen, alsook wat betreft de risico’s van aantasting van de mensenrechten door de raffinaderij en de huidige en toekomstige industriële activiteiten. De Oegandese grondwet verplicht de Staat evenwel de noodzakelijke maatregelen te treffen om de burgers te betrekken bij de uitwerking en toepassing van activiteiten die gevolgen voor hen hebben. De Oegandese overheid verstrekt de inwoners van Hoima echter niet de informatie die nodig is om de toegepaste industriële praktijken en de impact ervan op het vlak van de mensenrechten te begrijpen.

Machteloos als ze zijn, worden de gemeenschappen van Hoima geconfronteerd met belangrijke schendingen van hun rechten. Zo werden 7.000 personen gedwongen hun eigendom te verlaten, soms zonder vervangingswoning of compensatie. Inwoners vertellen: “Wij wonen op gronden die ons niet meer toebehoren omdat de regering ze nodig heeft voor de raffinaderij. Wij kunnen nergens anders naar toe omdat de regering ons geen compensatie heeft gegeven om elders een eigendom te verwerven”. De frequente verplaatsingen van bevolkingsgroepen leiden bovendien tot schendingen van hun recht op opleiding, tewerkstelling, voeding en zuiver water.

“Een dergelijke toestand dreigt, indien die vandaag niet wordt aangepakt, nog te veregeren met de komst van nieuwe investeerders en de ontwikkeling van nieuwe activiteiten” legt Jean-Philippe Kot, expert  van ASF in internationaal recht, uit. In partnerschap met de NGO Global Rights Alert is ASF in augustus 2014 gestart met een proefproject om de actieve deelname van de burgers in het beheer van hun grondgebied te ondersteunen. Het project wil ook de toegang tot de rechtsspraak te bevorderen en een autonomisering aan te moedigen van de gemeenschappen die worden getroffen door de industriële projecten. ASF voert sensibiliseringsactiviteiten uit om elke burger bewust te maken van zijn rechten. In een tweede fase tracht ASF de slachtoffers een betere toegang te bieden tot de rechtsspraak: een “juridische kliniek” verwelkomt de burgers en biedt hen gratis juridische raad en bijstand aan. ASF gaat eveneens de slachtoffers vertegenwoordigen die niet de middelen hebben om de steun van een advocaat te betalen.

Het ASF bureau in Hoima ontvangt de Belgische ambassadeur, zijne excellentie Alain Hanssen
Het ASF bureau in Hoima ontvangt de Belgische ambassadeur, zijne excellentie Alain Hanssen © ASF

Midden maart 2015 hebben een aantal begunstigden van het project de mogelijkheid gehad zijne excellentie Alain Hanssen, de Belgische ambassadeur in Oeganda, te ontmoeten. Gevoelig voor de moeilijkheden waarmee de gemeenschappen dagelijks geconfronteerd worden, heeft de ambassadeur ze gesteund en aangemoedigd om hun acties met ASF voort te zetten. De ambassadeur heeft de NGO ten zeerste bedankt voor haar werk in Hoima.

Met dit project wordt ernaar gestreefd de burgers te doen deelnemen aan de sociale  autonomisering en aan de uitwerking van procedures in de aardoliesector in Oeganda. Het project loopt over twee jaar in partnerschap met Global Rights Alert en wordt gefinancierd door het Democratic Governance Facility.

Coverfoto: werknemers op mijn (Noord-Oost-Uganda) © ASF

ASF at UN Congress on Criminal Justice and Crime Prevention

At the 13th United Nations Congress on Crime Prevention and Criminal Justice, held in Doha (Qatar) until 19 April, ASF will be sharing its experience in post-conflict countries and countries in transition, during 2 side-events. The first one (on 14 April) will address the role of the justice system in democracry-building in Tunisia. The second one (on 16 April) will focus on pre-trial detention.

14 April – 5 pm. Together with members of civil society, ASF will address the role of the justice system in democracy-building in Tunisia: how is access to justice essential for sustainable development? What lessons can be drawn from the experiences of Tunisian civil society in the wake of the 2011 revolution? Will Tunisia pass the test, using access to justice to face socio-economic challenges?
With:

  • Amira Yahyaoui, President of the Tunisian NGO Al Bawsala
  • Mouheb Garoui,Executive Director of I Watch (the national chapter in Tunisia of Transparency International, a global movement that combats corruption)
  • Katie Shay, Legal and Policy Coordinator at ICAR (International Corporate Accountabilty Roundtable)
  • Shira Stanton, ASF

16 April – 3 pm. What are the socio-economic issues and consequences of a systematic and abusive use of detention before judgment? What are the ways forward tested on the ground which could help reduce the number of arbitrary detentions? How can access to justice limit the use of pre-trial detention? Representatives of bar associations, justice administration and institutions from South Africa, Burundi and Tunisia will share their findings and most importantly their experience in reducing the use of pre-trial detention:

  • Edouard Minani, Director of the Centre for Professional Legal Training in Burundi
  • Lotfi Ezzeddine, lawyer (Tunis), member of the executive committee of the Tunisian Justice Observation Network
  • Vidhu Vedalankar, CEO Legal aid South Africa
  • Bruno Langhendries, ASF

ASF will present 3 recent studies about detention in Burundi, DR Congo and Tunisia.

In addition, at a workshop on Public Participation organised by the UN Office on Drugs and Crime and the Australian Institute of Criminology, ASF will be presenting field initiatives that work at the local level, enabling people to become effective actors rather than passive recipients, people who can then address the justice sector needs of their communities and States.

The UN Congress on Crime Prevention and Criminal Justice is held every five years, bringing together over 4,000 Government and civil society representatives. We will be there as well. For further information, please contact doha@asf.be.

Ja, vluchtelingen dragen bij aan ontwikkeling

Bujumbura, Burundi, 20 juni 2014 – Dragen vluchtelingen bij aan het leven en de ontwikkeling van hun gastlanden? Volgens Advocaten Zonder Grenzen (AdZG) is het antwoord ja. Ter gelegenheid van Wereldvluchtelingendag trapt AdZG hierrond overigens een bewustmakingscampagne op gang in Burundi. Dit kleine Afrikaanse land, waar maar liefst 50.000 vluchtelingen wonen, kent veel mooie verhalen over solidariteit en toekomstkansen.

“Hier ben ik veilig en vrij”, zegt Congolees vluchteling in Burundi Numbe Chock Bin. “Ik heb een bakkerij geopend in het vluchtelingenkamp Kamuvu en het brood dat wij hier maken, helpt de andere vluchtelingen en ook de Burundezen die in de buurt wonen.”

Numbe Chock Bin is een van de drie Congolese vluchtelingen die hun verhaal vertellen vanaf de vlucht uit hun land van herkomst, waar geweld en angst al jarenlang de boventoon voeren, tot hun integratie in de Burundese samenleving.

De meeste mensen die hun land ontvluchten om in een ander land een onderkomen te vinden, zijn kwetsbaar. Meestal kennen ze hun rechten niet en zijn ze onvoldoende op de hoogte van de procedures om een vluchtelingenstatuut aan te vragen. Soms ook worden ze het slachtoffer van misbruik of seksueel geweld.

“Maar vluchtelingen hebben niet alleen rechten en plichten. Ze kunnen ook bijdragen aan de ontwikkeling”, zegt Axelle Nzitonda, AdZG-projectcoördinatrice in Burundi. “Ter gelegenheid van de werelddag hebben we daarom besloten om levensverhalen naar buiten te brengen die aantonen dat vluchtelingen deelnemen aan het leven en de ontwikkeling van Burundi. We juichen ook de solidariteit van dit gastland toe.” Burundi is namelijk het enige land in het Grote Merengebied dat over een instantie beschikt om asielkwesties te behandelen.

De verhalen worden uitgezonden in de vorm van spots op de Burundese televisie in het kader van het PIDDAR*-project. Dit project werd opgestart in 2012 en heeft als doel de beschermingsmaatregelen en de juridische hulp en bijstand voor vluchtelingen en asielzoekers te versterken en het asiel en de internationale bescherming van vluchtelingen in Burundi te bevorderen.

“Er komen Burundezen naar mijn bakkerij. Ik leer ze brood bakken en dat is een voordeel voor hun toekomst”, zegt Numbe Chock Bin.

Dankzij het PIDDAR-project werden al meer dan 2.800 personen bewustgemaakt van hun rechten; 2.600 anderen genieten onder meer gratis juridisch advies.

Dit AdZG project, gefinancierd door de Europese Unie, wordt georganiseerd ter ondersteuning van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (UNHCR) en het Office National de Protection des Réfugiés et des Apatrides, een structuur van het Ministerie van Binnenlandse zaken, die belast is met de bepaling van het vluchtelingenstatuut.

Volgens het UNHCR zijn er momenteel 51,2 miljoen personen – vluchtelingen, ontheemden en staatlozen – die internationale bescherming nodig hebben als gevolg van geweld en onveiligheid in hun eigen land.

*PIDDAR = letterwoord voor “Protection Internationale et Droits des Demandeurs d’Asile et des Réfugiés”.

Ontdek hoe een bakkerij, een leraar et een student, alles vluchtelingen, hun steentje bijdragen (video in thet Frans).

Foto : Numbe Chock Bin, Congolees vluchteling in Burundi, heeft een bakkerij in het vluchtelingenkamp Kamuvu geopend © ASF

Overwinning voor 311 Tunesische arbeidsters

Tunis/Monastir, 16 juni 2014 – Advocaten Zonder Grenzen (AdZG) is tevreden over de recente arresten van de rechtbank van eerste aanleg in Monastir, waarbij vijf vennootschappen veroordeeld werden tot de betaling van een schadevergoeding aan 311 werkneemsters die in 2013 onrechtmatig ontslagen werden. Dit vonnis maakt duidelijk dat alle werkgevers die in Tunesië actief zijn, inclusief de multinationals die in het land gevestigd zijn, verplicht zijn om de werknemersrechten te eerbiedigen.

Op 5 juni 2014 werden de vijf Tunesische vennootschappen (SUNCO, THT, JJ Fashion, Liatex en JBG), die behoren tot de Belgische textielgroep Jacques Bruynooghe Global (JBG), door de rechtbank van eerste aanleg in Monastir veroordeeld wegens de niet-naleving van de sociale wetgeving.

311 arbeidsters die in 2013 onrechtmatig ontslagen werden, hadden een klacht ingediend tegen de fabrieken waar zij tewerkgesteld waren. Ze werden in het gelijk gesteld en kregen zowat de volledige schadevergoeding toegewezen waarop zij recht hadden: achterstallige lonen, premies en vergoedingen voor misbruik van het ontslagrecht voor een totaalbedrag van meer dan vier miljoen Tunesische dinar, wat overeenkomt met ongeveer 1,8 miljoen euro.

De werkneemsters werden in deze zaak bijgestaan door meester Charfeddine Kellil, die handelde in opdracht van AdZG in het kader van de verdediging van de economische en sociale rechten van kwetsbare personen in de regio’s Monastir en het mijnbekken van Gafsa. Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie en uitgevoerd in partnerschap met het Forum Tunisien des Droits Economiques et Sociaux (FTDES).

De rechtbank erkende de onrechtmatigheid van het ontslag door een vennootschap die zichzelf failliet had verklaard. Deze rechterlijke beslissing moet om twee redenen worden toegejuicht: ze veroordeelt vennootschappen die tot een buitenlandse groep behoren en er wordt een grote schadeloosstelling gevorderd. “Het is dus een sterk signaal naar de werkgevers uit de (nationale en buitenlandse) textielsector: de economische en sociale werknemersrechten, de sociale wetgeving en het Wetboek van Commerce moeten nageleefd worden”, zegt Mr. Kellil.

Meer in het algemeen geven dergelijke vonnissen hoop aan duizenden arbeidsters die afkomstig zijn uit de armste streken van Tunesië. “De bescherming en effectiviteit van de mensenrechten moeten gewaarborgd zijn. Deze zaak toont aan dat de rechtstoegang zeer belangrijk is om rechten te laten gelden”, zegt Martin Causin, hoofd van de AdZG missie in Tunesië.

“De uitdaging is nu ervoor te zorgen dat deze veroordelingen geen dode letter blijven en dat ondanks het faillissement van de betrokken vennootschappen de vergoedingen toch uitbetaald worden”, zegt M. Causin.

Volgens een studie van het FTDES hebben tussen 2007 en 2012 87 textielfabrieken in de regio van Monastir de deuren moeten sluiten, waardoor 4.500 banen verloren gingen. Laaggeschoolde vrouwen zijn hiervan het grootste slachtoffer: acht op de tien zijn werkloos. Deze situatie verergert hun precaire toestand en maakt het voor duizenden gezinnen moeilijker om hun levensomstandigheden te verbeteren.

Foto : « Jacques (Bruynooghe) beweert in faillissement te zijn om zo zijn arbeisters to kunnen onslaan », aldus dit bord tijdens een betoging in Ksar Hellal in juli 2013 © FTDES – A. Allagui

Tunesië: inwoners vinden eindelijk gehoor

Ondanks de revolutie van 2011 zien de Tunesische burgers soms maar één manier om uiting te geven aan hun ontevredenheid over problemen in het dagelijkse leven: de straat opgaan. Formele participatiemechanismen, zoals vergaderingen met de gemeenteraad of met ambtenaren, zijn niet altijd voorhanden of voor hen toegankelijk. Advocaten Zonder Grenzen (AdZG) helpt achtergestelde bevolkingsgroepen door de dialoog met de plaatselijke besturen te herstellen. Dit gebeurt in samenwerking met het Forum tunisien pour les Droits économiques et sociaux (FTDES). Doel: de bescherming van de mensenrechten garanderen, om zo de levensomstandigheden helpen verbeteren.

Sinds de Arabische Lente hebben de Tunesiërs de neiging ontwikkeld om te manifesteren en de straten te blokkeren om hun ongenoegen kenbaar te maken bij de plaatselijke besturen. Dat is een duidelijk teken dat er een probleem is met de toegang tot participatiemechanismen die burgers de kans geven hun rechten te begrijpen en op te eisen.

Het stadje Moulares, 400 km ten zuidwesten van Tunis, is een goed voorbeeld van deze situatie. In het kader van een ondersteuningsproject voor achtergestelde personen onderneemt AdZG samen met het FTDES actie in deze regio, waar de werkloosheid 28% bedraagt. AdZG projectcoördinator Khaled Hussein trok naar Moulares omdat een groep jongeren er illegaal verwijderd werd van een aanwervingsprocedure voor een grote mijnbouwmaatschappij. Hij trof een stad aan die kolkte van woede, maar dan wel om een heel andere reden: de watervoorziening.

Al wekenlang verliep de watervoorziening hoogst onregelmatig als gevolg van een stukgesprongen leiding. Dit incident had negatieve gevolgen voor de gezondheid van de inwoners, de veehouderij en de bewerking van de landbouwgrond. “Wij hebben er genoeg van! De leidingen zijn stuk en niemand doet er iets aan. De kinderen worden ziek door de uitwerpselen die uit het riool komen! Niemand luistert naar ons!”, getuigen de inwoners. Verontwaardigd dat de twee opeenvolgende gouverneurs van de regio weigerden om hen te ontmoeten, wierp de bevolking van Moulares blokkades op zodat niemand de stad in kon.

Als advocaat en coördinator van een internationale NGO krijgt K. Hussein gemakkelijk toegang tot de regeringsorganen. Hij slaagt erin om snel een afspraak te maken met de gouverneur in verband met de eisen van de bevolking. “De betrokken partijen werden op de vergadering uitgenodigd om tot een passende en aanvaardbare oplossing te komen. De gouverneur heeft concrete maatregelen genomen en een week later was de leiding hersteld”, zegt de AdZG-coördinator.

Dit voorbeeld toont aan dat er snelle en doeltreffende oplossingen bestaan, maar dat de mechanismen om ze toe te passen dikwijls moeilijk toegankelijk zijn voor de inwoners. Het is erg belangrijk dat de administratieve procedures niet afhangen van de goede wil van een enkele persoon en dat ze toegepast worden in een niet-discriminerende staatslogica.

AdZG is in de regio aanwezig sinds 2012 en zet zich samen met het FTDES in voor achtergestelde bevolkingsgroepen in de regio, zodat de burgers hun economische en sociale rechten kunnen laten gelden. Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie.

Foto : Ondanks de revolutie van 2011 blijven de levensomstandigheden voor de Tunesische burgers problematisch © ASF- S. Stanton

Rechtstoegang op de post-2015 agenda

Brussel/New-York, 19 december 2013 – Advocaten Zonder Grenzen (AdZG) heeft, samen met andere mensenrechtenorganisaties, opgeroepen om de post-2015 ontwikkelingsagenda te voorzien van een kader aangaande de mensenrechten.  Dit is noodzakelijk om zowel duurzaamheid als rechtvaardigheid te verzekeren. Voor AdZG is het vooral belangrijk dat de rol van de rechtstoegang als een mensenrecht dat alle andere rechten garandeert benadrukt wordt.

AdZG is één van de meer dan 300 niet-gouvernementele en maatschappelijke organisaties die de “Human Rights for All Post-2015” verklaring hebben ondertekend. Deze verklaring werd vorige week voorgesteld op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties tijdens de Open Werkgroep over Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen in New-York.

De Milleniumdoelstellingen, ontwikkeld in 2000 door de internationale gemeenschap, bevatten een aantal concrete doelen, zoals het wegwerken van extreme armoede en het versterken van de positie van vrouwen, die in 2015 zouden moeten gerealiseerd zijn. “Nu deze deadline snel dichterbij komt is het duidelijk dat deze doelstellingen niet gehaald zullen worden. Dit komt voornamelijk door het gebrek aan aandacht voor het bereiken van de meest kwetsbaren en gemarginaliseerden in de samenleving”, stelt algemeen directrice van AdZG Francesca Boniotti.

Mensen die in armoede leven hebben minder toegang tot het recht dan anderen. Deze mensen lopen onder andere een groter risico om, in afwachting van hun proces, illegaal opgesloten te worden zonder toegang tot een advocaat, voldoende voedsel, water of sanitaire voorzieningen. Dit kan ertoe leidden dat familieleden hun job verliezen of niet meer in staat zijn hun kinderen naar school te sturen.

Zonder rechtstoegang kunnen mensen bijvoorbeeld moeilijker hun recht op vrije meningsuiting gebruiken om te protesteren tegen corrupte regimes die publieke middelen verduisteren, waardoor mensen niet in staat zijn beroep te doen op andere basisrechten, zoals het recht op gezondheid en onderwijs.

“Ontwikkeling kan enkel mogelijk zijn als mensen een grotere controle hebben over hun eigen leven en beslissingen kunnen nemen waardoor ze in staat zijn hun rechten te realiseren en hun situatie volgens hun eigen prioriteiten te verbeteren”, vindt Francesca Boniotti. “Rechtstoegang is noodzakelijk opdat mensen in staat zijn hun rechten te verdedigen en te beschermen en ze een actieve rol kunnen spelen in hun gemeenschap”.

Voor AdZG is het essentieel dat het post-2015 raamwerk het belang van rechtstoegang voor het garanderen van alle andere rechten en doelstellingen erkend. Alleen dan kan men zeker zijn dat de ontwikkelingsagenda mensen in staat stelt zich volledig te ontplooien binnen een structuur die democratie, de rechtsstaat en duurzame vrede promoot.

Lees de verklaring “Human Rights for All Post-2015

Lees het AdZG artikel “Rechtstoegang kan helpen om armoede te verminderen” (mei 2013)

Bekijk het AdZG filmpje “Making justice accessible improves people’s lives

Hoofdfoto: © ASF/I. Van Gisbergen