De campagne voor decriminalisering van armoede, activisme en status

De volgende ExPEERience Talk (webinar) georganiseerd door AdZG en haar Justice ExPEERience netwerk zal het thema van de campagne behandelen. Het vindt plaats op donderdag 5 oktober 2023 om 12u (Tunis) – 13u (Brussel). Inschrijven kan nu, deelname is gratis.

De Campagne voor de Decriminalisering van Armoede, Status en Activisme, gelanceerd in Afrika, Zuid-Azië, Noord-Amerika en het Caribische gebied, wordt gedragen door een coalitie van middenveldorganisaties die oproepen tot de herziening en intrekking van wetten die mensen treffen vanwege hun (sociale, politieke of economische) status of hun activisme.

In veel landen zijn de strafprocedure, het wetboek van strafrecht en de ordehandhaving nog steeds een afspiegeling van een koloniale erfenis. Strafbare feiten uit het koloniale tijdperk, zoals landloperij, bedelen of ordeverstoring, worden vaak gebruikt tegen de meest kwetsbaren (daklozen, mensen met een handicap, drugsgebruikers, LGBTIQ+, sekswerkers, migranten, etc.), met als enige doel het criminaliseren van wat zij vertegenwoordigen in de samenleving in plaats van de strafbare feiten die ze hebben gepleegd.

Tegelijkertijd wordt in verschillende van deze landen het strafrecht gebruikt om activisme en afwijkende meningen de kop in te drukken. Opruiingswetten die dateren uit de koloniale tijd en recentere wetten i.v.m. de openbare orde zijn bijvoorbeeld alomtegenwoordige instrumenten die door staten worden ingezet om protest de kop in te drukken en de vrijheid van meningsuiting te beperken. Staten gebruiken het veiligheidsapparaat, het rechtssysteem en detentie tegen individuen en groepen die geen gevaar vormen voor de veiligheid van burgers, maar eerder om de status quo en de privileges van een minderheid te handhaven.

Dit machtsmisbruik heeft een grote impact op de mensenrechten en uit zich in discriminatie, het gebruik van dodelijk geweld, foltering, willekeurige en buitensporige opsluiting, buitenproportionele straffen en onmenselijke detentieomstandigheden. Deze situatie wordt nog verergerd door een combinatie van verschillende vormen van onderdrukking op basis van geslacht, leeftijd, handicap, ras, etnische afkomst, nationaliteit en/of sociale klasse van mensen die al gemarginaliseerd zijn. De bevolkingsgroepen die het zwaarst getroffen worden door deze criminalisering van status, armoede en activisme zijn ook de bevolkingsgroepen die het zwaarst getroffen worden door fenomenen als overbevolking in de gevangenissen, voorlopige hechtenis, verlies van gezinsinkomen, verlies van werk, enz.

In 2021 behaalde de campagne, die advocaten, juristen, leden van de rechterlijke macht, activisten en deskundigen van meer dan 50 organisaties samenbrengt, een aantal belangrijke overwinningen, waaronder baanbrekende processen tegen verschillende wetten voor nationale rechtbanken in Afrika. Hiertoe behoren de goedkeuring van de beginselen over de decriminalisering van kleine vergrijpen door de Afrikaanse Commissie voor de rechten van mensen en volken en de bepaling door het Pan-Afrikaanse Parlement in 2019 van richtlijnen voor een normatieve/modelwet inzake politiewerk.

De campagne is daarom een echte kans voor een wereldwijde verandering in strafrecht en sociale wetten, beleid en praktijken. Voor het eerst richt het maatschappelijk middenveld zich op de gemeenschappelijke disfuncties van het strafrechtsysteem en legt het onder andere verbanden tussen koloniale strafwetgeving en de criminalisering van armoede, in een wereldwijde context van krimpende burgerlijke ruimte.

Tot op vandaag werd de campagne georganiseerd door verschillende comités: een globaal comité, waarvan ASF lid is, en thematische en geografische subgroepen om een grotere representativiteit van de stakeholders en een grotere impact te garanderen.

Advocaten Zonder Grenzen is lid van de coördinerende comités van respectievelijk de subgroepen Francofonie en Noord-Afrika. Deze opbouw is bedoeld om de onderzoeksdoelstellingen, prioriteiten en doelstellingen van de campagne op het gebied van belangenbehartiging en bewustmaking verder te versterken.

Ter gelegenheid van de 18de edite van de Sommet de la Francophonie, gehouden in Djerba op 19 en 20 november 2022, organiseerden ASF en haar partners binnen de Tunesische coalitie gelijktijdig een evenement in Djerba voor de decriminalisering van kleine vergrijpen en armoede, waarbij eisen werden gesteld aan de Organisation Internationale de la Francophonie (OIF), vervat in een openbaar document getiteld de “Déclaration de Djerba“. De ondertekenaars zijn van mening dat de OIF een centrale rol zou kunnen en moeten spelen in het bevorderen van de waarden van de mensenrechten, en het decriminaliseren van kleine vergrijpen zou moeten promoten. Deze kleine vergrijpen zijn niet alleen discriminerend van aard, maar zorgen ook voor meer overbevolking in de gevangenissen waardoor vervolgens de onmenselijke en vernederende detentieomstandigheden verergeren.

De Franstalige subgroep, waarvan ASF lid is, startte in maart 2023 met een reeks interne overlegvergaderingen. Deze zouden moeten leiden tot het opstellen van een charter dat de gemeenschappelijke visie en doelstellingen van de leden zal samenbrengen. Dit charter zal vervolgens als basis dienen voor een belangenbehartigingsstrategie bij invloedrijke actoren zoals de Europese Unie en haar lidstaten, de Afrikaanse Unie en haar lidstaten, de verschillende Europese instellingen die verantwoordelijk zijn voor het samenwerkingsbeleid en de instellingen en mechanismen van de Verenigde Naties.

Het jaarverslag van AdZG is beschikbaar

Het team van Advocaten Zonder Grenzen is verheugd u haar laatste jaarverslag voor te stellen.

We hebben een lange weg afgelegd sinds AdZG in 1992 werd opgericht door een groep Belgische advocaten. In die 30 jaar tijd hebben honderden mensen bijgedragen om de vereniging te maken tot wat ze vandaag is: een militante organisatie, actief in een tiental landen, die stijdt tegen onrecht, ijvert voor een rechtsstaat gebaseerd op mensenrechten en voor een betere toegang tot het gerecht, dit alles in nauwe samenwerking met talrijke nationale en internationale actoren.

Deze ervaring, de lokale verankering van onze acties en de sterke banden die we hebben gesmeed met mensenrechtenverdedigers uit alle hoeken van de wereld, geven ons de kracht om impactvolle acties te blijven opzetten ten dienste van bevolkingsgroepen in kwetsbare situaties (vrouwen, kinderen, de LGBTQI+-gemeenschap, etnische minderheden, mensen in detentie, mensen in migratiesituaties, enz.)

Maar de uitdagingen zijn talrijk. Overal ter wereld worden middenveldorganisaties en mensenrechtenverdedigers geconfronteerd met zorgwekkende ontwikkelingen en trends: de opkomst van autoritaire regimes, de inkrimping van de burgerlijke ruimte, het groeiende wantrouwen van het publiek in instellingen, toegenomen sociale spanningen, enzovoort.

Mensenrechtenverdedigers werken in een context die hen steeds vijandiger gezind is. De begrippen mensenrechten en rechtsstaat zelf worden in twijfel getrokken. Activisten, advocaten en journalisten die opkomen voor de fundamentele rechten van kwetsbare bevolkingsgroepen worden steeds vaker systematisch het doelwit van onliberaal repressief beleid.

Elke bladzijde van dit rapport getuigt van de kracht van de vlam die degenen drijft die zich inzetten voor de verdediging van de mensenrechten in het hart van onze samenlevingen, met gevaar en risico voor hun eigen vrijheid. Dit verslag is een eerbetoon aan ieder van hen.

ExPEERience Talk #10 – Verantwoord ondernemen en mensenrechten: het geval van de textielsector in Tunesië

Op de 10de ExPEERience Talk zullen Nadia Ben Halim (consultant) en Zeineb Mrouki (programmacoördinator AdZG Tunesië) een studie presenteren over de verantwoordelijkheid van bedrijven met betrekking tot de mensenrechten in de textielsector in het gouvernement Monastir in Tunesië.

De textielindustrie is momenteel goed voor 3.000 miljard dollar en is één van de belangrijkste economische sectoren ter wereld. In Tunesië is de kledingproductie goed voor een kwart van de industriële productie van het land in termen van bruto binnenlands product, waardoor het een centrale sector van de Tunesische economie is. Mensenrechtenorganisaties en officiële rapporten wijzen echter al jaren op systematische schendingen van de rechten van de werknemers (onwaardige arbeidsomstandigheden, informeel en illegaal werk, enz.). Onder de bedrijven die zich schuldig maken aan flagrante schendingen van de rechten van werknemers zijn veel onderaannemers van multinationals. Deze komen systematisch hun verplichtingen niet na en passen de zorgplicht niet toe in de hele toeleveringsketen, zoals de internationale normen voorschrijven.

De studie, die is uitgevoerd op basis van documentair onderzoek, veldonderzoek en met name overleg met vrouwelijke werknemers in de textielsector in het gouvernement Monastir, brengt systematische schendingen van de rechten van werknemers aan het licht, waaronder het ontbreken van sociale zekerheid, oneerlijke ontslagen, het niet verantwoorden van overuren en discriminatie die specifiek tegen vrouwen is gericht. Er worden aanbevelingen gedaan om de straffeloosheid van bedrijven ten aanzien van de door hen begane wetsovertredingen te bestrijden.

Deze studie maakt deel uit van het project PREVENT – Pour une Responsabilité et une Vigilance des Entreprises, uitgevoerd in samenwerking met Avocats Sans Frontières (ASF), Le Forum Tunisien des Droits Économiques et Sociaux (FTDES) en I Watch. Dit project heeft met name geleid tot de oprichting van een mechanisme voor toegang tot informatie en juridische bijstand voor degenen die het meest blootstaan aan schendingen door industriële ondernemingen, met name in de textielsector.

De studie wordt eind juni gepubliceerd op de website van AdZG. U kunt de beleidsnota nu al lezen op de website van AdZG: “Les travailleueur‧euse‧s du textile tunisien en quête de dignité et de justice face à des pratiques abusives et discriminatoires”.

Policy Brief : Les travailleueur.euse.s du textile tunisien en quête de dignité et de justice face à des pratiques abusives et discriminatoires

600 dagen na artikel 80: van een noodtoestand naar de vestiging van een autocratie

De Alliance pour la Sécurité et les Libertés (ASL), waarvan ASF deel uitmaakt, publiceerde haar vijfde rapport over de rechtsstaat en de vrijheden in Tunesië. In de nasleep van de staatsgreep van president Saïed op 25 juli 2021, startte ASL met de kwantitatieve en kwalitatieve monitoring en analyse van de gebeurtenissen, beslissingen en reacties die volgden op de controversiële stemming over de nieuwe Tunesische grondwet op 25 juli 2022. Ondertussen zijn we aan de vijfde editie toe.

Meer dan anderhalf jaar geleden, op 25 juli 2021, stelde president Saïed artikel 80 van de grondwet in werking en kondigde hij de noodtoestand af. Deze datum markeerde de start van de ontmanteling van de instellingen die voortvloeiden uit de transitie na 2011: parlement bevroren en vervolgens ontbonden, grondwettelijke instanties ontbonden, volledige bevoegdheden per decreet, ratificatie van een Grondwet die eenzijdig door Saïed is opgesteld en in verderfelijke omstandigheden is aangenomen…

Het beeld dat deze nieuwsbrief schetst laat weinig twijfel bestaan over de autocratische bedoelingen van president Saïed en zijn wens om het hoofdstuk van de democratische transitie in Tunesië definitief af te sluiten. Hij legt eenzijdig een politiek project op dat vaag van opzet is maar absoluut verticaal, autoritair en populistisch.

Uit de monitoring- en analysewerkzaamheden van ASL komen verschillende trends en ontwikkelingen naar voren.

Op institutioneel vlak werd de periode gekenmerkt door de stemming over en de bekrachtiging van de nieuwe grondwet, waarbij de uitvergroting van de uitvoerende macht werd bekrachtigd ten nadele van de wetgevende en rechterlijke macht, die aanzienlijk werden verzwakt. De verkiezingen die voorafgingen aan de stemming over de grondwet en de verkiezing van de eerste kamer van het parlement werden gekenmerkt door hun onverenigbaarheid met de verkiezingsnormen en door een historisch lage opkomst. De rechterlijke macht wordt nog steeds aangevallen en ontmanteld tegen de achtergrond van een grote sociaal-economische crisis.

Tegelijkertijd worden de rechten en vrijheden nog steeds verder uitgehold, in een context van instrumentalisering van het justitie- en veiligheidsapparaat en onderdrukking van tegenstanders, pers en vakbonden. Willekeurige administratieve maatregelen ter beperking van de vrijheden en de goedkeuring van vrijheidsbeperkende wetten-decreten zijn gemeengoed geworden. De afgelopen maanden werden ook gekenmerkt door een campagne van racistisch geweld – ondersteund door de haatdragende retoriek van de staat – tegen Sub-Saharaanse bevolkingsgroepen, op een moment dat steeds meer migranten (al dan niet uit Tunesië) met gevaar voor eigen leven Europa over zee proberen te bereiken.

Ten slotte wordt de greep op de oppositie, die moeite heeft een verenigd front te vormen tegen het regime, steeds sterker. Het politieke toneel blijft instabiel en verschuift. Verschillende (burgerlijke en politieke) oppositie-initiatieven bestaan naast elkaar, maar slagen er niet in een oppositiemacht te vormen die de autoritaire plannen van de president kan aanpakken, terwijl sommige van de bondgenoten zich distantiëren.

Op het internationale toneel is Tunesië bezig zich te isoleren. Sinds de golven van arrestaties van publieke figuren in de afgelopen maanden en de inzet van xenofobe retoriek tegen Sub-Saharaanse migranten volgen de veroordelingen zich op en nemen ze toe. Binnen deze context levert de president diplomatieke inspanningen, met name bij Arabische staten, om internationale steun te verkrijgen.

Alliance Sécurité et Libertés

De Alliance pour la Sécurité et les Libertés (ASL) is een alliantie van Tunesische en internationale middenveldorganisaties gevestigd in Tunesië die, in het verlengde van de Revolutie voor Vrijheid en Waardigheid, denkt, handelt en mensen mobiliseert opdat Tunesië de opbouw van een democratische staat realiseert waarbij het overheidsbeleid ten dienste staat van de burgers en vrede, eerbiediging van de mensenrechten en gelijkheid garandeert.

Tunesië: Van noodtoestand naar een populistische en autoritaire koers

ExPEERience Talk “Autoritaire drift in Tunesië: diagnose en macht in kaart brengen” (Webinar)

???? Donderdag 30 maart: 12.00 uur (Tunesië) / 13.00 uur (Brussel) / 14.00 uur (Kampala)
???? Taal: Frans; gepresenteerd door Lamine Benghazi (programmacoördinator van AdZG in Tunesië) en Mahdi Elleuch (coördinator van de onderzoeksafdeling van Legal Agenda in Tunis).

Van noodtoestand naar een populistische en autoritaire koers

Terwijl Tunesië na de Arabische lente van 2011 de democratische uitzondering in de regio was, stortte de staatsgreep van president Saied op 25 juli 2021, dedatum waarop de noodtoestand werd afgekondigd (schorsing van het parlement, ontslag van de regeringsleider en overname van de uitvoerende en wetgevende macht door de president), de rechtsstaat in een crisis die nu meer dan ooit een einde dreigt te maken aan de democratische transitie in Tunesië.

Deze autoritaire koersverandering, het einde van de scheiding der machten, bekrachtigd door de nieuwe grondwet die een jaar later door minder dan een derde van de kiezers werd goedgekeurd, gaat gepaard met steeds meer en grotere aanvallen op de rechtsstaat en op de rechten en vrijheden. Rechters worden willekeurig ontslagen, de pers en de media worden steeds meer gehinderd, tegenstanders, advocaten, vakbondsmensen en journalisten worden vervolgd en gearresteerd. De burgerlijke ruimte wordt met de dag kleiner en verenigingen lijken de volgende in het vizier te zijn. Zelfs de onafhankelijke instellingen die als gevolg van de grondwet van 2014 werden opgericht, zoals de Hoge Raad voor de Magistratuur (CSM), het Grondwettelijke controleorgaan voor wetsontwerpen (IPCCPL) en de Commissie voor corruptiebestrijding (INLUCC) werden nauwgezet ontmanteld. De ISIE, het orgaan dat belast is met de verkiezingen en nu gebonden is aan de regering, heeft in december en januari parlementsverkiezingen georganiseerd die door de overgrote meerderheid van de Tunesiërs (89%) werden geboycot. Ten slotte heeft de toename van de vreemdelingenhaat, gevoed door de samenzweerderige en racistische opmerkingen van de president in februari 2023, geleid tot een ongekende golf van geweld tegen personen met Afrikaanse roots, voornamelijk migranten uit Subsaharaans Afrika.

De situatie is momenteel des te somberder omdat de economische en sociale crisis blijft toenemen, wat leidt tot de verarming en het vertrek, met gevaar voor eigen leven, van veel Tunesiërs en migranten vanaf de kust. Bovendien heeft het land moeite om een akkoord te bereiken met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en het vooruitzicht van wanbetalingen komt gevaarlijk dichtbij.

“500 dagen na artikel 80”: het monitoringrapport van de Alliance Sécurité et Libertés

Sinds 25 juli 2021 volgen ASF en de leden van de Alliance Sécurité et Libertés nauwgezet wat de gevolgen zijn van de beslissingen van president Kais Saied voor de rechtsstaat en de vrijheden in Tunesië. Op basis van een kwalitatieve en kwantitatieve analyse werden reeds vier periodieke rapporten gepubliceerd, nl. 50, 100, 200 en 365 dagen na 25 juli 2021. Het volgende rapport, dat betrekking zal hebben op de ontwikkelingen sinds de stemming over de nieuwe grondwet die eenzijdig door president Saied werd opgesteld, zal de ernstige verslechtering van de situatie in het land in de afgelopen maanden analyseren.

De analyse van het politieke en institutionele strijdtoneel (I) zalgericht zijn op de nieuwe verdeling van de bevoegdheden die voortvloeit uit de grondwet van 2022, de massale onthouding bij de verkiezingen van vorig jaar na verkiezingsprocessen die alle normen van vrije verkiezingen met de voeten traden en de opkomst van nieuwe instellingen die twijfelachtig zijn wat betreft legitimiteit en onafhankelijkheid, alsook de situatie van de rechterlijke macht en de sociaal-economische crisis die het land doormaakt.

Rechten en vrijheden (II) zalhet gebruik van justitie tegen tegenstanders van het regime, de onderdrukking van de pers en de media en van het vakbondswerk, alsmede de migratiesituatie in Tunesië en het massale geweld tegen personen met Afrikaanse roots in het land aan de kaak stellen.

Ten slotte zullen in de positionering (III) de nieuwe samenstellingen van het Tunesische politieke toneel en hun standpunten ten opzichte van het “stappenplan” van de president worden geanalyseerd. Ook de buitenlandse reacties op de excessen van het regime en het diplomatieke beleid van Tunesië, met name de toenaderingspogingen tot de Arabische landen en Italië, zullen worden geanalyseerd.

Hoe is het zover kunnen komen? Hoe staat het met het verzet tegen deze wantoestanden? Wat zijn de vooruitzichten voor de toekomst?

Om deze vragen te beantwoorden en de autoritaire koers in Tunesië te analyseren, ontvangen we op donderdag 30 maart Lamine Benghazi (programmacoördinator van ASF in Tunesië) en Mahdi Elleuch (coördinator van de onderzoeksafdeling van Legal Agenda in Tunis) voor onze 8ste ExPEERience Talk. Onder de titel “Autoritaire excessen in Tunesië: diagnose en overzicht“, zal deze lezing de vorm aannemen van een dialoog tussen onze twee gasten, gevolgd door een uitwisselingsmoment met de deelnemers, over de huidige situatie in Tunesië, de uitdagingen en de gevolgen ervan, gebaseerd op de analyse uitgevoerd in het kader van het rapport “500 dagen na artikel 80” dat binnenkort zal worden gepubliceerd.

ExPEERience Talk

Hoe is het zover gekomen? Hoe staat het met het verzet tegen deze misstanden? Wat zijn de vooruitzichten voor de toekomst?

Om deze vragen te beantwoorden en de autoritaire wending in Tunesië te analyseren, verwelkomen we op donderdag 30 maart Lamine Benghazi (programmacoördinator van AdZG in Tunesië) en Mahdi Elleuch (coördinator van de onderzoeksafdeling van Legal Agenda in Tunis) voor onze 8e ExPEERience Talk. Onder de titel “Authoritaire drift in Tunesië: diagnose en machtsoverzicht”, zal deze lezing de vorm aannemen van een dialoog tussen onze twee gasten, gevolgd door een uitwisseling met de deelnemers, over de huidige situatie in Tunesië, de inzet en de gevolgen ervan, gebaseerd op de analyse uitgevoerd in het kader van het rapport “500 dagen na artikel 80” dat binnenkort zal worden gepubliceerd.

U kunt zich nu inschrijven via de volgende link.

Haal armoede uit het strafrecht!

ASF zet samen met Open Society Foundation, APCOF, PALU en ACJR haar schouders onder de campagne “Poverty is Not a Crime”, gericht op de depenalisering en decriminalisering van kleine delicten. Deze wetten en hun toepassing zijn zowel arbitrair, als discriminerend en treffen vooral de armere bevolking. Nog al te vaak worden mensen gearresteerd en opgesloten in overbevolkte gevangenissen voor kleine delicten zoals landloperij, “losbandig” gedrag of lanterfanten.

 Het bestraffen van bepaald gedrag, zoals landloperij of bedelarij, heeft vooral een impact op de meest kwetsbare groepen in de maatschappij. In heel wat landen op het Afrikaanse continent dateren dergelijke overtredingen van het koloniale tijdperk. Hoewel deze wetten ingetrokken werden in de vroegere koloniale mogendheden, blijven ze van kracht in tal van Afrikaanse staten.

Door een strafrechtelijke reactie op socio-economische problemen raken de kwetsbare groepen nog verder gemarginaliseerd. Deze kleine delicten in het strafrecht houden zorgt dus voor een vicieuze cirkel. In heel wat landen is de strafrechtelijke aanpak van kleine delicten trouwens één van de hoofdoorzaken voor de overbevolking in de gevangenis. Deze overtredingen uit het strafrecht halen en stoppen met mensen op te sluiten die geen gevaar vormen voor de openbare orde is de enige mogelijke uitweg op lange termijn.

In het kader van de campagne Poverty is not a crime, hebben verschillende organisaties hun krachten gebundeld om deze kleine delicten uit het strafrecht te halen. Op nationaal en regionaal niveau zetten de teams en de partners van ASF zich in als pleitbezorgers.

Op internationaal vlak besliste het Afrikaanse Hof voor de Rechten van Mens en Volkeren op 4 december 2020, naar aanleiding van een vraag op initiatief van PALU (Pan-African Lawyers Union), unaniem voor de depenalisering van kleine delicten. Men verklaarde dat deze wetten en bepalingen in strijd zijn met het Afrikaanse Handvest, het Kinderrechtenhandvest en het Maputo-protocol. Op basis van deze uitspraak gelastte men de betrokken staten om deze wetten en bepalingen te herzien, te herroepen en, desgevallend, aan te passen.

De bestraffing van kleine delicten is in strijd met het grondwettelijke principe van gelijkheid en non-discriminatie. Het heeft een grote impact op armen, kwetsbaren en vrouwen én vormt een inbreuk op verschillende van hun vrijheden zoals vrij verkeer en vrijheid van meningsuiting.

Naar aanleiding van de positieve beslissing van het Afrikaanse Hof sluit ASF zich aan bij de organisaties in het maatschappelijke middenveld die de herroeping vragen van dergelijke overtredingen en de stopzetting van elke vorm van ongegronde repressie.

In de strijd tegen mensenhandel is coördinatie essentieel

Tunis, 28 februari 2019 – Als land van oorsprong, doorgang en bestemming voor slachtoffers van mensenhandel heeft Tunesië een sterk juridisch kader gecreëerd om dit fenomeen te bestrijden. Maar hoe kan een effectieve samenwerking tussen de betrokkenen gegarandeerd worden? Op 23 januari, nationale dag voor de afschaffing van de slavernij, hebben ASF en de Nationale instantie voor de strijd tegen mensenhandel een internationaal colloquium georganiseerd met betrekking tot dit vraagstuk.

In de strijd tegen mensenhandel is het essentieel dat de verschillende actoren die betrokken zijn, samenwerken en hun inspanningen coördineren”, legt Zeineb Mrouki uit, projectcoördinatrice voor ASF in Tunesië (rechts op onderstaande foto). “De Nationale instantie voor de strijd tegen mensenhandel heeft de opdracht om een nationaal mechanisme voor doorverwijzing op te zetten, om zo de samenwerking tussen overheidsinstanties en het maatschappelijk middenveld te organiseren. Dit mechanisme moet instaan voor de identificatie van slachtoffers, hun doorverwijzing naar de bevoegde diensten, en hun begeleiding en bescherming.

Ministeries, ordediensten en douanes, maatschappelijk werkers, arbeidsinspectie, kinderbescherming, maatschappelijk middenveld, enz. kwamen samen om hun ervaringen met doorverwijzing van slachtoffers te delen, en om gezamenlijk aanbevelingen op te stellen voor de oprichting van het toekomstige doorverwijzingsmechanisme.

De twee voornaamste vaststellingen tijdens de discussies: het is noodzakelijk om de betrokken actoren op te leiden met betrekking tot de Organieke wet n°2016-61 met betrekking tot de preventie van en de strijd tegen de mensenhandel; en alle actoren moeten hun praktijken aan deze wet aanpassen.

Buitenlandse personen in een illegale situatie hebben bijvoorbeeld recht op bescherming wanneer ze slachtoffer zijn van mensenhandel. Nochtans worden zij het vaakst het land uitgewezen door de politie, zonder van deze bescherming te hebben genoten omdat ze nooit als slachtoffer werden geïdentificeerd en erkend. De onderzoekstechnieken en technieken om naar de slachtoffers te luisteren zijn niet aangepast aan de bijzonderheden van mensenhandel.

Sinds de inwerkingtreding van de wet op mensenhandel werden 780 gevallen van mensenhandel geregistreerd. De slachtoffers dienen steeds vaker klacht in. Niettemin heeft tot op heden nog geen enkel vonnis de kwalificatie van mensenhandel bevestigd voor de gepleegde inbreuken, ofwel omdat de rechters de wet niet kennen, ofwel omdat ze minder hoge straffen verkiezen. De oproep aan het adres van rechters belast met zaken van mensenhandel is dus om de middelen te gebruiken die de wet hen ter beschikking stelt.

Wij roepen ook de betrokken ministeries op, zoals het ministerie van gezondheidszorg of het ministerie voor de vrouw, om de wet toe te passen”, voegt Zeineb Mrouki toe. “Het gaat onder andere om de kosteloosheid van bepaalde zorgen en de terbeschikkingstelling van een slaapplaats voor de slachtoffers”, besluit ze.

Op 24 januari, de dag na het colloquium, werden bewustmakingssessies georganiseerd in het centrum van Tunis om het brede publiek te informeren met betrekking tot de realiteit van mensenhandel en de rechten van slachtoffers.

Het colloquium en de bewustmakingsdag werden georganiseerd door de Nationale instantie voor de strijd tegen mensenhandel en Advocaten Zonder Grenzen met deelname van de Raad van Europa, de Internationale Organisatie voor Migratie, het VN-Ontwikkelingsprogramma, de VN-Vluchtelingorganisatie en het United Nations Office on Drugs and Crime.
Foto’s © ASF

Geen slaven maar mensen: het doorbreken van het taboe rond mensenhandel in Tunesië

Sinds enkele maanden, van Kef tot Sfax, komen honderden mensen in actie om Manel, Kayta, Morjena en Hamma te bevrijden. Deze vier paspoppen staan symbool voor de slachtoffers van mensenhandel, een wijdverspreid maar toch miskend fenomeen in Tunesië. ASF en haar partners hebben beslist om zich actief toe te leggen op dit taboe, om zo het bewustzijn en de praktijken te doen kenteren. Mensenhandel is de derde meest lucratieve georganiseerde misdaad ter wereld. Voor de slachtoffers is Tunesië zowel een land van oorsprong, van transit als van bestemming. Kinderen en migranten zonder rechtmatige status zijn bijzonder kwetsbaar voor gedwongen arbeid, uitbuiting in het huishouden of prostitutie. Een wet die een jaar geleden werd aangenomen verbiedt mensenhandel en voorziet strenge straffen. Bovendien werd begin 2017 een instantie ter bestrijding van mensenhandel opgezet. Maar de problematiek is het onderwerp van een streng sociaal taboe. De bevolking is slecht geïnformeerd over het onderwerp en over haar rechten en plichten, slachtoffers aarzelen om te getuigen, de mensenhandelpraktijken blijven bestaan. Sinds enkele maanden zorgen ASF en haar partners ervoor dat de mentaliteit verandert: “Door middel van de paspoppen (foto) confronteren we de Tunesische burgers met de lijdensweg die de slachtoffers van mensenhandel hebben afgelegd”, legt Nadia Ben Halim, Programmacoördinatrice bij ASF uit. Wanneer ze Manel (13 jaar, huisslaaf), Morjena (29 jaar, gedwongen om zich te prostitueren) of Hamma (6 jaar, bloemenverkoopster) zien, worden voorbijgangers en toeschouwers op het festival van Hammamet voor de keuze gesteld: “Bevrijd mij” of “Koop mij”. Ze ontvangen vervolgens een foto met een boodschap die hun keuze van commentaar voorziet.
© ASF
Wij informeren de bevolking over de realiteit van mensenhandel vandaag in Tunesië”, vult Nadia Ben Halim aan. “Wij leggen ook uit wat de straffen zijn voor mensen die schuldig worden bevonden aan mensenhandel in al zijn vormen. Deze kunnen gaan tot 10 jaar gevangenisstraf en een boete van 50.000 dinars (ongeveer 18.000 euro). Wij nodigen mensen die getuige zijn van situaties van mensenhandel uit om deze bij de bevoegde autoriteiten aan te geven. Wij willen ook het bewustzijn en de praktijken in de Tunesische samenleving veranderen.” De sensibiliseringscampagne bestaat uit een interactieve installatie, spots op tv en radio en een Facebookapplicatie. Deze campagne heeft al grote weerklank gekregen in het land. Vandaag werd het filmpje al meer dan 100.000 keer bekeken en al meer dan 600 keer gedeeld op sociale netwerken. De campagne maakt deel uit van een tweejarig project van Advocaten Zonder Grenzen, het Forum Tunisien pour les Droits Economiques et Sociaux en NOVACT, met de steun van de Europese Unie. Dit project streeft ernaar om te strijden tegen mensenhandel in Tunesië door middel van sensibilisering en advocacy, maar ook door het versterken van de capaciteiten van de betrokken actoren. #3bed_mouch_3abid #EndHumanTrafficking #30 juli, Werelddag tegen mensenhandel
Coverfoto © Afkart voor ASF

Zonder identiteit geen rechten

Bangui, 15 april 2016 – Zonder geboorteaangifte worden u heel wat rechten ontzegd. Hoe toegang krijgen tot de gezondheidszorg zonder identiteitsbewijs? Hoe naar school gaan? Hoe gaan stemmen? De meeste Centraal-Afrikanen, en vooral de allerjongsten onder hen, bestaan niet voor de staat. In antwoord op dat probleem organiseert Advocaten Zonder Grenzen mobiele zittingen: leden van het gerecht, het parket en de griffie trekken naar de dorpen om er vonnissen geldend als geboorteakte uit te spreken.

Volgens de geldende wetgeving in de Centraal-Afrikaanse Republiek is het vanaf een maand na de bevalling niet meer mogelijk om een geboorteakte op te stellen. Die akte is nochtans essentieel voor alle burgers. Ze is immers hun toegangsticket voor burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten. Zonder die akte heeft het kind geen recht op onderwijs, gezondheidszorg, nalatenschap, eigendom… en kan het later niet gaan kiezen of verkozen worden.

De meeste Centraal-Afrikanen, en vooral de allerjongsten onder hen, hebben geen geldige akte van de Burgerlijke Stand. Daar zijn allerlei redenen voor. In de eerste plaats is er een economische verklaring: een geboorteakte kost 1.500 CFA-frank (ongeveer 2,5 euro), terwijl het gemiddelde loon in de CAR 39.000 CFA-frank bedraagt. Ludovic Kolengue Kaye, projectcoördinator bij ASF: “Geld is zeker een verklaring voor het lage aantal geboorteaangiften, maar de bevolking is ook onvoldoende geïnformeerd en de procedures zijn zeer complex”. De diensten van de Burgerlijke Stand en de bevoegde overheid zijn ook structureel verstoord door de plunderingen en vernielingen tijdens de geweldplegingen waardoor het land in 2012-2013 getroffen werd.

Om dat probleem het hoofd te bieden organiseert ASF mobiele zittingen in Bangui (de hoofdstad) en Bouar (in het oosten van het land). Ter vervanging van de niet binnen de legale tijdslimiet uitgegeven geboorteakte wordt dan een vonnis uitgesproken door een rechter die de geboorte van de betrokkene officieel erkent. In tegenstelling tot de klassieke zittingen vinden de mobiele zittingen plaats buiten de gerechtshoven en rechtbanken, bijvoorbeeld op het gemeentehuis van een arrondissement. Zo kunnen de inwoners er makkelijker naartoe.

Arsène, vader van de eenjarige Kestia, getuigt: “Ik kon mijn kind onmogelijk aangeven bij de gemeente omdat ik daar de middelen niet voor had. Ik vernam dat er zittingen gehouden werden via mijn wijkchef die met een megafoon door de straten ging en ik ben langsgegaan”.

Arsène et sa fille Kestia
Arsène en zijn dochter Kestia

Leden van het gerecht, het parket, de griffie en het gemeentehuis zijn aanwezig. Er is ook een arts ter plaatse om de leeftijd van het kind te bepalen. ASF neemt de 15 euro kosten van de vervangende vonnissen ten laste.

“Mijn dochter zal naar school kunnen, en het zal alle stappen in haar leven eenvoudiger maken”, verklaart Léana, moeder van Esther.

Léana et sa fille Esther
Léana en haar dochter Esther

Elke mobiele zitting wordt voorafgegaan door bewustmakingsacties waarin de bevolking wordt verteld hoe belangrijk het wel is om de geboorten aan te geven en de lokale overheid meer informatie krijgt over de procedure en hun rol in het proces voor de opstelling van de akte van de Burgerlijke Stand.

Tot nu toe werden al zes mobiele zittingen georganiseerd. Zo werden 403 kinderen van 1 maand tot 16 jaar verzekerd van hun rechten.

Die activiteiten zijn mogelijk dankzij de financiële steun van de afvaardiging van de Europese Unie en van de Franse ambassade in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Foto’s © ASF/B. Langhendries

Oeganda: mensenrechten in gevaar door industriële activiteiten

Hoima, 2 april 2015 – Sinds augustus 2014 is Advocaten Zonder Grenzen (ASF) actief in het district Hoima in het westen van Oeganda, met als doel de autonomisering te steunen van de gemeenschappen die bedreigd worden door industriële activiteiten en ze te sensibiliseren voor hun rechten. Het team van ASF in Hoima heeft onlangs de Belgische ambassadeur ontvangen. Een mooi teken van aanmoediging voor de getroffen gemeenschappen en voor ASF.

Sinds de ontdekking van aardolie op zijn grondgebied in 2006 is Oeganda in een voorbereidende fase getreden met het oog op de winning van aardolie om de economische groei van het land te versterken. In het district Hoima is de bouw van een raffinaderij gepland op een oppervlakte van zowat 30 km², wat niet zonder gevolgen zal zijn voor de bevolking in de regio. Tijdens de eerste fasen van de verwezenlijking heeft ASF vastgesteld dat de regering zich nauwelijks of niet engageert ten opzichte van de gemeenschappen, alsook wat betreft de risico’s van aantasting van de mensenrechten door de raffinaderij en de huidige en toekomstige industriële activiteiten. De Oegandese grondwet verplicht de Staat evenwel de noodzakelijke maatregelen te treffen om de burgers te betrekken bij de uitwerking en toepassing van activiteiten die gevolgen voor hen hebben. De Oegandese overheid verstrekt de inwoners van Hoima echter niet de informatie die nodig is om de toegepaste industriële praktijken en de impact ervan op het vlak van de mensenrechten te begrijpen.

Machteloos als ze zijn, worden de gemeenschappen van Hoima geconfronteerd met belangrijke schendingen van hun rechten. Zo werden 7.000 personen gedwongen hun eigendom te verlaten, soms zonder vervangingswoning of compensatie. Inwoners vertellen: “Wij wonen op gronden die ons niet meer toebehoren omdat de regering ze nodig heeft voor de raffinaderij. Wij kunnen nergens anders naar toe omdat de regering ons geen compensatie heeft gegeven om elders een eigendom te verwerven”. De frequente verplaatsingen van bevolkingsgroepen leiden bovendien tot schendingen van hun recht op opleiding, tewerkstelling, voeding en zuiver water.

“Een dergelijke toestand dreigt, indien die vandaag niet wordt aangepakt, nog te veregeren met de komst van nieuwe investeerders en de ontwikkeling van nieuwe activiteiten” legt Jean-Philippe Kot, expert  van ASF in internationaal recht, uit. In partnerschap met de NGO Global Rights Alert is ASF in augustus 2014 gestart met een proefproject om de actieve deelname van de burgers in het beheer van hun grondgebied te ondersteunen. Het project wil ook de toegang tot de rechtsspraak te bevorderen en een autonomisering aan te moedigen van de gemeenschappen die worden getroffen door de industriële projecten. ASF voert sensibiliseringsactiviteiten uit om elke burger bewust te maken van zijn rechten. In een tweede fase tracht ASF de slachtoffers een betere toegang te bieden tot de rechtsspraak: een “juridische kliniek” verwelkomt de burgers en biedt hen gratis juridische raad en bijstand aan. ASF gaat eveneens de slachtoffers vertegenwoordigen die niet de middelen hebben om de steun van een advocaat te betalen.

Het ASF bureau in Hoima ontvangt de Belgische ambassadeur, zijne excellentie Alain Hanssen
Het ASF bureau in Hoima ontvangt de Belgische ambassadeur, zijne excellentie Alain Hanssen © ASF

Midden maart 2015 hebben een aantal begunstigden van het project de mogelijkheid gehad zijne excellentie Alain Hanssen, de Belgische ambassadeur in Oeganda, te ontmoeten. Gevoelig voor de moeilijkheden waarmee de gemeenschappen dagelijks geconfronteerd worden, heeft de ambassadeur ze gesteund en aangemoedigd om hun acties met ASF voort te zetten. De ambassadeur heeft de NGO ten zeerste bedankt voor haar werk in Hoima.

Met dit project wordt ernaar gestreefd de burgers te doen deelnemen aan de sociale  autonomisering en aan de uitwerking van procedures in de aardoliesector in Oeganda. Het project loopt over twee jaar in partnerschap met Global Rights Alert en wordt gefinancierd door het Democratic Governance Facility.

Coverfoto: werknemers op mijn (Noord-Oost-Uganda) © ASF