Schadeloosstelling voor slachtoffers van internationale misdaden in de Democratische Republiek Congo, een belangrijke uitdaging in de strijd tegen straffeloosheid

ASF is al bijna 15 jaar actief in de strijd tegen straffeloosheid en voor internationale gerechtigheid in de Democratische Republiek Congo (DRC). In de afgelopen periode was de organisatie al getuige van heel wat vooruitgang op dat vlak, maar toch betreurt ze dat de ingezette middelen niet altijd opgewassen zijn tegen de uitdagingen.

Terwijl de conflicten voortduren, de vraag van de burgers naar gerechtigheid dringend blijft en de processen en veroordelingen elkaar opvolgen, ondervinden de slachtoffers namelijk nog steeds heel wat moeilijkheden om de schadeloosstelling te ontvangen die hen door de rechtbanken en hoven toegekend zijn. Deze al dan niet economische schadeloosstellingen worden nochtans gezien als fundamenteel voor een reële verzoening in de DRC. Tot op vandaag is, ondanks een bedrag van bijna 28 miljoen USD dat aan meer dan 3.300 slachtoffers toegekend werd, slechts één besluit tot schadeloosstelling gedeeltelijk uitgevoerd.

Naast deze verbazingwekkende vaststelling, zorgt ook de vorm van de schadeloosstelling voor twee grote problemen. De schadeloosstelling kan ten eerste alleen bij rechterlijke beslissing toegekend worden, waardoor de rechtstoegang voor veel slachtoffers ingeperkt wordt. Verder voorziet de Congolese wetgeving alleen in geldelijke en individuele schadeloosstelling.

De aard van de gepleegde misdaden, de veroorzaakte schade en de gevolgen ervan voor grote delen van de bevolking vereisen een passende reactie. ASF is van mening dat het Congolese rechtssysteem momenteel niet voldoet aan de vereisten voor processen voor internationale misdaden. Zo voorziet het internationale strafrecht in de mogelijkheid om collectieve en niet-geldelijke schadeloosstelling toe te kennen, bepalingen die nog steeds niet in de nationale wetgeving opgenomen zijn.

ASF neemt deze uitdagingen vandaag ter harte via het project “Poursuivre la lutte contre l’impunité des crimes graves commis en RDC / Voortzetting van de strijd tegen straffeloosheid voor ernstige misdaden begaan in de DRC”, gefinancierd door de Europese Unie , uitgevoerd in partnerschap met RCN Justice et Démocratie en Trial International.

Dankzij de samenwerking van ASF en haar partners met advocaten van de balies van Noord-Kivu, Ituri en Maniema, hebben meer dan 500 slachtoffers van internationale misdaden in 2020 kunnen genieten van rechtsbijstand. Om ervoor te zorgen dat deze mensen de best mogelijke dienstverlening ontvangen, hebben ASF en haar partners een opleiding georganiseerd voor advocaten over het thema van de schadeloosstellingen/herstelbetalingen en de uitvoering ervan, alsook een opleiding voor de organisaties van het maatschappelijke middenveld over het inzamelen van gegevens op het vlak van internationale misdaden.

Tenslotte heeft ASF, naast bewustmaking bij slachtoffers van internationale misdaden, in 2020 ook aan pleitbezorging gedaan om de niet-uitvoering van de vonnissen ten gunste van de slachtoffers vanwege de Congolese staat, aan de kaak te stellen.

Volgens ASF is er dringend nood aan een grondige herziening van de plaats die aan slachtoffers en schadeloosstelling gegeven wordt in de vele internationale rechtszaken die in de DRC plaatsvinden. Want indien deze uitdagingen niet aangepakt worden, dan komt het volledige proces van de transitionele justitie in het land in het gedrang. Nochtans is het welslagen van dit proces van fundamenteel belang om de bevolking in staat te stellen hun vertrouwen in de instellingen terug te vinden en een echte nationale verzoening in het vooruitzicht te stellen.

Oeganda neemt Beleid op Overgangsjustitie aan

Op 17 juni 2019 kondigde de Oegandese regering aan dat het Nationale Beleid op Overgangsjustitie (NBOJ) werd aangenomen, nadat het proces om het beleid op te stellen en aan te nemen tien jaar had geduurd. De officiële publicatie van het Beleid kwam er in september. Met het aannemen van het Beleid komt de regering gedeeltelijk haar engagementen na aangaande verantwoording en verzoening. Deze werden aangegaan tijdens het vredesproces van Juba dat in 2006 van start ging. Ook komt de regering zo haar grondwettelijke verplichtingen na. In het algemeen voorziet het NBOJ in het juridisch en institutioneel raamwerk voor de onderzoeken, vervolgingen, processen binnen het formele systeem, schadevergoedingen en alternatieve aanpakken voor justitie. Deze onderwerpen zijn samengebracht binnen vijf prioritaire thema’s: formele justitie, traditionele justitie, natievorming, amnestie en schadevergoedingen. Verwacht wordt dat het NBOJ zal helpen om vrede, stabiliteit en sociale cohesie te bewerkstelligen. Waarom is een Nationaal Beleid op Overgangsjustitie belangrijk? Het aannemen van het NBOJ geeft hoop, in het bijzonder aan de slachtoffers die al twee decennia in onzekerheid worden gehouden over of, waar en hoe de tegen hen begane misdaden zouden behandeld worden. Bijkomend geeft het ook een – weliswaar vaag – overzicht van hoe de relevante belanghebbenden zouden kunnen bijdragen aan de uitvoering van het beleid. Het Beleid geeft specifiek aan dat waar de regering de juiste voorwaarden voor zijn uitvoering zal voorzien, het Beleid toch zal uitgevoerd worden met een multi-sectoriële, multi-dimensionele aanpak die gestoeld is op samenwerking tussen verschillende belanghebbenden. Financiering zal van de overheid komen maar ook van niet-gouvernementele actoren zoals ontwikkelingspartners, de private sector en middenveldorganisaties. De lange weg tot de Beleidstekst De ontwikkeling van het NBOJ komt voort uit een initieel breed, consultatief, participatief en inclusief proces dat geïnformeerd was door studies en onderzoeken die uitgevoerd waren door de Justice Law and Order Sector (JLOS), en door consultaties met en door middenveldorganisaties. Meer inspanningen werden geleverd om standpunten en bijdragen van het middenveld te verzamelen via de Werkgroep Overgangsjustitie, een initiatief van de JLOS tijdens de eerste fase van het opstellen van het beleid. In latere fases echter werd de Werkgroep Overgangsjustitie omgezet in een plenaire vergadering die beperkt werd tot overheidsambtenaren, waardoor middenveldorganisaties uitgesloten werden van het proces. Om het momentum voor beïnvloeding te behouden, ondernamen middenveldorganisaties initiatieven om consultatieve gesprekken te houden binnen hun netwerken en om feedback te geven aan de JLOS. Ze pleitten voor het aannemen van het beleid door platformen te voorzien voor belanghebbenden, met inbegrip van het Greater North Parliamentary Forum voor parlementsleden, en zetten druk om de ontwikkeling van het NBOJ te versnellen. Wat nu? Als het NBOJ zijn doelstellingen wil behalen, is het belangrijk dat zijn uitvoering niet langer uitgesteld wordt en dat sommige onderdelen van het beleid verduidelijkt worden. Ten eerste moet het Ministerie van Binnenlandse Zaken, toevertrouwd met de leiding over de uitvoering van het beleid, een effectieve coördinatiestructuur opzetten die bevoegd is om beleidskeuzes over verschillende sectoren heen te implementeren en om de respectieve bijdragen van de verschillende actoren die betrokken zijn bij de implementatie te coördineren. In het bijzonder moet deze coördinatiestructuur de deelname van middenveldorganisaties organiseren, aangezien deze een sterke en betrouwbare verbinding hebben opgebouwd met de begunstigden van het beleid in post-conflictgebieden, in het bijzonder met slachtoffers van mensenrechtenschendingen. Ten tweede laat het beleid, dat weliswaar een algemeen raamwerk is, een aanzienlijk deel van zijn uitvoeringsmodaliteiten afhangen van het aannemen van een aantal complementaire wetten. Zo maakt het Beleid onder andere van het aannemen van een Overgangsjustitiewet, en wetgeving op Getuigen- en Slachtofferbescherming, Overgangsjustitiemechanismes, en volledige schadevergoedingen, noodzakelijke voorwaarden voor zijn eigen uitvoering. Gezien het ellenlange proces dat het aannemen van het beleid voorafging, zouden nog meer bureaucratische vertragingen alleen maar bijdragen aan een algemeen gevoel van gelatenheid onder belanghebbenden binnen overgangsjustitie, in het bijzonder bij de slachtoffers. Tot slot blijft het onderdeel van het beleid over schadevergoedingen behoorlijk vaag. Het idee van een fonds voor schadevergoedingen, dat in eerdere versies van het beleid nog vermeld was, is nu uit de definitieve tekst gelaten. De NJOB verwijst nu immers naar een ‘geconsolideerd fonds’ zonder verdere details. Het beleid zegt verder niks over de kwestie van schadevergoedingen die door de rechtbank aan slachtoffers van wreedheden toegekend worden, noch over de concrete middelen voor slachtoffers om langs gerechtelijke weg schadevergoeding te bekomen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot financiële compensatie). Schadevergoedingen over het hoofd zien zou de doelstellingen van het Beleid in het gedrang brengen. Slachtoffers in Oeganda hebben inderdaad duidelijk gemaakt dat zij van alle resultaten van hun deelname aan de verantwoordingsprocessen het meest van al schadevergoeding verwachten. Het ontbreken van enig perspectief op een schadevergoeding zal dus waarschijnlijk de voornaamste motivatie voor slachtoffers wegnemen om deel te nemen aan de strafprocedure, of zelfs aan alle mechanismes voor overgangsjustitie die er in de toekomst nog zouden komen.

Getroffen gemeenschappen zijn het moe in de zaak Thomas Kwoyelo

Kampala, 16 mei 2019 – In Oeganda geeft ASF al jarenlang onafgebroken steun aan de gemeenschappen die slachtoffer zijn geworden van de misdaden waarvoor Kwoyelo door de International Crimes Division (ICD) berecht wordt. In april leidde ASF de gezamenlijke inspanningen samen met de Raad van Slachtoffers, de Griffie van de ICD en het International Center for Transitional Justice (ICTJ) om de gemeenschappen van de slachtoffers op de hoogte te brengen van de laatste ontwikkelingen in het proces, en intussen ook hun meningen te verzamelen en over te brengen aan de relevante instanties.

Tijdens de verschillende bijeenkomsten in de gemeenschappen in Obiangic, Abera, Lamgoi, Perecu en Pabbo betreurden veel deelnemers het gebrek aan informatie over de ontwikkelingen in de zaak. Terzelfdertijd toonde een substantieel aantal onder hen een afnemende interesse in de zaak. Een van de deelnemers verwoordde het als volgt:

“Deze bijeenkomst is niet belangrijk voor ons. Wij willen enkel de resultaten van het proces horen. Dit proces is nu al zo lang aan de gang. Het zou snel klaar moeten zijn zodat wij compensatie krijgen voor het leed dat we geleden hebben.”

Het lijkt erop dat deze houding voortkomt uit een gebrek aan directe betrokkenheid bij de zaak en uit de lange duur van het proces, dat in juli 2011 begon. De wettelijke waarborgen in de verschillende statuten die voorzien in de deelname van slachtoffers riskeren betekenisloos te worden als men niet aan deze zorgen tegemoetkomt.

Het feit dat de slachtoffers blijven lijden onder de nasleep van het conflict (wezen worden aan hun lot overgelaten, fysieke en mentale handicaps, etc.) maakt het risico alleen maar groter dat de waarde van juridische processen afneemt in hun ogen, omdat ze deze niet langer zien als mogelijke pistes om de situatie van de slachtoffers te verbeteren. Terwijl ze een belangrijke toevoeging kunnen zijn voor waarheidsvinding en inspanningen richting rechtvaardigheid, toch zijn tussentijdse maatregelen, projecten en interventies vanwege de overheid en niet-gouvernementele actoren ofwel onvoldoende ofwel ineffectief geweest om de meest basale noden van de slachtoffers te lenigen.

Terwijl de roep om verantwoording weerklinkt in veel gemeenschappen van de slachtoffers, worden hun bezorgdheden rond schadevergoedingen ook voortdurend opgebracht: wie zal een schadevergoeding ontvangen, wie zal deze betalen en welke vorm zal ze aannemen?

Naast wettelijke rechten kunnen strafrechtelijke processen enkel hun herstellende en genezende rol verwezenlijken als slachtoffers en hun gemeenschappen ze als betekenisvol ervaren. In dit geval kan dit gedaan worden door:

  1. te verzekeren dat er constante en betekenisvolle interactie is tussen de slachtoffers en hun juridische adviseurs, aangezien deze laatsten hun deelname aan het proces verzekeren;
  2. goed om te gaan met de verwachtingen van de slachtoffers met betrekking tot deelname aan het proces en te verzekeren dat slachtoffers begrijpen hoever hun eigen mogelijkheden reiken in het justitieproces voor de ICD: dit houdt ook in dat de ICD en de Oegandese regering bepaalde relevante aspecten van slachtofferdeelname verduidelijken, zoals hun recht op schadevergoeding;
  3. de mogelijkheden van slachtoffers bevorderen om hun recht op deelname uit te oefenen: voorgestelde inspanningen zijn onder andere het fysiek bijwonen van het proces door de slachtoffers door hun vertegenwoordigers om de voortgang van de rechtszaak te volgen;
  4. beter tussentijdse steun te geven aan slachtoffers: tijdens het proces is er nood aan betekenisvolle, effectieve en holistische tussentijdse inspanningen om slachtoffers te steunen daar waar het er het meeste toe doet voor hen. Hiervoor blijft ASF pleiten voor het aannemen van de ontwerptekst van de Transitional Justice Policy.

Wettelijke bepalingen met betrekking tot slachtofferdeelname en het overnemen van internationale strafrechtelijke principes in het nationale Oegandese rechtssysteem hebben ongekende mogelijkheden gecreëerd voor slachtoffers om hun recht te halen in Oeganda. Aangezien deze voor het eerst gebruikt worden in het Kwoyelo-proces, is het cruciaal dat de juiste precedenten gecreëerd worden zodat het recht van slachtoffers op procesdeelname gezien kan worden als een betekenisvol onderdeel van de inspanningen voor overgangsjustitie in het land.

Foto’s © ASF

Thomas Kwoyelo in Oeganda: een proces voor de geschiedenisboeken

Kampala, 20 september 2018 – Op maandag 24 september zal de Divisie voor Internationale Misdaden (ICD) het hoofdproces in de zaak Thomas Kwoyelo openen. Deze zaak is de eerste ooit die door een nationale rechtbank behandeld wordt in het conflict tussen het Verzetsleger van de Heer (LRA) en de Oegandese overheid. Romain Ravet, landelijke directeur voor ASF in Oeganda, maakt zich zorgen over de mogelijkheid voor slachtoffers om deel te nemen aan het proces en over het gebrek aan overheidssteun voor de ICD. Wie is Thomas Kwoyelo? Waarover gaat deze zaak? Romain Ravet: Thomas Kwoyelo, alias Latoni, is een voormalige LRA-bevelhebber die zich in 2009 heeft overgegeven aan het Oegandese leger. Volgens het openbaar ministerie was hij lid van het Verzetsleger van de Heer onder leiding van Joseph Kony en klom hij binnen dat LRA op tot de graad van ‘kolonel’. Kwoyelo leidde tussen 1993 en 2005 een reeks aanvallen op het dorp Abera en de Pagak- en Pablo-kampen voor binnenlandse ontheemden in wat vandaag het Amuru-district is. De aanvallen resulteerden in ontvoeringen, moordpartijen, verminkingen en het folteren van tientallen mensen, waaronder vrouwen en kinderen. In 2011 kende het Grondwettelijk Hof amnestie toe aan Kwoyelo maar in 2015 trok het Hooggerechtshof dit in en besloot het dat hij zou berecht worden voor de daden die hij had begaan buiten de ‘bevordering van oorlog’. Sindsdien was zijn zaak hangende bij de Divisie voor Internationale Misdaden, de nationale rechtbank in Oeganda die bevoegd is voor misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. De zaak begon in 2011. Waarom duurt ze zo lang? R.R.: Ten eerste was de amnestiekwestie zeer complex om mee om te gaan. In 2000 werd een wet aangenomen (die nadien ook hernieuwd werd) om amnestie toe te kennen aan alle LRA-soldaten die hun wapens neerlegden. Deze wet was cruciaal voor het ondermijnen van het LRA en om het vredesonderhandelingsproces op gang te brengen. Echter, de wet botste met verschillende bepalingen van de ICC-wet en van de Oegandese grondwet, aangezien ze een allesomvattende amnestie voorzag voor alle daden begaan tijdens het conflict, met inbegrip van misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. Het debat raakte een gevoelige snaar en raakte verstrikt in het klassieke vrede-versus-rechtvaardigheid-dilemma. Het duurde verschillende jaren voordat het Hooggerechtshof de juridische aspecten kon uitklaren en een uitzondering op de amnestie kon maken voor specifieke misdaden. Ten tweede is deze zaak de allereerste die ooit wordt berecht onder de Procedure- en Bewijsregels van de ICD. Dit zijn een speciale reeks regels die de ICD aan de standaarden van internationale rechtbanken wil doen beantwoorden. Als ondertekenaar van het Statuut van Rome beantwoordt de ICD aan het principe van complementariteit, wat wil zeggen dat het in staat moet zijn om genocidezaken, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid te behandelen volgens dezelfde standaarden als het Internationaal Strafhof (ICC). De zaak sleept lang aan omdat ze tot volstrekt nieuwe situaties leidt voor de ICD. In 2016 begon de ICD met de voorbereiding van het proces, een eerste fase waarin “grondige redenen om te geloven” in de tenlastelegging van het openbaar ministerie worden uiteengezet. Dit is moeilijker dan het klinkt, omdat de tenlastelegging tegen Kwoyelo gebaseerd is op internationaal recht, wat de toepassing voor een nationale rechtbank betwistbaar maakt. Evenzo kende de rechter in het voorbereidende proces in 2016 aan de beweerde slachtoffers van Kwoyelo het recht toe om deel te nemen aan alle fases van de procedure. In een land waar het strafrechtelijk systeem in essentie draait rond de verdachte, betreedt men met deze uitspraak nieuwe paden waarvoor geen uitgestippelde route bestaat: de ICD moet innoveren en haar eigen precedenten scheppen. Echter, het voorbereidende proces heeft aangetoond dat de ICD de middelen ontbeert om deze taak ten volle uit te voeren. Zo zijn de rechters in dit Hof niet voltijds benoemd voor dit werk. De rechter in het voorbereidende proces moet haar taak combineren met het dagelijkse management van het High Court van Mbale, wat zes uur rijden is van Kampala. Daarbij komt dat de ICD nieuwe concepten moet implementeren, zoals de deelname van slachtoffers, wat toegang vereist tot specifieke technische en materiële hulpbronnen. Ondanks inspanningen van internationale ngo’s en ontwikkelingspartners, blijven deze hulpbronnen beperkt.
Gemeenschapsdialoog georganiseerd door ASF rond het aankomende proces © ASF/R. Ravet
Wat zal er nu gebeuren? R.R.: Op 30 augustus bevestigde de ICD de 93 beschuldigingen van misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en andere alternatieve misdaden tegen Kwoyelo. Zijn zaak wordt nu behandeld door een panel van drie rechters. Dit is wat de ICD het “hoofdproces” noemt. De rechtbank moet nu de bewijzen onderzoeken om Kwoyelo’s schuld “beyond reasonable doubts” vast te stellen. Als ASF maken wij ons vooral zorgen over de effectiviteit van het recht van de slachtoffers om deel te nemen aan het hoofdproces. Dit recht heeft twee belangrijke componenten: de deelname van de slachtoffers aan de hoorzittingen, en de mogelijkheid voor de slachtoffers om schadevergoeding te vragen als de beschuldigde veroordeeld wordt. ASF ondersteunt twee advocaten die door de rechtbank aangesteld zijn om de slachtoffers te vertegenwoordigen. We hebben voor 98 slachtoffers verzoekschriften ingediend om deel te nemen aan het proces, maar de goedkeuring daarvan is nog hangende. We ondersteunen de advocaten ook bij hun communicatie met de slachtoffers om hen op de hoogte te houden over het proces en om hun verwachtingen in kaart te brengen. Slachtoffers willen heel graag deelnemen aan het proces, maar hun deelname doet vragen rijzen met betrekking tot materiële facilitering en veiligheid. ASF geeft ook technische bijstand aan de rechtbank en heeft het maatschappelijke middenveld gemobiliseerd om sommige van deze noden te lenigen, maar we kunnen niet in de plaats van de overheid de uitspraak uit het voorbereidende proces van 2016 implementeren. Wat de verwachtingen betreft, toont ons onderzoek aan dat slachtoffers vooral schadevergoedingen verwachten. Het verantwoordingsaspect is ondergeschikt voor hen, aangezien gemeenschappen verdeeld blijven over deze zaak. Veel mensen in Noord-Oeganda hebben nog steeds sympathie voor de LRA-zaak (wat niet betekent dat ze hun misdaden goedkeuren) en nog meer mensen zijn sceptisch over de relevantie van het terechtstaan van Kwoyelo binnen het formele justitiesysteem; sommigen zouden liever zien dat hij de traditionele Acholi-rituelen van verzoening en bestraffing ondergaat. Daarom zijn de slachtoffers hoofdzakelijk geïnteresseerd in vergoeding voor het leed dat ze ondergaan hebben. ASF heeft de Richtlijnen voor door de rechtbank bevolen schadevergoedingen gepubliceerd die alle bestaande wettelijke opties verduidelijken. Er bestaan inderdaad opties, maar als vergoeding afhangt van Kwoyelo’s solventie, dan zal dit aspect virtueel blijven. Zijn er behalve de deelname van de slachtoffers nog uitdagingen voor het proces? R.R.: Natuurlijk! Deze zaak is een proefrit voor de ICD. Ze zal moeten aantonen dat ze de capaciteit heeft om op alle vlakken de internationale standaarden te respecteren. De zaak van het openbaar ministerie steunt hoofdzakelijk op getuigenissen. Zolang de Wet voor de Bescherming van Getuigen en Slachtoffers en de Slachtofferbeschermingsunit niet in werking zijn, wordt het openbaar ministerie in beslag genomen door de veiligheid van de getuigen. En ook de verdediging voelt de gevolgen van een gebrek aan overheidssteun voor de ICD. Kwoyelo’s advocaten vinden het moeilijk om toegang te krijgen tot mogelijke getuigen à décharge en worstelen met problemen als vertaling en tolken. Alle uitspraken, met inbegrip van de bevestiging van de beschuldigingen, zijn in het Engels, een taal die Kwoyelo niet begrijpt. Ook hier probeert het maatschappelijk middenveld te helpen, maar dit is een overheidstaak. Wat beveel je aan naar de toekomst toe? R.R.: De ICD heeft de volle steun van de Oegandese regering en andere belanghebbenden nodig. De magistratuur is bezorgd dat dit proces middelen krijgt die doorsnee processen niet krijgen. Maar dit proces is in al zijn aspecten speciaal. De capaciteit van de ICD om internationale misdaden te berechten zal een direct effect hebben op andere, nog hangende zaken, met name de zaak-Mukulu die enorme implicaties heeft voor de lopende regionale conflicten. Belangrijkst van al is dat veel mensen in Noord-Oeganda op het proces rekenen om te genezen en om verder te gaan met hun leven. De internationale gemeenschap bekijkt ook of de ICD de proef zal doorstaan van complementariteit met het ICC. Zelfs als Kwoyelo veroordeeld wordt, hebben de slachtoffers bijna geen kans om een vergoeding te krijgen tenzij de overheid een speciaal fonds opricht. Een cynisch gerucht verspreidt zich momenteel door Noord-Oeganda dat men beter “een slachtoffer van Ongwen dan van Kwoyelo” was geweest. Dit is een zwartgallige uitdrukking van de frustratie van de slachtoffers, maar het zegt ook veel over de belangen die op het spel staan. Mensen die door dit conflict getroffen werden, leven nog steeds met open wonden, letterlijk en figuurlijk. Hoe men over het conflict spreekt varieert en is complex: slachtoffers geven de overheid in bijna gelijke mate de schuld van hun moeilijke situatie als het LRA. De verhitte debatten en de hoop die er in de vroege jaren 2000 waren, zijn vervangen door pessimistisch discours onder de getroffen gemeenschappen. Mensen wanhopen dat de overheid niet genoeg heeft gedaan om hen te helpen herstellen van het conflict. Het proces is een tweesnijdend zwaard: als het faalt, kan de afstand tussen de bevolking uit het noorden en de regering nog groter worden, maar bij succes kan hun relatie hersteld worden en afronding van de misdaden uit het verleden brengen. Betekenisvolle deelname van de slachtoffers kan de factor zijn die de balans doet overhellen naar deze of gene kant. >> Contacteer Romain Ravet, onze landelijke directeur in Oeganda
Coverfoto © ASF, Gulu, september 2016

Een bedelaar heeft geen keuze

Kampala, 12 juli 2017 – Tussen februari en april 2017 adviseerde ASF slachtoffers van massale gruweldaden in Noord- en Oost-Oeganda over hoe zij het herstellen van de door hen geleden schade zien. Deze consultaties vonden plaats in regio’s getroffen door de rebellengroepering het Verzetsleger van de Heer (LRA). Ze poogden zowel inzicht te verkrijgen in de noden en prioriteiten van de slachtoffers van het LRA met betrekking tot schadeloosstelling, als in hun percepties over de lopende discussies met betrekking tot het overgangsjustitiebeleid. We vroegen landelijk directeur van ASF in Oeganda, om de problematiek toe te lichten. Wat is de belangrijkste bevinding van de studie van ASF, A Beggar has no Choice (Een bedelaar heeft geen keuze)? Romain Ravet: De studie onderstreept de nood die slachtoffers hebben om schadeloos gesteld te worden voor wat zij verloren hebben tijdens de oorlog. Er wordt benadrukt dat ze moeten erkend worden als slachtoffers en dat ze recht hebben op schadeloosstellingen. Tijdens de consultaties kwamen wij tot de jammerlijke vaststelling dat de meeste slachtoffers zichzelf zien als “bedelaars”. Zij zijn geen bedelaars. Zij hebben rechten en moeten ook als dusdanig erkend worden. Niettemin worden zij geconfronteerd met grote onrechtvaardigheden: niet alleen hebben zij geleden onder de misdaden uit het verleden, ook vandaag nog worstelen zij met het dagelijks leven als een resultaat van die vroegere misdaden. Zo hebben veel vrouwen seksueel geweld doorstaan, wat een vreselijk traumatische ervaring is. Maar aangezien zij niet erkend worden als slachtoffers van deze misdaden, kunnen zij niet terugvallen op ondersteuning bij traumaverwerking of bij de zorg van kinderen geboren uit de oorlog of na verkrachting. Dit is erg problematisch, Als niet-erkende slachtoffers van traumatiserende misdaden worden deze mensen gemarginaliseerd in de Oegandese samenleving. Dus, voor alle duidelijkheid, over welke misdrijven heeft u het en hoe zouden deze vergoed kunnen worden? De opstand van de het Verzetsleger van de Heer (LRA) in Noord-Oeganda vond plaats  in 1987 en bleef twee decennia lang voortduren,. In januari 2004 heeft de Oegandese overheid de situatie met het LRA doorverwezen naar het Internationaal Strafhof (ICC). Na een onderzoek door het ICC werden de bevelhebbers van het LRA aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Als resultaat van deze wreedheden raakten vele slachtoffers lichamelijk en psychologisch gewond. Er is een dringende behoefte aan psychosociale ondersteuning om hun mentale toestand te verbeteren en om hen in staat te stellen een volwaardig functionerend lid van hun gemeenschap te worden. Er is ook nood aan – onder andere – toegang tot publieke diensten, schoon water, beroepsonderwijs voor hun kinderen, en landbouwgereedschap. Onze studie legt in detail uit wat hun noden zijn en hoe in deze noden voorzien kan worden. Wat veroorzaakt het oponthoud in de implementatie van de schadeloosstellingen voor de slachtoffers van misdaden? Er is een ontwerptekst voor een overgangsjustitiebeleid, die omvattende mechanismes zou moeten creëren voor waarheidsvinding, verzoening, aansprakelijkheid en schadeloosstellingen voor vroegere misdaden, maar deze tekst is nog niet voorgelegd aan het parlement. Niettemin mag dit geen excuus zijn om de slachtoffers hun schadeloosstellingen niet toe te kennen. Aan de hand van verschillende consultaties hebben slachtoffers duidelijk aangegeven wat zij nodig hebben. De overheid, het maatschappelijke middenveld, ontwikkelingspartners en andere betrokken stakeholders zouden naar voren moeten komen om tastbare steun te verlenen aan de slachtoffers. Ontwikkelingsprogramma’s van de overheid zijn de verantwoordelijkheid van de huidige regering naar de burgers toe, en zouden niet gezien moeten worden als schadeloosstellingen. Op welke manier zullen schadeloosstellingen volgens u de waardigheid van de slachtoffers herstellen? Geen enkele vergoeding kan de waardigheid van het slachtoffer volledig herstellen, maar sommige maatregelen kunnen een zekere verlichting brengen. Door gratis onderwijs voor hun kinderen kunnen ze zich een betere toekomst voorstellen, zowel voor zichzelf als voor hun kinderen. Betere gezondheidsdiensten zullen hun lichamelijke pijn verlichten en stellen hen in staat te werken voor de kost. Zo zei een slachtoffer bijvoorbeeld dat ze niet langer kon graven in haar tuin door de fysieke pijn van de schotwonden waar ze nog steeds mee leeft. Ten slotte leven slachtoffers vandaag in een gemarginaliseerde situatie. Er is een dringende noodzaak om hen de kracht te geven om hun stemmen opnieuw te laten horen. de wet is een heel adequate taal om iemands noden en aspiraties te verwoorden. In staat zijn iemands eis te formuleren met juridische argumenten helpt enorm om de eis over te brengen en om begrepen te worden door de spelers die verantwoordelijk zijn voor het garanderen van de mensenrechten. Wij geloven dus dat het cruciaal is om van slachtoffers van wreedheden actieve rechthebbenden te maken, die in staat zijn te functioneren binnen de Oegandese samenleving doordat ze bewust zijn van hun rechten en begeleid worden wanneer ze hun rechten claimen. Wat is de ultieme oproep van ASF aan de Oegandese overheid, het parlement, middenveldorganisaties en ontwikkelingspartners met betrekking tot schadeloosstellingen voor de slachtoffers? ASF zou graag bij de Oegandese overheid, het maatschappelijke middenveld, de ontwikkelingspartners en de betrokken stakeholders pleiten om te luisteren naar de stemmen van de slachtoffers. Ze hebben specifieke noden en een deel van de aangeboden steun sluit niet aan bij hun realiteit. ASF stelt ook voor dat concrete steun op lange termijn in plaats van eenmalige inspanningen wordt aangeboden. *** ASF heeft de deelname van slachtoffers voor de Divisie voor Internationale Misdaden (ICD) van het Oegandese High Court actief bevorderd door een centrale rol te spelen in de ontwikkeling van de Procedure- en Bewijsregels voor het ICD, de ontwerptekst van de wet met betrekking tot de ICD en de ontwerptekst van de Richtlijnen voor de ICD-griffie. Al deze documenten bevatten regels over hoe slachtoffers kunnen deelnemen aan de rechtsgang en hoe ze het best gerepresenteerd kunnen worden voor de rechtbanken. ASF heeft ook nauw samengewerkt met de advocaten van de slachtoffers in de Thomas Kwoyelo-zaak door opleidingen te verstrekken en door het proces bij te wonen. Bovenal heeft ASF direct contact gehad met slachtoffers via voorlichtings- en informatiesessies waar slachtoffers uitgerust werden met kennis over hun rechten.
De studie A Beggar has no Choice werd mogelijk gemaakt door de steun van de MacArthur Foundation

ASF in DR Congo: vijftien jaar engagement

Kinshasa, 13 maart 2017 – Het is bijna dag op dag vijftien jaar geleden dat ASF haar eerste kantoor opende in Kinshasa en begon te ijveren voor de rechtsstaat in de Democratische Republiek Congo. De organisatie is er vandaag nog altijd actief en zet zich in om de bevolking een degelijke rechtstoegang te garanderen. Sinds die begindagen is er heel wat vooruitgang geboekt! We hebben veel mensen ontmoet, gesprekken gevoerd, energie gebruikt, moeilijkheden overwonnen en projecten waargemaakt. Ter gelegenheid van deze vijftiende verjaardag in Congo willen we alle mensen en organisaties met wie we samenwerken bedanken: balies, advocaten, het maatschappelijk middenveld, technische en financiële partners, burgers … en uiteraard onze eigen teams. Er is veel vooruitgang geboekt, maar er liggen nog veel uitdagingen voor ons: de behoefte aan justitie is sterker dan ooit aanwezig in de Congolese samenleving. We hopen nog lang ons steentje te kunnen bijdragen. Tijd voor een terugblik op de laatste 15 jaar: 2002-2004
  • ASF vestigt zich in DR Congo. 95% van de bevolking heeft geen notie van geschreven recht en formele justitie.
  • Organisatie van een intensief opleidingsprogramma voor magistraten in verschillende provincies en vertaling in de vier officiële inheemse talen van de overgangsgrondwet.
  • Samenwerkingsverband met de bibliotheek en de rechtsfaculteit van Kinshasa.
2004-2005
  • Opening van een eerste wetswinkel in de Kasa Vubu-wijk in Kinshasa in samenwerking met de Association des Femmes Avocates du Congo. Elke maand komen hier 250 mensen langs om duidelijk juridisch advies te krijgen. Dat advies is voor iedereen toegankelijk. Er worden ook bewustmakings- en informatiecampagnes opgezet op markten, aan kerken enz.
  • Organisatie van de eerste mobiele zittingen: de rechtbanken verplaatsen zich om de rechtspraak naar de meest afgelegen gebieden te brengen.
2006-2010
  • ASF organiseert een regionaal project ter bestrijding van foltering.
  • Opvoering van de inspanningen om de cyclus van straffeloosheid van internationale misdaden te doorbreken. ASF biedt onder meer rechtsbijstand aan verdachten en slachtoffers in het kader van de procesvoering rond internationale misdaden in DR Congo en aan slachtoffers voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.
2008-2012
  • ASF bindt de strijd aan tegen de straffeloosheid van daders van seksuele misdaden, die in het land op massale schaal worden begaan. Er worden verschillende acties ondernomen om de daders veroordeeld te krijgen: begeleiding van plaatselijke ngo’s, capaciteitsopbouw van advocaten, bewustmaking, juridisch advies en rechtsbijstand aan slachtoffers, studies en publicaties…
  2011-2014
  • ASF treedt op in symbooldossiers waarbij mensenrechtenactivisten worden bedreigd, zoals de zaak Floribert Chebeya of het bedrijf Siforco in Yalisika. ASF spant zich in om de door de betrokkenen als onrechtvaardig ervaren situatie te veranderen en wil door middel van het recht ook de voorwaarden scheppen om de problemen duurzaam aan te pakken.
  • ASF helpt zeven gemeenschappen in Lisala in de Evenaarsprovincie om hun rechten beter te verdedigen tegenover de bosbouwbedrijven.
2012-2016 2016-2017
  • ASF ondersteunt mensenrechtenactivisten en andere spelers uit het maatschappelijk middenveld die deelnemen aan het democratisch debat om hun actieterrein uit te breiden en hun deelname aan het publieke debat tijdens het verkiezingsproces te versterken.
2017-2021
  • ASF blijft zich inzetten voor de bevordering van de rechtstoegang in DR Congo door de deelname van de bevolking aan de preventie en de oplossing van conflicten te bevorderen en door de mechanismen voor de vredesopbouw te versterken.

Schadeloosstellingen staan centraal in het proces van overgangsjustitie in Oeganda

Kampala, 25 januari 2017 – ASF brengt twee publicaties uit over schadeloosstellingen voor slachtoffers van massamisdaden in Oeganda. Die zijn bedoeld om alle belanghebbenden te helpen die bezig zijn met schadeloosstellingen in het land, in het bijzonder slachtoffers, hun adviseurs en de rechters van de International Crimes Division. Ze geven ook een nieuwe impuls aan het proces van overgangsjustitie. Hoewel schadeloosstellingen slechts één onderdeel zijn van het proces, kunnen ze dienen als ‘ijsbreker’ om de deur open te zetten voor de invoering van andere maatregelen, waaronder waarheidsvinding, gerechtigheid en hervormingen. Sinds 2007 zet de Oegandese regering zich in voor een proces van overgangsjustitie om zo de waarheid over geweld in het verleden aan het licht te brengen, gerechtigheid te bevorderen, schadeloosstellingen toe te kennen en garanties te geven dat de geschiedenis zich niet zal herhalen. Dit proces wordt van essentieel belang geacht voor een succesvol en duurzaam herstel van een land dat geplaagd werd door geweld en conflicten sinds de eerste regering aantrad na de Oegandese onafhankelijkheid in 1962. Met name het conflict tussen de Oegandese regering en de Lord’s Resistance Army (LRA) vanaf de jaren 90 tot 2006 laat nog steeds diepe wonden na bij de samenleving en de gebieden in het noorden van het land. In 2015 stelde de Justice Law & Order Sector* zijn 8e versie van de ontwerptekst voor een nationaal overgangsjustitiebeleid voor aan de regering. Dit document moet nog aangenomen worden, net als de programma’s voor schadeloosstellingen. Datzelfde jaar ging de International Crimes Division (ICD), een afdeling van het hooggerechtshof die de verantwoordelijken voor volkerenmoorden, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden voor de rechter moet brengen, van start met het eerste proces tegen voormalig LRA-krijgsheer T. Kwoyelo. Voor de eerste keer in de geschiedenis van Oeganda hebben slachtoffers het recht om tijdens strafprocedures schadeloosstellingen te eisen voor de schade die ze hebben geleden. “Schadeloosstellingen blijven in deze context een zeer wetteloos terrein in Oeganda”, vertelt Patricia Bako, programmaverantwoordelijke van ASF in Kampala. “Medewerkers van de ICD hebben de nieuwigheid, en dus de uitdagingen, van schadeloosstellingen die worden opgelegd door de rechtbank, erkend. Bovendien zullen de Oegandese autoriteiten weldra geconfronteerd worden met de uitdaging om schadeloosstellingen toe te kennen op nationaal niveau. Deze kwesties zijn nog essentiëler nu Oeganda zijn economische en sociale ontwikkeling probeert te versterken.” In september jongstleden organiseerden ASF en REDRESS een internationale conferentie over schadeloosstellingen in Oeganda om deze kwesties aan te pakken. De tweedaagse conferentie bracht deskundigen in overgangsjustitie en internationale justitie, vertegenwoordigers van slachtoffers, rechters van de ICD en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties samen. De eerste publicatie die vandaag wordt uitgebracht, International Conference on Reparations, bundelt de besprekingen en de presentaties die werden gegeven tijdens de conferentie. De tweede publicatie, Principles on Court-Ordered Reparations, geeft principes en standaardrichtlijnen voor schadeloosstellingen die door de rechtbank worden opgelegd. Die worden aanbevolen voor gebruik door de ICD. Deze richtlijnen hebben betrekking op het volledige gamma aan kwesties betreffende schadeloosstellingen die worden opgelegd door de rechtbank, met inbegrip van maar niet beperkt tot: de definitie van een slachtoffer; de definitie van schadeloosstelling en verduidelijking van de bestanddelen ervan (restitutie, compensatie en rehabilitatie); genderoverwegingen; tussentijdse en definitieve schadeloosstellingen; schatting van de hoogte van de schadeloosstellingen; verantwoordelijkheid voor de betaling van schadeloosstellingen; uitvoering van schadeloosstellingen; amnestie en schadeloosstellingen … “Wij zijn van oordeel dat deze twee aanvullende publicaties heel belangrijk zijn voor de verschillende belanghebbenden die werken op het gebied van schadeloosstellingen in Oeganda”, voegt Bako nog toe. “We zijn ervan overtuigd dat ze kunnen bijdragen tot de besprekingen rond schadeloosstellingen, maar ook ruimer rond overgangsjustitie in Oeganda.”
ASF voert sinds 2013 een project uit dat erop gericht is het proces van nationale aansprakelijkheid voor de massale gruweldaden in Oeganda te bevorderen, met de steun van de Europese Unie en de MacArthur Foundation.
>> Toegang tot de publicaties van ASF * Een overheidsorgaan dat de opdracht heeft gekregen om een holistische aanpak voor de verbetering van de rechtstoegang en de rechtspraak te ontwikkelen.

Een primeur in Oeganda: Slachtofers nemen deel aan de strafprocedure tegen een LRA-bevelhebber

Gulu, Oeganda – Op 21 september 2016 heeft T. Kwoyelo , voormalig bevelhebber van het Verzetsleger van de Heer (Lord’s Resistance Army of LRA), zijn tweede hoorzitting voorafgaand aan het proces bijgewoond. Na tal van procedurele omwegen zou het proces nu op schema moeten zitten. Nog belangrijker is dat voor de eerste maal in Oeganda het recht van slachtoffers om te participeren in strafprocedures werd erkend. Dat zou een allereerste stap richting schadeloosstellingen kunnen betekenen voor slachtoffers in Oeganda. De hoorzittingen voorafgaand aan het proces van Thomas Kwoyelo in Oeganda hebben heel wat achterstand opgelopen. De eerste hoorzitting vond plaats in Kampala op 4 april 2016. Tijdens die hoorzitting werd de procesdatum van 2 mei vastgelegd. Het proces is echter nog niet begonnen en een datum voor de eigenlijke start moet nog worden bepaald. Niettemin heeft T. Kwoyelo op 15 augustus en 21 september 2016 in Gulu (Noord-Oeganda) nog twee hoorzittingen bijgewoond om de voorbereiding van het proces te bespreken. Drie belangrijke elementen vielen op in deze hoorzittingen. Ten eerste kwam op 15 augustus 2016 het verdedigingsteam van Kwoyelo niet opdagen omdat het niet tijdig op de hoogte was gebracht van deze hoorzitting. Na verdere discussies met de beklaagde achtte de rechter het aangewezen om een nieuwe raadsman aan te stellen voor Kwoyelo die hem met of zonder zijn persoonlijke advocaten zou vertegenwoordigen. Ten tweede verklaarde de aanklager dat hij een nieuwe aanklacht gaat indienen voor seksueel en op gender gebaseerd geweld volgens regel 13 van het Reglement voor de procesvoering. Een dergelijke verklaring is een belangrijke nieuwe ontwikkeling omdat de advocaten van de slachtoffers grote voorstanders zijn van de toevoeging van dergelijke misdaden aan de tenlasteleggingen tegen de beklaagde. De verdediging kreeg dan ook extra tijd om zich naar behoren voor te bereiden op de zaak. De hoorzitting voorafgaand aan het proces werd uitgesteld tot 21 september. Ten derde oordeelde de rechtbank tijdens de hoorzitting van 21 september dat slachtoffers mogen participeren op een wijze die vergelijkbaar is met de bepalingen van het Reglement van proces- en bewijsvoering van het Internationaal Strafhof. Daarnaast instrueerde de rechtbank dat slachtoffers zich bij de Griffier van de ICD formeel voor deelname moeten opgeven en dat de griffier een lijst van alle slachtoffers moet opstellen voor een formele erkenning. De rechtbank verklaarde verder dat het de advocaten van slachtoffers vrijstaat om bewijsmateriaal te leveren aan de aanklager en de verdediging en dat de deelname van slachtoffers in de verschillende fasen van het proces enkel toegestaan is na een beslissing van de strafkamer. De volgende hoorzitting voorafgaand aan het proces vindt plaats op 31 oktober 2016. “Deze ontwikkelingen in de zaak T. Kwoleyo zijn cruciaal voor de ICD en meer in het algemeen voor het proces van overgangsjustitie in Oeganda“, vertelt P. Bako, Program Officer, ASF International Justice Programme in Oeganda. “In Oeganda is dit de eerste maal dat slachtoffers mogen participeren in een proces tegen daders van internationale misdaden“, voegt ze eraan toe. Het is echter cruciaal dat de ICD snel de bepalingen voor slachtofferparticipatie vastlegt om de rechten van alle partijen in het proces te beschermen en een eerlijk en vlot proces te garanderen. Zoals tijdens een internationale conferentie, georganiseerd door ASF en REDRESS, werd herhaald, is het voor de ICD cruciaal om van meet af aan de participatie van slachtoffers en hun recht op schadeloosstellingen te overwegen en te regelen. >> Lees meer over deze conferentie en verdere aanbevelingen. >> Ga voor een volledig verslag van de hoorzitting voorafgaand aan het proces.

Schadeloosstellingen in Oeganda: aanbevelingen

Entebbe, 6 oktober 2016 – Op 26 en 27 september vorige week kwamen Oegandese en internationale belanghebbenden en experts samen in Entebbe (Oeganda) om schadeloosstellingen voor slachtoffers van massale gruweldaden in Oeganda te bespreken. Dat gebeurde tijdens een internationale conferentie die georganiseerd werd door ASF en REDRESS. De conferentie had tot doel om:
  • de uitdagingen te bepalen voor de uitwerking en de invoering van (door de rechtbank opgelegde en administratieve) programma’s voor schadeloosstellingen in Oeganda om de schade die aan slachtoffers van massale gruweldaden werd toegebracht te herstellen;
  • lessen te trekken uit de programma’s voor schadeloosstellingen in andere landen om manieren te vinden om die uitdagingen in Oeganda zelf aan te pakken;
  • samen met Oegandese belanghebbenden aanbevelingen uit te werken voor het kader en de uitvoering van de schadeloosstelling voor massale gruweldaden.
51 mensen namen deel, waaronder: mevr. Elizabeth Nahamya en dhr. Ezekiel Muhanguzi (International Crimes Division); dhr. Lyandro Komatech (Parlement); mevr. Margaret Ajok (Justice Law & Order Sector); vertegenwoordigers van ministeries (Ministerie van Justitie & Grondwettelijke Zaken, Ministerie van Binnenlandse Zaken); advocaten; vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en van internationale organisaties (waaronder het Internationaal Strafhof). Tijdens deze tweedaagse conferentie deelden de deelnemers hun ervaringen op het vlak van overgangsjustitie en in het bijzonder schadeloosstellingen. De panelleden deden aanbevelingen over het kader en de uitvoering van de schadeloosstelling van massale gruweldaden in Oeganda. Dit document geeft een overzicht van die aanbevelingen.
Foto © ASF

De zaak Thomas Kwoyelo: de slachtoffers een stem geven

Kampala, 22 april 2016 – In Noord-Oeganda vinden momenteel twee belangrijke processen plaats: Thomas Kwoyelo en Dominic Ongwen moeten allebei voor de rechter verschijnen voor de internationale misdaden die zij zouden hebben begaan als voormalige bevelhebbers van het Verzetsleger van de Heer. Advocaten Zonder Grenzen (ASF) en de Foundation for Justice and Development Initiatives (FJDI) staan de slachtoffers bij om hun participatie te bevorderen. Er is immers gebleken dat de getroffen gemeenschappen beide processen willen volgen en over het verloop ervan op de hoogte willen worden gehouden.

Nadat ASF eind januari zorgde voor een livestream van het proces van Dominic Ongwen voor het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, organiseert de organisatie deze maand, in samenwerking met de Oegandese ngo Foundation for Justice and Development Initiatives, informatiesessies over de zaak Thomas Kwoyelo. Thomas Kwoyelo is een voormalige bevelhebber van het Verzetsleger van de Heer (Lord’s Resistance     Army, LRA) die momenteel voor de International Crimes Division (ICD) terechtstaat voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De ICD is een speciale afdeling van het Hooggerechtshof in Oeganda die in juli 2008 werd opgericht na de vredesbesprekingen tussen de Oegandese overheid en de LRA met als doel de vervolging van oorlogsmisdadigers en daders van misdaden tegen de menselijkheid. Hoewel Kwoyelo al in 2008 werd gearresteerd, vond de hoorzitting voorafgaand aan het proces pas op 4 april 2016 plaats. Zijn proces zal in mei van start gaan.

Tot op heden vonden er al drie activiteiten plaats. In april zorgden FJDI en ASF ervoor dat vijf vertegenwoordigers van het dorp Pabo de hoorzitting voorafgaand aan het proces konden bijwonen in Kampala. Beide organisaties organiseerden ook een publieke dialoog in Pabo om de gemeenschap te informeren over de resultaten van deze hoorzitting. Pabo en de omliggende gebieden vormen niet alleen de plaats van herkomst van Kwoyelo. Het is ook de regio waar hij het merendeel van de misdaden die hem ten laste worden gelegd, zou hebben gepleegd. Tot slot hielden vertegenwoordigers van ASF en FJDI een toespraak op Gulu FM Radio, in de stad Gulu, om zo een breder publiek te bereiken over het aanstaande proces.

“Deze activiteiten bevestigden niet alleen dat er absoluut behoefte is aan meer outreach-activiteiten in Noord-Oeganda met betrekking tot het proces van Kwoyelo, maar boden de slachtoffers ook een unieke gelegenheid om op te komen voor hun belangen, vragen te stellen en uiting te geven aan hun bezorgdheid,” meldde Patricia Bako, de ASF-projectleider die de activiteiten coördineerde. Zo konden ASF en FJDI vaststellen dat de getroffen gemeenschappen in Noord-Oeganda nog steeds veel vragen omtrent amnestie en schadeloosstellingen hebben. Hierover werd dan ook uitgebreid gesproken. Bovendien maakten de slachtoffers duidelijk dat ze het proces van Kwoyelo, dat in mei van start gaat, willen volgen en over het verloop ervan op de hoogte willen worden gehouden. Tot slot vroegen ze of het mogelijk was om in het proces te worden opgenomen.

Voor meer informatie over de standpunten van de leden van de gemeenschap in de aanloop naar het proces van Kwoyelo, kan het volledige verslag over de drie activiteiten, in het Engels geschreven door de heer Lino Owor Ogora (FJDI), hier worden geraadpleegd.